Stel je voor: Paul Gilbert zit in het vliegtuig op weg naar huis na het allerlaatste optreden van Mr. Big in het Japanse Budokan. De band die hij decennialang heeft gedragen is officieel opgeheven, en wat doet een gitaarwonderboy op zo’n moment? Hij pakt een boekje vol 18de-eeuwse etiquetteregels en denkt: hier maak ik een rockalbum van. Dat klinkt absurd. Het is ook absurd. En precies daarom werkt het zo verdomd goed.
‘WROC’, een acroniem voor Washington’s Rules of Civility, is Gilberts eerste vocale soloalbum sinds 2016’s ‘I Can Destroy’ en meteen zijn meest buitensporige onderneming. De inspiratiebron is een gedragshandleiding die in 1595 door jezuïeten werd geschreven, later overgenomen door George Washington, en nu dus omgezet in dertien bloedhete rocknummers. Als dat geen aanleiding is om je gitaar in een driekante steek te stoppen en de studio in te duiken, dan weet ik het ook niet meer. Opgenomen in slechts vier dagen op The Hallowed Halls in Portland, Oregon, samen met drummer Nick D’Virgilio, gitarist Doug Rappoport en bassist Timmer Blakely, ademt het album de energie van muzikanten die volop van het moment genieten. Dat is hoorbaar. Elke noot klinkt alsof hij ter plekke bedacht werd, maar dan wel door iemand die zijn instrument al veertig jaar tot op de moleculaire laag kent.
Opener ‘Keep Your Feet Firm and Even’ zet meteen de toon: een melodieuze riff, klassieke Gilbert-harmonieën en een solo die je eraan herinnert waarom deze man op de shortlist staat van de beste gitaristen aller tijden. Het is AC/DC-energie gemengd met Burt Bacharach-gevoel, door een filter van Steppenwolf’s ‘The Pusher’ gehaald en herschreven in 7/8-maatsoort. Normaal gesproken is dat een recept voor een ramp. Hier klinkt het als geniaal. Het album biedt constant verrassingen. ‘Maintain a Sweet and Cheerful Countenance’, een aansporing om vrolijk te blijven ook als je dat helemaal niet voelt, heeft een quasi-disco-boogie-smaak die kant-en-klaar in de jaren zeventig had gepast. ‘Go Not Thither’, de eerste single en een aanrader voor wie nog niet vertrouwd is met dit album, combineert vibrato-pedalen, regal harmonics en ZZ Top-bluesgeroep op een manier die je twee keer doet terugspoelen. ‘Show Not Yourself Glad (At the Misfortune of Another)’ daalt af in bijna punky territorium voordat het weer omhoogschiet, terwijl Gilbert aanspoort om niet te lachen om de pech van anderen. Je gaat er ook spontaan beter van worden als mens.
Het absolute hoogtepunt is ‘Spark of Celestial Fire’, het langste nummer van het album met een speelduur van ruim acht minuten. Hier ontvouwt Gilbert zich als blueszanger en sologitarist tegelijkertijd, en het is onvervalste klasse. Zijn stem, die hij doorgaans niet als zijn sterkste wapen beschouwt, heeft hier een diepgang en autoriteit die verrast. Als er een kritische noot te plaatsen valt, dan is het deze: fans die gewend zijn aan Eric Martins engelenstem in Mr. Big zullen even moeten omschakelen. Gilbert is geen slechte zanger, maar hij is ook geen fenomeen op dat vlak. Gelukkig compenseert de muzikale vrijgevochtenheid dit ruimschoots.
‘WROC’ is het soort album dat je een tweede keer beter vindt dan de eerste keer, en de derde keer nog beter dan de tweede. Het is tegendraads, briljant en verrassend toegankelijk voor een plaat die lyrisch gebaseerd is op eeuwenoude manierenlessen. Of, zoals George Washington het waarschijnlijk zelf zou formuleren: “Speak not but what may benefit others or yourself.”Paul Gilbert heeft dat advies ter harte genomen, en heeft er dertien geweldige rocknummers uit gedestilleerd. (9/10) (Music Theories Recordings)
