Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Stargazers – Stargazers
Het in Amsterdam gewortelde Stargazers levert met het titelloze debuut-EP een van de meest intrigerende jazzreleases van het jaar af. Saxofonist, fluitist en componist Finn Peters, graaft diep in de jazztraditie van de jaren zestig en zeventig. Het is het type jazz dat liefhebbers bij voorkeur van vinyl draaien: de kraakjes, spetters en het ruisen van de naald door de groef, horen bij deze jazz als zwart bij Jules Deelder, en die laatste naam is niet willekeurig gekozen. Zelfs als Rotterdammer zou Deelder dit absoluut gewaardeerd hebben, omdat Finn zoveel recht doet aan de pure jazz en dat bovendien met een zeskoppige formatie in één take direct-to-disc opnam. Geen overdubs of correcties, waardoor je de spanning van musici voelt. Het maakt Stargazers eerlijk en soms bijna ongemakkelijk intiem. Een van de hoogtepunten is ‘Clifford Jordan’, een wonderschone hommage aan de legendarische tenorsaxofonist die bij Art Blakey, Charles Mingus en Max Roach furore maakte. De invloeden zijn hoorbaar, maar subtiel. Let daarbij ook vooral eens op de ritmesectie die wordt gevormd door drummer Yoran Vroom en broer Yariv Vroom op percussie: door het programma ‘Het Uur van de Wolf’ al meesters van de groove genoemd en een van de redenen waarom dit Stargazers een fraaie belofte vormt voor de toekomst. (Jeroen Mulder) (8/10) (Stargazers)

Riffstone – Sanctuary Sky
Het Britse progressief rock project Riffstone bestaat uit de multi-instrumentalisten en zangers Dave Allen en Colin Powell. De sfeer van hun melodieuze, symfonische soundscapes passen bij de teksten, deze gaan bijvoorbeeld over mythologie en menselijke emoties. Hun inspiratie komt van bands als Big Big Train, Alan Parsons Project en, zeker vocaal gezien, Yes. Dat is terug te horen in de markante, soms hoge zang, die regelmatig gestapeld is. Tijdens vocale delen is de muziek meestal zachter, dit sluit aan bij de kleur van de (soms monotone) zang en bij de bijzonder manier van zingen. De woordeloze, (vrouwelijk klinkende) zang is prima toegevoegd. De rockende, snellere delen zijn voornamelijk instrumentaal. De klank van de “percussie” varieert: vooral in de ritmische delen is het te klinisch. Tijdens diverse breaks en het intro van ‘Tylwyth Teg’ is de klank goed. Er is veel variatie in keyboards en gitaren, ook de bas is aangenaam aanwezig. De balans hier tussen is prima. Een aantal wendingen verlopen geleidelijk, andere instrumentale veranderingen in tempo, volume en sfeer zijn behoorlijk groot. Het eigen geluid van Riffstone komt op ‘Sanctuary Sky’ duidelijk naar voren. (Esther Kessel-Tamerus (7/10) (Eigen Productie)

Opeth – The Last Will & Testament
Na vijf jaar stilte keert Opeth terug met hun veertiende studioalbum en brengen ze de doodsgrunts terug die al sinds ‘Watershed’ afwezig waren. ‘The Last Will & Testament’ is opgezet als conceptalbum rond de lezing van een testament in de jaren twintig, waarbij Jethro Tull’s Ian Anderson als verteller fungeert en tevens fluitsoloˆs bijdraagt. De zeven paragraafnummers vormen een doorlopend verhaal waarin Mikael Åkerfeldt’s hernieuwde harshheid perfect past bij de gotische atmosfeer. Opener ‘§1′ toont meteen de band’s intenties met een afwisseling tussen melodieuze passages en bruutweg geweld, ondersteund door strijkers die David Stewart arrangeerde. Nieuwe drummer Waltteri Väyrynen demonstreert zijn vakmanschap met complexe ritmische patronen die naadloos meegaan met Åkerfeldt’s schiftende songstructuren. ‘§2′ bevat enkele van de sterkste riffs die Opeth in jaren heeft geschreven, waarbij de orgeltonen aan Pink Floyd’s ‘Zabriskie Point’ doen denken. Hoewel het album zwaarder klinkt dan de recente progressieve rock-platen, blijft het een natuurlijke voortzetting van ‘In Cauda Venenum’ met toegevoegde metalen tanden. ‘§5’ toont hoe de band jazz-invloeden verweft met death metal zonder dat het geforceerd aanvoelt. Het afsluitende ‘A Story Never Told’ is een prachtig stuk folk-getinte prog waarin Åkerfeldt zijn cleane stem laat schitteren boven akoestische gitaren en Anderson’s fluit. Met dit album bewijst Opeth dat ze hun verleden kunnen eren terwijl ze artistiek vooruit blijven bewegen. (Anton Dupont) (9/10) (Reigning Phoenix)

