Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Michael Weston King – Nothing Can Hurt Me Anymore
Twee jaar geleden waren de Britse singer-songwriter Michael Weston King en zijn vrouw Lou Dalgleish bezig met de voorbereiding van een nieuw album voor hun gezamenlijke project My Darling Clementine. In die periode vond een steekpartij plaats in hun woonplaats Southport, waarbij drie jonge meisjes werden vermoord. Een ervan was hun zesjarige kleindochter Bebe. Michael en Lou hadden nu wel iets anders aan hun hoofd dan het gezamenlijke project. Uiteraard moest het verlies van hun kleindochter worden verwerkt. Dit resulteerde in soloprojecten voor beiden, want ieder rouwt op zijn eigen manier. Het album van Lou komt later dit jaar uit, dat van Michael is onlangs verschenen. Voor dit album, getiteld ‘Nothing Can Hurt Me Anymore’, heeft Michael een aantal nummers nieuw geschreven en voor een aantal is hij in zijn eigen archief gedoken en daar op bv. Een cassettebandje met nummers dat hij vond passen bij deze gebeurtenis. Men zou een droevig en loodzwaar album verwachten. Het is niet zo dat de vrolijkheid ervan afdruipt, maar er zijn voldoende lichtpuntjes, die hoop bieden. Deze opnamen werden gedeeltelijk gedaan in de Addaband Studios in Midden-Wales en gedeeltelijk in de Yellow Arch Studios in Sheffield. Hij krijgt ondersteuning van een stel uitstekende muzikanten, waaronder Colin Elliot (toetsen), Shez Sheridan (diverse gitaren) en multi-instrumentalist Clovis Phillips. De elf nummers zijn prachtig uitgevoerd. De teksten zijn het meer dan ooit waard om beluisterd te worden, waarmee nog maar weer eens wordt bewezen dat Michael een meer dan uitstekende componist en tekstschrijver is. Hij is in staat om zowel lieflijke liedjes te maken, zoals ‘La Bamba In The Rain’, als woedend te klinken, zoals in het indrukwekkende ‘The Golden Hour’, waarin hij rechtsextremistische groeperingen de schuld geeft van het kapen van deze vreselijke gebeurtenis voor eigen gewin. Een prachtig album, dat helaas gemaakt kon worden naar aanleiding van zo’n vreselijke gebeurtenis. Absolute meesterklasse. (Eric Campfens) (9/10) (Continental Song City)

Rexoria – Fallen Dimension
Fallen Dimension is het vierde album van deze Zweedse powermetalband. Het album telt elf nummers die allen goed in elkaar steken, maar geen enkele positieve uitschieter bevat. Frida Ohlin is de drijvende kracht achter Rexoria. Niet alleen is ze de zangeres, maar ze speelt ook keyboards en is verantwoordelijk voor de teksten. Hierdoor heeft ze een groot aandeel in het, zoals ze het zelf noemen, “Royal-Metal”-geluid. Op de afsluiter ‘Heart Of Sorrow’ zingt ze een duet met Johnny Gioeli, bekend van Axel Rudi Pell en Hardline. Dit is ook meteen het beste nummer van het album. De verpakking is mooi, de uitvoering is goed en degelijk maar er gebeurt te weinig om de luisteraar te kunnen boeien. De nummers gaan het ene oor in en het andere oor weer uit. Een kleine voldoende voor dit doorsneepowermetalalbum. (Ad Keepers) (6/10) (Black Lodge Records)

