Barry Manilow brengt met ‘What a Time’ zijn drieëndertigste studioalbum uit, en voor het eerst in bijna vijftien jaar staat er weer grotendeels nieuw materiaal op. Het is, en daar is geen vriendelijke manier voor, een beproeving.
Je moet het maar durven horen zoals het is. Wie Manilow nog kent van ‘Copacabana’ of ‘Mandy’, van de man die wist hoe je een melodie bouwt en een arrangement laat zwellen tot iets wat een hele zaal meekreeg, moet dit album eigenlijk niet opzetten. Want van die Manilow is hier vrijwel niets terug te vinden. Wat overblijft is de vorm zonder de inhoud: de gebaren van een groot entertainer, uitgevoerd met een stem en een productie die het niet meer kunnen waarmaken.
Het begint al verkeerd met ‘Once Before I Go’, een opener die zo larmoyant is dat je bijna wegkijkt. Manilow laat hier nog één keer weten wie hij is, dat hij zijn vleugels wil spreiden, en hij doet dat over een tekst die blijft hangen in zoetigheid. Erger is de uitvoering. Hij zingt met hoorbare moeite, en door zijn stem loopt een sis die klinkt alsof er iets niet goed vastzit. Dat zet meteen de toon, en het is geen toon die je wilt horen. ‘Sun Shine’, geschreven met Gary Barlow van Take That, maakt het niet beter. Het is een lispelende pastiche van een jaren zestig-deuntje waar niemand vrolijk van wordt. De tekst is kinderlijk, de melodie nietszeggender dan wat je zelf zou kunnen verzinnen, en de slotuithaal van Manilows stem is ronduit pijnlijk om te horen. Wat Barlow precies heeft bijgedragen, blijft een raadsel: zijn naam staat als medecomponist in de credits, maar van een songschrijver van zijn niveau valt in dit liedje niets terug te vinden.
En dan is er ‘One More Chance’, waarbij je het ongemakkelijke gevoel bekruipt dat je naar het gedichtje van een enge stalker zit te luisteren. “Hey, it’s me again, I know I promised you I wouldn’t call”, zingt Manilow, en dat is gewoon eng, zeker uit de mond van een man op zijn leeftijd. Het loopt uit op “Darling, if you give me one more chance, my love comes shining through”, een regel die zo onhandig en klef is dat je je afvraagt wie hier aan de noodrem had moeten trekken.
Manilow stond veertig jaar lang bekend als een man die goede nummers kon schrijven en arrangementen kon optuigen die iets teweeg brachten. Op ‘What a Time’ is dat talent volledig onherkenbaar geworden. De geluiden lijken allemaal uit dezelfde digitale bibliotheek te komen, alsof er aan de productie geen aandacht is besteed. Dat heeft ook een verklaring: op de helft van het album doet medeproducent Michael Lloyd zo ongeveer alles in zijn eentje, van keyboards tot drums tot programmering, en dat hoor je. Pas waar er echte muzikanten aan te pas komen, zoals Dave Cobb met zijn band op ‘Look At Me Now’ of de bezetting rond Reggie Hamilton en Curt Bisquerra op ‘The Chosen One’, krijgt een nummer even iets van vlees en bloed. Het zijn uitzonderingen die de rest des te kaler doen klinken.
De grote vraag die zich opdringt, is waarom dit album er moest komen. Manilow, inmiddels tweeëntachtig, kondigde de plaat aan vlak na een operatie voor longkanker en keert deze maand voor het eerst sinds die ingreep terug op het podium. Dat is een verhaal dat respect afdwingt. Maar het verklaart niet waarom hij er een plaat naast moest leggen die deze man geen recht doet. Het voelt alsof Manilow erbij is gesleept, alsof er nog één keer een album MOEST komen omdat er anders niets meer zou komen. En dat terwijl er niets te bewijzen valt: het publiek komt voor ‘Mandy’ en voor ‘Copacabana’, en dat blijft zo, met of zonder dit album.
Laat ik duidelijk zijn over wat dit niet is: dit is geen plaat van iemand die niets kan. Manilow heeft een van de mooiste catalogi van de Amerikaanse popmuziek bij elkaar gezongen, en dat verdwijnt niet. Juist daarom doet ‘What a Time’ pijn. Het is geen incompetentie, het is een schim. Een professioneel gemaakte leegte van een man die ooit precies wist hoe je een liedje raak laat landen. Het album is volstrekt overbodig en bij een fysieke uitgave een verspilling van het schijfje silicium waarop het staat. Wie van Manilow houdt, eert hem het beste door dit over te slaan en de oude platen weer op te zetten. (3/10) (Stiletto Entertainment)
