Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Yard Act – You´re Gonna Need A Little Music
Yard Act is een 4-tal jonge gasten uit Leeds, die met ‘You’re Gonna Need A Little Music’ hun 3de album presenteren, en het is er eentje dat hen hopelijk wat meer voor het voetlicht bij het grote publiek gaat brengen. Het album luistert als een groot ei, waarbij elk nummer een eigen smoel heeft. Zanger James Smith weet met zijn scherpe teksten de nummers te voorzien van zijn soms spoken-word, dan wel zang, en een bewustzijn in de nummers te brengen dat de aandacht weet vast te houden. Opener ‘Empty Pledges’ heeft een groot ‘Kickin’ Against the Pricks’-gevoel van Nick Cave over zich. Terwijl bij ‘New Beginning’ onwillekeurig Becks ‘Soy un perdedor, I’m a loser, baby, so why don’t you kill me?’ door je gedachten meandert. Zo zijn er gaandeweg verschillende associaties, die je bijv. Ook meenemen naar Trainspotting, waarbij het nummer ‘Thrill of the Chase’ naadloos had kunnen aansluiten. De verrassing die dit album teweeg brengt bij de luisteraar maakt dat Yard Act een band is om, als die ergens op de fiche komt te staan voor een festival, zeker de moeite waard is om te gaan checken. We´re gonna need a little live music van Yard Act. (Bart van de Sande) (8/10) (An Island)

Iron Kingdom – Shadows And Dust
‘Shadows And Dust’ is het zesde album van de Canadese heavy metal-band Iron Kingdom. De traditionele metal die Iron Kingdom speelt heeft overduidelijk de wortels in de NWOBHM zoals Iron maiden en Judas Priest die spelen, ook heeft Iron Kingdom goed naar Helloween geluisterd. Mede door de uitstekende zang van zanger/gitarist Chris Osterman slaat de balans, wat mij betreft toch door naar de US-style powermetal zoals Malice en de oude Fates Warning met John Arch op zang die speelden. Het gitaarwerk van Megan Merrick en Chris Osterman tillen de nummers naar een hoger niveau. Iets wat ook wel nodig is aangezien de composities niet uitblinken in originaliteit. Al met al een album waar iedere liefhebber van traditionele power/heavymetal plezier aan zal beleven. (Ad Keepers) (7/10) (Shark Records)

Katie Noonan – Alone But All One
Katie Noonan richt zich op ‘Alone But All One’ volledig op vocale expressie binnen een minimalistisch kader. De arrangementen zijn teruggebracht tot piano en subtiele ambientlagen, waardoor de stem centraal komt te staan. In ‘Falling Light’ en ‘Glass Rivers’ wordt duidelijk hoe sterk timing en ademruimte de emotionele impact bepalen. Het album vermijdt nadrukkelijke climaxen en kiest voor een gelijkmatige, introspectieve opbouw. Daardoor krijgt het geheel een verstilde en gecontroleerde uitstraling. Halverwege dreigt een zekere eentonigheid, maar variatie in frasering houdt de spanning subtiel in stand. De productie is transparant en laat veel ruimte tussen de elementen. Naar het einde toe groeit het album richting iets meer gelaagdheid zonder de intimiteit te verliezen. (Elodie Renard) (7/10) (Independent)

Temples – Bliss
Op ‘Bliss’ verschuift Temples verder richting elektronische structuren waarin ritme en herhaling belangrijker worden dan gitaarlijnen. De band bouwt lagen op rond synths en pulsachtige beats, waardoor het album een meer gestroomlijnde richting krijgt dan eerdere werken. In ‘Jet Stream Heart’ wordt die koers meteen duidelijk met een directe groove en een relatief sobere vocalenbenadering. ‘Revelations’ en ‘Megalith’ werken vooral met opbouw en modulatie, waarbij kleine veranderingen in klankkleur de dynamiek bepalen. Halverwege ontstaat een meer atmosferische fase waarin de spanning minder uitgesproken wordt, maar de textuur centraal staat. Het album beweegt zich tussen clubinvloeden en psychpop zonder volledig in een van beide werelden te landen. Dat maakt het consistent, maar soms ook terughoudend in risico. Tegen het einde krijgt ‘Fantasy Realm’ een afsluitende rol als herhaling en samenvatting van eerder materiaal. (William Brown) (6/10) (Fiction Records)

Kiefer Sutherland – Grey
‘Grey’ is het vierde album van de inmiddels 59-jarige acteur en muzikant Kiefer Sutherland. Het is een sympathieke verzameling countrygetinte, verhalende nummers waarop Sutherland vanuit de eerste persoon klein geluk en alledaags verdriet weet te vangen. Je zou kunnen muggenziften over de geloofwaardigheid waarmee een succesvolle acteur zich in ‘America’ verplaatst in een boer die worstelt om het hoofd boven water te houden. Toch komt Sutherland ermee weg. Hij houdt het klein, vermijdt bombast en weet de essentie van de problemen waarmee veel Amerikaanse boeren kampen overtuigend te maken. In ‘Goodbye’ neemt hij afscheid van Californië, kijkt nog één keer achterom en rijdt vervolgens de horizon tegemoet. Gedurende het album weet Sutherland de aandacht vast te houden. In ‘Simple Life’ bezingt hij de kracht van een eenvoudig bestaan, met een warmte die doet denken aan John Mellencamp. Alleen ‘Cruel World’, waarin hij zingt vanuit iemand die afscheid neemt van het leven, voelt iets minder overtuigend. ‘Grey’ schetst portretten van mensen aan de rand van de samenleving. Met het dylaneske ‘The Bottle’ en het traditioneel aandoende ‘Rage in Me’ laat Sutherland bovendien duidelijk horen waar zijn muzikale inspiratie ligt. Daardoor is ‘Grey’ uiteindelijk een stuk minder grijs dan de titel doet vermoeden. (Bart van de Sande) (7/10) (Maple Creek)

