Ravyn Lenae bouwde de afgelopen jaren gestaag aan een reputatie als een van de meest verfijnde stemmen binnen de hedendaagse R&B. De zangeres uit Chicago debuteerde in 2022 met ‘Hypnos’, een plaat die haar bij een breed publiek op de kaart zette, en zette twee jaar later een stap verder met ‘Bird’s Eye’. Dat album leverde met ‘Love Me Not’ haar grootste hit tot nu toe op en bracht haar op podia van Coachella tot Lollapalooza. Met ‘Blue Island’, haar derde studioalbum, zoekt Lenae naar wat ze zelf een moment van aankomst noemt. Ze wil af van vaste ideeën over wat R&B of pop hoort te zijn, en van verwachtingen die haar in het verleden werden opgelegd. Het album is opnieuw geproduceerd door Dahi, met wie ze eerder al ‘Bird’s Eye’ vormgaf, en put inspiratie uit artiesten als Santigold, Janet Jackson en Tracy Chapman, aangevuld met invloeden van Blondie en The Cranberries.
Die brede spreiding aan invloeden hoor je terug. ‘Handle’, de tweede single, opent met kletterende drums en gitaarlijnen die naar de jaren tachtig verwijzen, denk aan de glans van Prince of Cyndi Lauper, terwijl Lenae’s stem er met gemak bovenuit blijft stijgen. Het nummer voelt speelser en directer dan veel van haar eerdere werk, alsof ze zichzelf toestaat om luidruchtiger te zijn. ‘Saturday Night’ gaat een andere kant op, met elektrofunk-achtige synths en een tekst over een toevallige ontmoeting met een ex op een feestje. De worsteling tussen terugvallen in een oude gewoonte en verder gaan wordt invoelbaar verbeeld, zonder dat het nummer zwaarwichtig wordt. ‘Reputation’, met een bijdrage van Dominic Fike, draait om loyaliteit en wantrouwen binnen een relatie en toont een lossere, bijna nonchalante kant van Lenae. ‘Bobby’ voegt daar een intiemere toon aan toe, met een productie die meer ruimte laat voor haar stem om te ademen.
Wat opvalt is hoe Lenae zich niet vastklampt aan één stijl. Waar ‘Bird’s Eye’ nog stevig verankerd was in klassieke R&B, zoekt ze op ‘Blue Island’ de randen op van pop, funk en zelfs new wave. Dat maakt het album minder voorspelbaar, maar soms ook net iets rusteloos. De veertien nummers duren gezamenlijk nauwelijks een uur, en de wisseling tussen sferen vraagt om een luisteraar die meebeweegt. Toch is het juist die onrust die het album zijn identiteit geeft. Lenae zingt over roem, eenzaamheid en de vraag wie ze mag zijn buiten de verwachtingen van anderen, en die spanning voelt oprecht.
‘Blue Island’ is geen plaat die op safe speelt. Het is het geluid van een artiest die haar succes gebruikt om juist meer risico te nemen, niet minder. Of dat elke luisteraar meteen overtuigt, valt te bezien, maar de moed om te schuiven tussen genres zonder de kern van haar geluid te verliezen, verdient waardering. Met ‘Blue Island’ bevestigt Ravyn Lenae dat ze een van de interessantere stemmen in hedendaagse R&B en pop blijft, ook wanneer ze zich niet aan de regels van dat genre houdt. (8/10) (Atlantic Records)
