Het Immanuel Wilkins Quartet sluit met ‘Live at the Village Vanguard Vol. 3’ een ambitieus driedelig live-document af dat de altsaxofonist uit Upper Darby, Pennsylvania, definitief plaatst in de lijn van jazzmusici die hun naam hebben verbonden aan de legendarische New Yorkse club aan Seventh Avenue South.
Wilkins, in 2023 winnaar van drie DownBeat Critics Poll-awards en sinds zijn debuut ‘Omega’ (2020) een vaste waarde op de jaarlijstjes van The New York Times, NPR en Jazzwise, nam de drie volumes op tijdens twee avonden in mei 2025 met zijn vaste kwartet: pianist Micah Thomas, bassist Ryoma Takenaga en drummer Kweku Sumbry. Volume 3 verschijnt vandaag uitsluitend digitaal, terwijl Volume 1 in maart op LP en CD uitkwam en Volume 2 in april digitaal volgde. Vier composities, samen ruim een uur muziek, allemaal van Wilkins’ eigen hand.
Waar Volume 1 nog een coverversie bevatte van Alice Coltranes ‘Charanam’ en Volume 2 leunde op materiaal dat eerder op studioplaten verscheen, bestaat Volume 3 volledig uit nieuwe, niet eerder vastgelegde stukken. De tracklist is in volgorde: ‘Ring Shout’, ‘Composition IX’, ‘Dolla$’ en ‘Put 100 On The Blue Chain’. Het kwartet, dat inmiddels zeven tot acht jaar samen speelt, zoekt hier hoorbaar de randen op. ‘We hebben niet veel opnames van onszelf waarop we ergens naartoe reiken zonder vooropgezet idee’, vertelde Wilkins in een gesprek met Stereogum. Dat is precies wat je hoort.
De opener ‘Ring Shou’ duurt twaalfeneenhalve minuut en put zijn titel uit de Afrikaans-Amerikaanse ringdans, een rituele praktijk die teruggaat tot de plantages in het Amerikaanse zuiden. Sumbry vindt direct een ritmische cel die geen swing en geen straight time is, maar iets daartussenin, een soort wiegende voortbeweging die de hele groep optilt. Thomas reageert daarop met clusterakkoorden die het midden houden tussen McCoy Tyner en Cecil Taylor, terwijl Takenaga onder alles door beweegt met de zekerheid van een muzikant die weet dat hij niet hoeft te bewijzen dat hij er is.
Het tweede stuk, ‘Composition IX’, duurt drieëntwintig minuten en eenenvijftig seconden en is zonder twijfel het meest compromisloze dat Wilkins tot dusver heeft uitgebracht. Het begint ingehouden en bouwt op naar wat alleen valt te omschrijven als een collectief seance. Wilkins’ altsaxofoon, met die scherpe maar nooit kille toon die soms doet denken aan Jackie McLean in zijn Blue Note-periode, klimt door registers heen waar veel saxofonisten zichzelf zouden verliezen. Hij niet. Sumbry, ook bekend van zijn werk met Shabaka Hutchings en Cyrus Chestnut, jaagt de groep voort met een polyritmiek die de schatplichtigheid aan Elvin Jones niet ontkent maar evenmin imiteert.
Dat het stuk op het podium van de Vanguard ruim drieëntwintig minuten kreeg, is geen ego-trip. Het is een keuze om de luisteraar mee te nemen door alle stadia van een improvisatie: het zoeken, het vinden, het verliezen, het terugvinden. Voor wie houvast zoekt: stel je een lijn voor die loopt van John Coltranes ‘Live at the Village Vanguard’ uit 1961 via Pharoah Sanders’ ‘Karma’ naar nu. Daar zit dit.
En precies dat is meteen het kritieke punt. Want hoe overtuigend het kwartet ook speelt, hoe ademloos de communicatie tussen Wilkins, Thomas, Takenaga en Sumbry ook is, deze plaat voegt aan het idioom dat Coltrane, Sanders en Tyner zes decennia geleden vestigden niets fundamenteels toe. Dit is virtuoze hedendaagse jazz binnen een bestaand vocabulaire, geen herziening daarvan. Wilkins schildert met grote zekerheid op een doek dat door zijn voorgangers is opgespannen. Hij doet dat schitterend, maar wie hier een breekpunt in de jazzgeschiedenis verwacht, zoekt op de verkeerde plaats. De afsluiters ‘Dolla$’ en ‘Put 100 On The Blue Chain’ bevestigen dat patroon: krachtige, doorleefde stukken zonder de directe melodische haakjes die Volume 1 wél had in ‘Warriors’ en ‘Charanam’.
Ook de keuze om Volume 3 uitsluitend digitaal uit te brengen voelt voor een live-document van deze ambitie een gemiste kans. Een vinyl-uitvoering met die marathonversie van ‘Composition IX’ verdeeld over twee kanten zou een verzamelobject zijn geweest.
Wilkins (29) speelt op deze plaat alsof hij twintig jaar ouder is. Het Immanuel Wilkins Quartet bewijst met dit derde deel dat het zich terecht plaatst in de traditie van kwartetten die de Village Vanguard tot hun werkplaats maakten, van Bill Evans tot Brad Mehldau. Geen vernieuwing van het format, maar een hedendaagse invulling die overtuigt door overgave en techniek in gelijke mate. Wie de driedelige reeks compleet beluistert, hoort niet drie albums maar één bewijs dat akoestische jazz in 2026 nog altijd kan branden zoals in 1961. Heerlijke muziek voor de late avond, en voor wie eens wat anders dan Barry White zoekt voor het naar bed gaan: hier ligt een alternatief dat warm blijft tot de plaat is afgelopen. (8/10) (Blue Note Records)
