Sommige samenwerkingen ontstaan uit strategie, andere gewoon omdat twee mensen al vijftien jaar met elkaar spelen. Dat laatste is het geval bij Paahto & The Bull, het gitaarduo van Patrick Paahto Cummins en John Francis Flynn. De twee Dublinners kennen elkaar sinds 2011 en richtten twee jaar later samen de traditionele folkgroep Skipper’s Alley op. Flynn bouwde daarna een eigen naam op met soloalbums als ‘I Would Not Live Always’ en ‘Look Over the Wall, See the Sky’, beide uitgebracht via River Lea Recordings en internationaal goed ontvangen. Cummins bleef intussen dichter bij de klassieke Ierse folktraditie.
Het project ontstond eigenlijk per ongeluk, tijdens de coronapandemie, toen de twee gewoon wat gingen experimenteren met muziek voor twee gitaren. Cummins nam zijn liefde voor bluegrass flatpicking mee, Flynn zijn eigenzinnige manier van begeleiden. Uit wat begon als video’s op Instagram groeide uiteindelijk ‘The 123’, vernoemd naar de Dublinse buslijn die vroeger de straat van de een verbond met die van de ander.
Het album bevat alleen instrumentale, traditionele reels en airs. Geen tekst, geen opsmuk. De opener ‘The Limestone Rock / John Naughton’s / O’Reilly’s Greyhound’ laat meteen horen waar het om gaat: twee gitaren die elkaar aanvullen zonder elkaar in de weg te zitten. ‘The Battle of Aughrim’ is misschien wel het meest ingetogen moment van de plaat, met een melodie die alle ruimte krijgt om gewoon te bestaan. ‘Bonaparte Crossing the Alps’ gaat de andere kant op, sneller en strakker gespeeld, en laat zien hoe goed deze twee op elkaar zijn ingespeeld.
Wat mij betreft is ‘Eibhlín Gheal Chiúin Ní Chearbhaill’ het hoogtepunt. Flynns gevoel voor melancholie en Cummins’ technische precisie komen hier samen op een manier die eenvoudig klinkt, maar dat zeker niet is. Ook ‘Planxty George Brabazon’ werkt goed, met een wisselwerking tussen de twee gitaren die niets extra’s nodig heeft om te overtuigen. De plaat sluit af met ‘Britches Full of Stitches / Terry Teahan’s’, en dat voelt precies goed, want het album eindigt zoals het begon.
Het is een sober album, opgenomen zonder studiotrucjes of extra instrumenten. Alleen twee gitaren en nummers die al generaties meegaan. Voor wie enkel Flynns solowerk kent, dat vaak experimenteler is en met invloeden uit post-punk, kan dit wat karig aanvoelen. Maar wie oprecht geïnteresseerd is in Ierse traditionele muziek, vindt hier tien stukken die stuk voor stuk kloppen.
‘The 123’ vraagt niet om aandacht, maar verdient die wel. Cummins en Flynn laten zien dat je met minder soms juist meer zegt. (Cian Murphy) (8/10) (Claddagh Records)
