Nadat Maynard James Keenan met A Perfect Circle en A.A. Williams de 013 eerder had getrakteerd op een sterk optreden, was de verwachting hooggespannen dat hij met zijn andere band, Puscifer, opnieuw een trefzekere keuze zou maken.

De avond begon echter met enige verwarring bij de ingang. Buiten de 013 stonden verschillende rijen, waaronder die voor een uitverkochte exclusieve avond op de Next Stage, waar de oud-drummer van Iron Maiden voor een exclusieve avond ging zorgen. Met de vele metalbadges en Iron Maiden-patches op de spijkerjasjes leek het aanvankelijk duidelijk welke rij bij welk optreden hoorde. Toch had de 013 hier wellicht wat meer duidelijkheid kunnen verschaffen. Hierdoor sloten bezoekers aan in de verkeerde rij en moesten zij vervolgens alsnog achteraan aansluiten bij een andere, inmiddels langere rij.
Voor het voorprogramma stond Dave Hill gepland. Aanvankelijk was er nog de gedachte dat het wellicht om de man achter Slade ging, maar dat bleek niet het geval. Hill bracht een optreden waarin absurde humor en komische absurdisme de boventoon voerden. Een aanpak die duidelijk niet bij iedereen in de smaak viel.
Waar A.A. Williams destijds al voor een volle zaal had gespeeld, moest Hill het met aanzienlijk minder publiek doen. Een deel van de aanwezigen leek zich te vervelen en wachtte zichtbaar op de komst van Puscifer. Anderen zagen juist de humoristische intentie van zijn optreden en gingen mee in de interactie, waarbij zij op zijn eigen aandringen de naam ‘Dave’ scandeerden.
Het was voor sommigen dan ook een geschikt moment om nog iets te drinken te halen, de merchandise te bekijken of een bezoek aan het toilet te brengen. De merchandise zelf was overigens behoorlijk aan de prijs. T-shirts werden bijna tot luxeartikelen verheven, al kreeg je daar wel een mooi shirt voor terug. Voor de liefhebbers die bereid waren 150 euro neer te tellen, was er bovendien een gesigneerde poster verkrijgbaar.
Met zulke prijzen, in combinatie met de entreeprijs, was een voorprogramma dat muzikaal wat meer aansloot bij de hoofdact zeker welkom geweest. Toch paste Hills absurde humoristische stijl wel binnen de theatrale en multimedia-achtige benadering die Puscifer later op de avond zou laten zien. Het bleef daarmee vooral een kwestie van smaak.
De entree van Puscifer maakte vervolgens veel goed. Net als bij A Perfect Circle werd het publiek op typisch Texaanse wijze gewaarschuwd dat het om een No Phone Show ging. Wie tijdens het optreden toch zijn telefoon tevoorschijn haalde, riskeerde zonder pardon uit de zaal te worden verwijderd.

Voorafgaand aan de eerste noten werd deze boodschap nog eens onderstreept met een projectie die deed denken aan een Marvel-stripverhaal. Een Orson Welles-achtige stem nam het publiek mee in een herhaling van de boodschap: “Repeat after me… no phones”.
Daar viel natuurlijk wel iets voor te zeggen. De vele handen die op verschillende momenten de lucht in gingen om met een mobiele telefoon korte fragmenten te filmen, zorgden er soms voor dat bezoekers juist de momenten misten die zij op datzelfde moment zelf beleefden.

Misschien zou een dergelijke telefoonvrije aanpak ook helpen om bezoekers die een popzaal soms meer als een café beschouwden, weer wat nadrukkelijker op de muziek te richten. Want hoewel Puscifer op volle sterkte speelde, waren er nog steeds gesprekken te horen van bezoekers die het nodig vonden om tijdens de muziek uitgebreid met elkaar te converseren. Dat deed soms afbreuk aan de concentratie waarmee de band zijn optreden neerzette.
Puscifer zelf ging echter onverstoorbaar aan de slag. De band bleef statisch en geconcentreerd spelen, zonder de behoefte om voortdurend interactie met het publiek te zoeken.

Maynard James Keenan had zich, net als bij A Perfect Circle, achteraan het podium op een verhoging genesteld. Van daaruit deed hij zijn werk, met een gemodelleerde hanenkam en opvallende bril. Zijn podiumprésence bleef onmiskenbaar en had iets bijna aureoolachtigs. Keenan wist op een kunstzinnige, haast surrealistische manier de aandacht naar zich toe te trekken.
Carina Round was eveneens een opvallende verschijning. In haar opzichtige rode jurk leek zij haast op een levensgrote rode strik van Katrien Duck. In combinatie met de mooi uitgebalanceerde lichtshow vormde dit het startsein voor een enerverende avond.

Muzikaal kwam Puscifer live misschien nog wel beter tot zijn recht dan op album. De hoekige, puntige en strak geproduceerde beats kregen op het podium een extra dimensie. De elektronische elementen, de ritmische precisie en de soms bijna mechanische sound vormden een overtuigend geheel.
Keenan had daarbij een charisma dat moeilijk te negeren viel. Zijn zang bleef on point en zijn aanwezigheid was, ondanks de afstand tot het publiek, bijzonder krachtig. Hij hoefde daarvoor niet voortdurend in beweging te komen of contact met de zaal te zoeken.
Het laatste album van Puscifer, ‘Normal Isn’t’, kwam goed aan bod. De set werd geopend met ‘Thrust’, waarna ook het titelnummer en het pakkende ‘Pendulum’ het publiek werden voorgeschoteld. De nieuwe nummers sloten naadloos aan bij het karakteristieke geluid van de band.
Puscifer had de laatste jaren bovendien een grotere muzikale output dan zijn thuisbasis Tool. Dat was wellicht jammer voor liefhebbers van de stevigere, progressieve en conceptuele metal waarmee Tool zich had onderscheiden. Puscifer had zich door de jaren heen echter eveneens ontwikkeld en met ‘Normal Isn’t’ mogelijk een van zijn betere albums afgeleverd. Ook hierbij bleef smaak uiteraard bepalend.

Net als bij A Perfect Circle volgde er halverwege het optreden een korte pauze. Het publiek werd daarbij beziggehouden met een korte sketch, comedy en een mockumentary. Die theatrale aanpak maakte achteraf ook de keuze voor Dave Hill als voorprogramma begrijpelijker. Zijn absurde humor sloot aan bij de multimedia-achtige wereld waarin Puscifer zich op het podium bewoog.
De liefhebbers kregen uiteindelijk waar voor hun geld. Puscifer speelde strak, overtuigend en met een duidelijke artistieke visie. Een extra vermelding verdiende drummer Gunnar Olsen, die die avond de drijvende kracht achter de band vormde en het geheel met zijn ritmische spel stevig bijeenhield.
Puscifer is geen alledaagse band, maar Maynard James Keenan is dan ook geen alledaagse artiest. Zijn vermogen om muziek, theater, humor en beeldende kunst samen te brengen, maakte het optreden tot een bijzondere ervaring.
Een artiest met een geheel eigen signatuur, waarvan er in de huidige generatie niet veel meer rondliepen. Koesteren deze man.
Foto’s (c) Jayno Berkhoudt
