Dertig jaar. Zo lang bestaat Zebrahead nu al, en met ‘O’ ronden ze een EP-reeks af die begon met ‘I’, gevolgd door ‘II’ en ‘III’, een slim opgebouwde reeks kleinere releases in plaats van het traditionele volle album. De band uit La Habra, Californië, timmerde sinds de jaren negentig aan de weg met een mix van pop-punk, rap-rock en die typische, nooit helemaal serieuze energie die van hun beste nummers feestjes maakte. Met zanger Ali Tabatabaee en gitarist Adrian Estrella nog altijd aan boord, plus de vaste kern van Ben Osmundson, Ed Udhus en Dan Palmer, klinkt de band verrassend fit voor een groep die al drie decennia meegaat.
Opener ‘Burn Burn Burn’ zet meteen de toon, en niet zachtjes. Drummer Udhus omschreef het nummer zelf als een kruising tussen Slayer en Taylor Swift die Red Bull-wodka drinken tot zes uur ’s ochtends, en die typering slaat de spijker op de kop. Het is agressief, het is melodieus, en het heeft precies genoeg bravoure om duidelijk te maken dat deze band niet van plan is rustig aan te doen richting het pensioen. De gitaarsolo swingt eruit als een middelvinger naar iedereen die dacht dat Zebrahead alleen nog maar nostalgie te bieden had.
‘I Know What U Did Last Summer’ bouwt voort op die energie, met een zwaardere randje dan we van de band gewend zijn, terwijl ‘Smoke Signals From My Couch’ laat zien dat ze ook zonder volle bak nog steeds een pakkende hook kunnen schrijven. Vooral dat laatste nummer is een verademing tussen de wall of sound door, met een groove die ademt in plaats van hamert. ‘Happy Endings at the Movies’ voelt daarentegen wat voorspelbaar aan, een nummer dat leunt op de bekende Zebrahead-formule zonder er echt iets nieuws aan toe te voegen. Het is prima, het knalt, maar het verrast niet.
Wat deze EP wel overeind houdt, is de overtuiging waarmee de band alles brengt. Zebrahead klinkt niet als een groep die krampachtig probeert relevant te blijven, ze klinken als een band die precies weet wat hun publiek wil en dat met volle overgave levert. Sluitstuk ‘I Don’t Know How to Put This (But I’m Kinda a Big Deal)’ is precies het soort zelfbewuste, met-de-tong-in-de-wang nummer waarmee je een dertigjarig jubileum afsluit, groots, luidruchtig en zonder enige twijfel.
‘O’ is geen plaat die de geschiedenis herschrijft, en dat hoeft ook niet. Het is een luid, energiek statement van een band die precies doet waar ze goed in is, met genoeg venijn om te laten zien dat de jaren hen weinig hebben afgeremd. Voor de fans is dit precies wat ze willen horen, voor de rest een prima les in hoe je dertig jaar lang relevant blijft zonder ooit stil te staan. (7/10) (MFZB Records)
