Fischer-Z was zo’n band zonder echte hardcore fans. The Clash, The Police, The Stranglers, Seks Pistols: allemaal hadden ze een schare fans bij elkaar gebracht die elke song van genoemde bands van voor naar achteren kende. Hoe anders was dat bij de band rond John Watts. Op de Britse golf die new wave, punk en artrock naar het vasteland bracht, deinden Watts cum suis mee. Geen absolute fans, maar tegelijkertijd niemand die een hekel had aan het geluid van Fischer-Z. Ze waren OK. In elk geval OK genoeg om een paar grote hits te scoren met ‘The Worker’, ‘So Long’ en ‘Marliese’.
Bij Fischer-Z hangt altijd één vraag boven de markt: hoe relevant zijn ze (geweest)? Het antwoord schuilt in 23 albums die in totaal meer twee miljoen keer over de toonbank gingen. Ter vergelijking: The Police verkocht 75 miljoen platen. Maar waar Sting, Summers en Copeland besloten dat het genoeg was geweest, ging Fischer-Z gewoon door.
Dit jaar viert de band haar vijftigjarig jubileum en dat doet het op gepaste wijze met album nummer 24. ‘X-Ray Serenade’ telt zeven nieuwe tracks en een handvol oude klassiekers die zijn opgepoetst, al dekt die term niet de lading. De oude nummers hebben onder de toevoeging ‘Reimagined’ een volledig nieuw arrangement gekregen. ‘So Long’ is wat betreft tempo flink naar beneden geschroefd en krijgt een bijna jazz-achtige sfeer, helemaal omdat de stem van de inmiddels 71-jarige Watts doorleefder klinkt dan in het origineel dat in 1980 op ‘Going Deaf for a Living’ stond. De stem heeft levenservaring opgedaan en is na vijftig jaar vanzelfsprekend minder soepel, zeker in het hoog, toch het handelsmerk van Watts.
Of die herinterpretaties een waardevolle toevoeging zijn aan het repertoire van de band, laat zich betwijfelen. De kenmerkende gitaarriff en de beukende drums zijn in ‘Marliese’ ontdaan van hun bijtende, stuwende karakter en op de een of andere wijze komt de tekst van Watts dan ook minder tot haar recht. ‘The waiting almost brought me to my knees’… woorden die in combinatie met het wanhopige uitschreeuwen van de naam geloofwaardig waren, maar in deze versie bijna potsierlijk.
Het belangrijkste wapenfeit op ‘X-Ray Serenade’ zijn de zeven nieuwe nummers. Hierin blijkt Watts nog altijd een geweldig verteller te zijn en iemand die heel goed naar de wereld om hem heen kijkt. De teksten gaan over gewone mensen in hun strijd om het bestaan, terwijl dat bestaan van alle kanten wordt bedreigd, niet in de laatste plaats door politieke keuzes. We zijn weliswaar vijftig jaar verder, maar de actuele toestand in de wereld is zorgelijker dan ooit. Het vormt nog steeds een onuitputtelijke bron van inspiratie.
De opening ‘Strings’ is een goed voorbeeld: in een filosofische tekst beschrijft Watts de beproevingen van de moderne tijd, waarin feiten en de waarheid er eigenlijk niet meer toe doen. Wie trekt aan de touwtjes als jij het zelf niet doet? Watts zingt het met urgentie, bijna als laatste boodschap voordat hij met de huidige bezetting, na de laatste show, het licht uitdoet. Nog één keer een statement maken, want de tijd raakt op en glipt ons door de vingers.
Dit besef van het voorbijgaan van tijd loopt als een rode draad door het album, met het monumentje ‘Precious Time’ als uitschieter, hoewel geen typisch Fischer-Z materiaal. Dat biedt ‘X-Ray Serenade’ wel, inclusief de ietwat zwartgallige humor waarover Watts nog steeds beschikt. Genadeloos fileert hij bijvoorbeeld de hedendaagse obsessie met het streven naar het perfecte lichaam.
Is dit album het laatste wapenfeit van de band? Wat Watts betreft niet: “Het is een reis geweest met hoogte- en dieptepunten, maar ik kan niet wachten om het met iedereen te vieren. Op nog veel meer jaren vol nieuwe muziek, shows en kunst.” Prima. Maar speel ‘Marliese’ maar gewoon in de versie van ‘Red Skies over Paradise’. (7/10) (Cherry Red Records)
