Cécile McLorin Salvant heeft samen met het Nederlandse Metropole Orkest onder leiding van Jules Buckley het album ‘With Every Breath I Take’ uitgebracht. Het is het eerste orkestalbum van de Amerikaanse zangeres, en meteen ook een van de meest overrompelende vocale platen van dit jaar.
Voor wie de afgelopen vijftien jaar onder een steen heeft geleefd: Salvant is drievoudig Grammy-winnaar, ontving in 2020 een MacArthur Fellowship en geldt sinds haar doorbraak met ‘WomanChild’ in 2013 als de belangrijkste jazzzangeres van haar generatie. Klassiek geschoold, gepokt en gemazeld in jazz, blues en vaudeville, en gezegend met een instrument dat moeiteloos van fluistering naar volle theaterstem schakelt. Na het intieme, experimentele ‘Oh Snap’ uit 2025 gooit ze het roer volledig om.
Vier jaar duurde het voordat dit project de studio haalde. In december 2025 stond ze eindelijk in MCO Studio 1 in Hilversum, met haar vaste trio rond pianist Sullivan Fortner, bassist David Wong en drummer Kush Abadey, omringd door het voltallige Metropole Orkest. Wat maakt dit album bijzonder? Het antwoord is simpel en tegelijk zeldzaam: totale beheersing, aan beide kanten. Salvant zingt hier repertoire van Duke Ellington, Billy Strayhorn, Stephen Sondheim, Kurt Weill, Noël Coward, Cy Coleman en Michel Legrand, in gloednieuwe arrangementen van componist Darcy James Argue. Dat is materiaal waar zangeressen zich al zeventig jaar aan vertillen, omdat het uitnodigt tot zoetsappigheid. Salvant trapt nergens in die val. Haar ‘Send in the Clowns’ is afgemeten, bijna kaal, en juist daardoor vernietigend. In ‘Barbara Song’ van Weill en Brecht, ruim acht minuten lang, zet ze een compleet toneelstuk neer met alleen haar stem: verleidster, slachtoffer en verteller in één. En het afsluitende ‘Lush Life’ krijgt van Argue een donker orkestraal voorspel dat de song eindelijk weer laat klinken als wat Strayhorn bedoelde, een portret van verspild leven in plaats van cocktailbehang.
Het Metropole Orkest bewijst hier opnieuw waarom het wereldwijd het referentiepunt is voor dit soort projecten. Buckley laat het orkest ademen met de zangeres mee, nergens dempt de strijkersweelde haar dynamiek. Wanneer Salvant terugvalt in een gefluisterde frase, valt het orkest met haar mee terug. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar iedereen die weleens een zangeres tegen een symfonische muur heeft horen opboksen weet hoe uitzonderlijk het is. Zijn er zwakke plekken? Wie zoekt, vindt iets. Het eigen nummer ‘Left Over’ is een sterke song, maar staat tussen Sondheim en Strayhorn net iets minder stevig overeind dan de rest. En met tien nummers in eenenvijftig minuten is het album eerder compact dan gul; na ‘Lush Life’ wil je meer. Dat zijn schoonheidsfoutjes op een plaat die verder nergens hapert.
‘With Every Breath I Take’ is het album waar Salvant naar eigen zeggen jaren van droomde, en het lost die droom volledig in. Wie een ijkpunt zoekt: denk aan wat ‘Sophisticated Lady’ ooit voor Ella Fitzgerald en het Ellington-orkest betekende, en je weet in welke traditie deze plaat thuishoort. De bovennatuurlijke stembeheersing van Salvant, de klasse van het Metropole Orkest en de arrangementen van Darcy James Argue tillen elkaar hier naar een niveau dat in de hedendaagse vocale jazz simpelweg geen gelijke kent. Dit is geen zangeres met orkestbegeleiding, dit is één organisme. Alleen de tijd zal moeten uitwijzen of dit album de status van een klassieker verdient, en precies daarom blijft de teller net onder het maximum steken. (9/10) (Nonesuch Records)
