Johnny Marr heeft niets meer te bewijzen. Als gitarist en medeschrijver van The Smiths bepaalde hij in de jaren tachtig het geluid van een hele generatie, en sindsdien werkte hij met namen als Talking Heads, Pet Shop Boys, Bryan Ferry en Hans Zimmer. Zijn solocarrière begon relatief laat, in 2013, maar leverde inmiddels vier albums op, met 2022’s ‘Fever Dreams Pts 1-4’ als voorlopig hoogtepunt. Met ‘The Age Of Everything’, zijn vijfde soloplaat, keert de Mancunian terug naar zijn thuisstad voor wat hij zelf zijn meest catharsische werk tot nu toe noemt.
De plaat ontstond deels onderweg, tijdens een tournee langs de oostkust van Noord-Amerika, waar Marr de nummers live uittestte voordat hij ze mee terugnam naar zijn studio in Manchester. Die energie van het podium is voelbaar in opener ‘Spin’, een nummer dat draait om overprikkeling in het digitale tijdperk. Marr zingt over een hoofd vol ruis, ondersteund door zijn kenmerkende glinsterende gitaarlijnen, maar met een donkerder, bijna gothic randje dat je niet meteen van hem verwacht. Het is een krachtige binnenkomer, precies en melodieus, met net dat tikje meer schaduw.
‘Beyond The Rain’ en ‘It’s Time’ houden de energie vast met stuwende ritmes en die typische Marr-riffs die zich in je hoofd vastzetten na één keer luisteren. Vooral ‘Ophelia’ springt eruit, een nummer waarin de spanning tussen optimisme en onrust centraal staat, precies het thema waar de hele plaat om draait. Marr weigert namelijk om de wereld puur somber te schilderen, en dat evenwicht tussen kritiek en hoop geeft de plaat body.
Richting het midden zakt het tempo iets met ‘How Come’ en ‘That Feeling’, waarin de gitaarpartijen ruimte krijgen om te ademen zonder de urgentie van de opener te verliezen. ‘In And Out Of Love’ brengt weer wat meer beweging, terwijl ‘Just Once More’ een van de meer ingetogen momenten van de plaat is. Titelnummer ‘Fire With Fire’ klinkt daarentegen fel en direct, met een strak geproduceerde mix die laat horen dat Marr, ook na veertig jaar in het vak, nog altijd weet hoe hij een gitaarhaak moet schrijven. Slotnummer ‘All In A Life’ rondt het geheel rustig af, als een soort verzoening met alles wat eraan voorafging.
Wat deze plaat sterk maakt, is dat Marr niet probeert zijn verleden te overtroeven. Er is geen poging om opnieuw The Smiths uit te vinden, geen goedkope nostalgie. In plaats daarvan klinkt ‘The Age Of Everything’ als het werk van een gitarist die precies weet wie hij is en wat hij te zeggen heeft, en dat met een frisheid brengt die veel jongere artiesten zouden kunnen benijden. Tien nummers, geen vulling, geen overbodige lengte, gewoon strakke, scherpe gitaarpopmuziek die zowel het hoofd als de voeten aanspreekt.
‘The Age Of Everything’ bewijst dat Johnny Marr, decennia na zijn doorbraak, nog altijd relevant klinkt zonder krampachtig mee te willen met trends. Het is een plaat die de spanning van deze tijd vastlegt zonder erin te verdrinken, en die precies genoeg overtuigingskracht heeft om ook een nieuwe generatie luisteraars binnen te halen. (8/10) (BMG)
