Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
maTrigal – Between Homes
Cellist Gottfried Tadashi Forc, gitarist Raphael Gamper en drummer Maximilian Wolfgang Schwarz ontmoetten elkaar tijdens de studietijd aan de Hochschule für Musik und Theater in Rostock. Als maTrigal brengen ze nu hun debuut uit onder de titel ’Between Homes’. Een cello, een akoestische gitaar en drums: dat is het volledige instrumentarium, al maken de heren tevens veelvuldig gebruik van elektronica, zoals de samples en drones in de opening ‘TGD4’. Bijna volledig akoestische stukken zijn ‘Balafon’ en de titeltrack. maTrigal beweegt zich muzikaal tussen jazz en wereldmuziek, waarbij thema’s soms meditatief klinken. Veel van het materiaal begon als improvisatie tijdens repetities en werd vervolgens gezamenlijk uitgewerkt, en helaas hoor je dat. De basiscomposities lenen zich uitstekend voor improvisaties, maar die spontaniteit ontbreekt in de opnames. Hoewel de wisselwerking tussen de cello en de gitaar boeiend is, blijven de meeste tracks toch als het ware ‘steken’. Je verwacht dat er meer komt, totdat het nummer is afgelopen en je achterblijft met het gevoel iets te hebben gemist. Positieve uitzonderingen: ‘Nami’ en ‘Days of Rain’ zijn twee heerlijke stukken met een groove. Daar hadden we graag meer van gehad. (Jeroen Mulder) (6/10) (Svitzer Music)

Fejd – Nifelheim
Fejd – Nifelheim ‘Nifelheim’ is het vijfde album van de Zweedse folkmetalband Fejd. Wat Fejd zo bijzonder maakt, is het feit dat de muzikanten de metalgitaren aanvullen met traditionele folk-instrumenten zoals de moraharpa, bouzouki, doedelzak, hurdy-gurdy en mondharp. Op de eerste drie albums zijn zelfs geen elektrische gitaren te horen. Pas vanaf het vierde album ‘Trolldom’ (2016) zijn deze toegevoegd. De zang is volledig in het Zweeds en de melodielijnen ademen de typische melancholische sfeer van traditionele Scandinavische folkmuziek. ‘Nifelheim’ zou de soundtrack van een film over vikingen kunnen zijn. De “folkiest” band van alle folkmetalbands brengt met ‘Nifelheim’ een degelijk album uit dat wellicht wat te soft is voor de gemiddelde metalhead. Bands die je kunnen helpen als referentiekader zijn Heidevolk, de akoestische albums van Eluveitie en Pathos, de band waarin drie van de vijf bandleden speelden voordat ze met de broers Rimmerfors Fejd oprichtten.(Ad Keepers)(7/10)(Black Lodge Records)

Elizabeth Cook – Great Television
De nummers op ‘Great Television’ gaan onder andere over zowel de verrijking als de manipulatie van tv/media. Rock ’n’ roll wordt vermengd met country. ‘Sunset Promenade’ start met gesproken sampling, Daarna starten zang en gitaarspel. Het geluid is mooi helder. ‘Thiokol Tripwire’ gaat over een explosie in 1971 in een chemische fabriek in Georgia, waarbij veel doden vielen. Dit nummer heeft een aangename flow. Als je het verhaal erachter niet weet, voel je aan de zang en muziek niet dat hier een tragedie achter schuilgaat. Elizabeth mist het diepe zuiden met het eigen accent, het eten (van gefrituurde alligatorstaart), de zandwegen, daarover zingt ze in ‘Okeechobee Mud’. De start is kalm, maar het nummer wordt intenser. Het duet ‘The Easy Kind’ vertelt over een moeilijke periode van verlies en verslaving van Elizabeth. Het rustige orgelspel komt ook hier mooi uit. Het oldschool ’Caldonia and the Love Convoy’ is wat sneller. ‘In Your Veins’ is traditioneel en niet echt verrassend. Dat geldt ook voor een aantal wendingen in onder andere ‘Feverfew’. Maar diverse nummers hebben verrassende elementen. (Esther Kessel-Tamerus) (7/10) (Mattan Records)

Alabama Shakes – I Must Be Dreaming
Met ‘I Must Be Dreaming’ keert Alabama Shakes na een lange stilte eindelijk terug. De iconische mengelmoes van rauwe soul, verzengende blues en meeslepende rhythm-and-blues grijpt direct bij de keel. De stem van Brittany Howard snijdt op de titeltrack ‘I Must Be Dreaming’ genadeloos door merg en been, terwijl de organische, licht vintage klinkende instrumentatie voelt als een warme omhelzing. Het album leunt zwaar op emotionele dynamiek en wisselt intieme, bijna kwetsbare passages eiteloos af met explosieve uitbarstingen van pure passie. Single ‘Don’t Look Back’ onderstreept nog maar eens waarom deze band zo uniek is in het huidige landschap: de harmonieën kloppen tot in de kleinste details en de groove staat als een huis. Waar eerdere platen soms zoekende aanvoelden, straalt deze plaat een zeldzame, volwassen elegantie uit zonder ook maar een gram aan muzikale spierkracht in te leveren. Het is een indrukwekkend, rijp werkstuk geworden dat live ongetwijfeld voor absolute kippenvelmomenten gaat zorgen. Een weergaloze terugkeer van een van de meest begenadigde bands van de afgelopen twee decennia. (Elodie Renard) (8/10) (ATO Records)

Beartooth – Pure Ecstasy
Als er één band is die weet hoe je een moshpit laat ontploffen, dan is het Beartooth wel. Met ‘Pure Ecstasy’ rammen de Amerikanen er weer vlijmscherp in vanaf de allereerste seconde. Caleb Shomo schreeuwt de longen uit zijn lijf en de gitaren beuken door je speakers heen alsof er een stoomwals over je heen dendert. Hoogtepunt ‘Adrenaline’ pakt je meteen bij de strot met een dikke, zware riff en een refrein dat gemaakt is om door duizenden woeste fans mee te worden gezongen. De productie is vet, agressief en heerlijk luid. Toch is er ook ruimte voor wat melodie, zoals op de single ‘Fight or Flight’, maar vergis je niet: de beuk gaat er genadeloos in. Geen gezeik, gewoon keiharde hardcorepunk gemengd met stevige alternatieve metal. Het spul energiek noemen is nog zacht uitgedrukt, het is een absolute sloopkogel van een plaat geworden die je trommelvliezen nauwelijks rust gunt. Een recht-zo-die-gaat beuker van een schijf. (Daniel Harris) (8/10) (Fearless)