MUNA – Dancing on the Wall
MUNA brengt na vier jaar weer nieuw materiaal uit, en wel hun vierde album ‘Dancing on the Wall’, en dit keer klinkt het trio uit Los Angeles scherper en donkerder dan ooit. Waar hun zelfgetitelde album uit 2022 nog zonnebadend en confettibestrooid was, kanaliseren Katie Gavin, Naomi McPherson en Josette Maskin de nerveuze energie van een stad in politieke crisis op dit nieuwe werk. Opener ‘It Gets So Hot’ komt lekker binnen met synths en onstuimige productie, terwijl de titelsingle ‘Dancing on the Wall’ misschien wel de meest duidelijke MUNA-song is die de band ooit heeft geschreven, een aaneenschakeling van verlangen en zelfspot die uitmondt in een anthem voor de dansvloer. ‘Eastside Girls’ is een geniale ode aan Los Angeles, ‘Girl’s Girl’ bruist van venijnige vrolijkheid, en ‘Mary Jane’ doet denken aan de beste eighties synthpop. Niet alles overtuigt even sterk, ‘Big Stick’ mist muzikale urgentie ondanks zijn politieke lading, en sommige interludes voelen overbodig. Toch bewijst ‘Dancing on the Wall’ dat MUNA een van de meest toegewijde popcollectieven van dit moment blijft, een band die dansen en betekenis moeiteloos combineert. (Anton Dupont) (8/10) (Saddest Factory Records)

Lykke Li – The Afterparty
Lykke Li, wie kent d’r niet? Na ‘I Follow Rivers’ probeerde ze nog flink wat hits te scoren, maar nooit lukte het haar. Met ‘The Afterparty’ levert de Zweedse popauteur Lykke Li haar zesde, en mogelijk laatste, album af. De plaat is compact, slechts negen nummers in iets minder dan 25 minuten, maar wat er is, spreekt voor zich. Li omschrijft het album als een document over haar lagere zelf, wraak, schaamte en wanhoop, maar al die angst wordt uitgedanst op de dansvloer, gedragen door zwellende strijkers en elektronica. Leadsingle ‘Lucky Again’, met een sample van componist Max Richter, combineert orchestrale arrangementen met uptempo dancebeat en is direct het hoogtepunt van de plaat. ‘Not Gon’ Cry’ opent met galopperende energie, terwijl ‘Are You Happy Now’ uitbarst in triomfantelijke koperblazers die aan Gloria Gaynor doen denken. Het pianostuk ‘Famous Last Words’ toont haar kwetsbaarheid. De brievigheid van het album is zowel zijn kracht als zijn zwakte, want de plaat vliegt zo snel voorbij dat er nauwelijks ruimte is om zich te nestelen. Toch: als dit haar afscheid is, neemt Lykke Li het op haar eigen voorwaarden, met een album dat wrevel omzet in schoonheid. (William Brown) (8/10) (Neon Gold/Futures)

Peter Frampton – Carry the Light
Zestien jaar na zijn laatste album met nieuw materiaal keert Peter Frampton terug met ‘Carry the Light’, zijn meest persoonlijke plaat tot dusver. Samen geschreven en geproduceerd met zijn zoon Julian, en ingekleurd door een indrukwekkende gastenlijst, waaronder Sheryl Crow, Tom Morello, Graham Nash, H.E.R. en Benmont Tench, klinkt de 76-jarige gitaarlegende als iemand die niets meer heeft te bewijzen maar alsnog alles geeft. De titeltrack opent met stomp dance-gezang van leden van de Absentee Shawnee-stam, waarna Framptons kenmerkende gitaar het overneemt in een smeekbede om eenheid. ‘Buried Treasure’ is een ontroerende Tom Petty-hommage, waarbij elke regel een verwijzing naar een Petty-nummer bevat en Tench op orgel een indringende bijdrage levert. Sheryl Crow blinkt uit op de midtempo-rocker ‘Breaking the Mold’, en Tom Morello spuit zijn protestrock-energie in ‘Lions at the Gate’. De jazzachtige ‘Islamorada’ met H.E.R. en het meerdelige ‘Tinderbox’, geïnspireerd door Marvin Gaye, tonen de breedte van Framptons muzikale horizon. ‘Carry the Light’ is een vreugdevolle en vitale comeback. (Anton Dupont) (8/10) (UMe)

