Met ‘HOPE!!’ levert Angélique Kidjo, de Beninese zangeres die al vier decennia tussen West-Afrika en het Westen pendelt,haar negentiende studioalbum, een 16 tracks tellend dubbelalbum op Parlophone/Warner Music waarop vrijwel iedere track een hooggeplaatste gastartiest meebrengt, af.
De gastenlijst leest niet als een gastenlijst, maar als een wedstrijdopstelling. Pharrell Williams, die ook drie tracks produceerde, Davido, Ayra Starr, Quavo, Nile Rodgers, Charlie Wilson, PJ Morton, IZA, Dadju, Diamond Platnumz, Fally Ipupa, The Cavemen, het Soweto Gospel Choir, Florent Pagny, Sheila Maurice-Grey van Kokoroko, en als songschrijver Diane Warren. Wie even op de labelcredits let, ziet dat Kidjo bij Warner zit, The Cavemen bij Sony en Ayra Starr via Mavin bij Universal. Dit is dus geen interne marketingdeal van één concern, maar een persoonlijk samengesteld team uit drie majors. Dat gegeven verandert de manier waarop je naar dit album kijkt.
Want laten we eerlijk zijn: ‘HOPE!!’ is met zorg ontworpen om Kidjo te catapulteren naar de Amerikaanse A-status die ze al jaren verdient en die haar tot nu toe net is ontglipt. Vijf Grammys, de Polar Music Prize, een uitnodiging voor de heropening van de Notre-Dame, een plek op de TIME 100, een carrière vol officiële kroontjes. Wat ontbrak, was die ene plaat die haar definitief op één lijn zou plaatsen met Beyoncé en Rihanna in het commerciële gesprek. Dit is die plaat. En het is brutaal, slim, en bovenal ronduit fenomenaal.
Een vooraanstaand Amerikaans muziekblad merkte droogjes op dat sterrenalbums als deze “een who’s who” zijn waarbij gasten “symbolisch” zijn voor eenheid, en dat cynici dat een marketingstrategie noemen. Klopt. Het is een marketingstrategie. Maar het is óók een briljant gecureerde marketingstrategie, en die twee dingen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Mensen mogen hun album promoten, en als ze het zo overtuigend doen als hier, dan verdient die ambitie applaus.
Kijk naar de keuzes. Ayra Starr op ‘Aye Kan (Are You Coming Back?)’ is geen toeval: ze is, net als Kidjo zelf, geboren in Benin en opgegroeid in Cotonou, en ze noemt Kidjo expliciet als belangrijke invloed op haar eigen artist profile. Dit is een Beninese moeder-dochter-ontmoeting verpakt als Afrobeats-crossover, en het is misschien wel de mooiste track van het album. De productie is ingehouden waar dat moet, Ayra Starr’s stem fladdert over Kidjo’s diepere register, en het werkt zonder dat een van beide stemmen het onderspit hoeft te delven. Kidjo opent letterlijk de Afrobeats-poort naar haar eigen jongere landgenote.
The Cavemen op ‘I’m On Fire’ en ‘Nadi Balance’ is een al even strategische zet. Het Lagos-broederduo werd in deze Maxazine-recensie van ‘Cavy in the City’ bestempeld als architecten van de nieuwe culturele uitwisseling tussen Lagos en Londen, en hun ontmoeting met Kidjo liep al via dat album, waar zij meezong op de tweede track. Het concert in Paard, Den Haag, bevestigde in februari hun status als een van de spannendste highlife-acts van dit moment. Op ‘I’m On Fire’ rangeren ze zich rond Fela Kuti’s ‘Zombie’-template, en Sheila Maurice-Grey’s trompet doet de rest. Voor jongere fans is dit dé connectie tussen Kidjo en hun eigen highlife-revival. Voor Kidjo is het een directe lijn naar Gen Z.
En dan Florent Pagny op ‘Malaïka’. Dit is misschien wel de meest berekenende keuze van het hele album, en daarom geniaal. De Franstalige markt is voor Kidjo, geboren in een Frankrijk-georiënteerd Benin, fundamenteel. Pagny is in Frankrijk een instituut. Door hem op de Miriam Makeba-klassieker te zetten als sluitstuk, op een filharmonisch arrangement van Derrick Hodge, verankert ze haar Franstalige zichtbaarheid op het moment dat ze de Amerikaanse markt vol gas geeft. Bovendien was ‘Malaïka’ haar moeders favoriete nummer, dus de zakelijke logica zit bovenop een echte emotie. Dat is hoe je een albumlijst dichttimmert.
Pharrell levert op ‘Bando’, ‘No Stopping Us’ en ‘For Me’ precies wat hij geacht wordt te leveren: glanzende, stadionklare grooves waarop Kidjo’s stem het cement vormt. Charlie Wilson van The Gap Band geeft ‘For Me’ zijn kenmerkende soulspray. ‘Joy’ met Davido, dat al in 2024 als single verscheen, is op album opnieuw een kleine zonnesteek. ‘Jerusalema’ als solo-interpretatie, het nummer waarmee Kidjo bij de heropening van de Notre-Dame in 2024 haar zestiende Grammy-nominatie binnenhaalde, is beheerst en aangrijpend. ‘Superwoman’ met Dadju jongleert met Yorùbá, Fon, Frans, Lingala en Engels en bewijst Kidjo’s polyglotte vaardigheid, dezelfde vaardigheid die haar 1994-doorbraak ‘Agolo’ indertijd al onmiskenbaar maakte.
Het enige punt waarop kanttekeningen mogelijk zijn: dit album is in de eerste plaats een product, en pas in de tweede plaats een kunstuiting. Maar het is een product op het hoogste denkbare niveau, en wie de zestien tracks achter elkaar doorluistert, vergeet die nuance binnen vijf minuten.
Kidjo levert hier een album af dat tegelijk persoonlijk en commercieel zeer berekenend is. Het is opgedragen aan haar in 2021 overleden moeder Yvonne, kostte vijf jaar werk, en is met een gastenlijst opgetuigd die zowel artistiek als strategisch fenomenaal gecureerd is. Internationale recensies zijn welwillend tot lovend.
‘HOPE!!’ plaatst zich in de lange traditie van Afrikaanse vrouwelijke iconen, van Miriam Makeba tot Cesária Évora, die hun stem inzetten als bruggenbouwer. Dat het in 2026 nog steeds nodig is om optimisme als politieke daad te formuleren, zegt iets over de tijd. Dat Kidjo het op haar 65e overtuigender doet dan vrijwel iedereen, zegt iets over haar. (9/10) (Parlophone/Warner Music)