Juice WRLD – The Party Never Ends
Het vijfde en laatste postume studioalbum van Juice WRLD sluit een tijdperk af dat voortijdig eindigde met zijn tragische overlijden in 2019. ‘The Party Never Ends’ presenteert achttien tracks waarin de eigenzinnige emotionele kwetsbaarheid van de rapper verweven wordt met samenwerkingen van Nicki Minaj, Eminem en Fall Out Boy. De openingstrack zet meteen de toon met een mengeling van melancholie en bravoure, waarbij producer Benny Blanco’s handtekening duidelijk hoorbaar is. Nummers als ‘AGATS2’ en ‘Lace It’ tonen Juice’s vermogen om pijnlijke thema’s rond verslaving en mortaliteit te verwerken tot catchy melodieën, hoewel sommige tracks eerder aanvoelen als onafgewerkte schetsen dan volwaardige composities. De productie varieert van Nick Mira’s kenmerkende pianoloops tot Metro Boomin’s zwaardere beats, maar mist regelmatig de cohesie die zijn eerdere werk kenmerkte. Het Kid Laroi’s bijdrage ‘Goodbye’ vormt een ontroerend hoogtepunt, terwijl de samenwerking met Fall Out Boy op ‘Best Friend’ ongemakkelijk blijft hangen tussen emo-rock en trap. Het album worstelt met dezelfde vraag die alle postume releases achtervolgt, namelijk of de muziek uitgebracht wordt vanwege artistieke verdienste of commerciële overwegingen. Ondanks deze twijfels blijft Juice’s stem een unieke kracht in de hedendaagse hip hop, met zijn zanglijnen die moeiteloos tussen rap en melodische passages zweven. (Norman van den Wildenberg) (6/10) (Grade A/Interscope)

Ian Shaw – Stephensong
De Shakespeare van de musical: het is de bijnaam van Stephen Sondheim. Zijn beroemdste werk is zonder enige twijfel ‘West Side Story’, met teksten van Sondheim op de muziek van Leonard Bernstein. Maar Sondheim schreef ook prachtige muziek en dat horen we op dit album, dat veel meer is dan een verzameling liedjes op een tribute album. Ian Shaw brengt op ‘Stephensong’ een waar eerbetoon, een oprechte hommage aan de genialiteit van Sondheim waarbij de zanger, enkel bijgestaan door pianist Barry Green, bovenal de pure schoonheid van de composities laat horen. Songs als ‘No One Is Alone’ en ‘Take Me To The World’ worden in deze minimalistische uitvoeringen breekbaar, maar tegelijk ook doorleefd en intens. Daar waar Sondheims wereld uit bombast bestond die de musical nu eenmaal is, laat Shaw horen wat er van de songs overblijft als je ze ontdoet van die rijke arrangementen. Dat is een enorm risico, maar de verrassing is groot als blijkt dat ze stuk voor stuk overeind blijven. Meer dan, zelfs. Shaw en Green geven de songs een nieuw leven, geven de composities letterlijk ruimte om te ademen waardoor de teksten veel meer zeggingskracht krijgen. ‘Marry me a little, love me just enough’. Wij geven ons ja-woord. (Jeroen Mulder) (8/10) (Silent Wish Records)

