Zachary Chacon is niet iemand die zijn tijd verspilt aan het najagen van trends. Afkomstig uit Lawndale, Californië, heeft hij jarenlang gewerkt aan zijn eigen universum van experimentele elektronische rockmuziek onder de naam Hollywood Video Game Kill-Bot. Daarbij bespeelt hij alle instrumenten zelf en maakt hij gebruik van samples en digitale productiesoftware. Zijn invloeden, Kraftwerk, Skinny Puppy, Duran Duran, Ministry en Bruce Haack, zijn niet bepaald namen die je normaal gesproken samen zou noemen, maar hier vormen ze de logische bouwstenen van een geluid dat rechtstreeks afkomstig lijkt uit een schoolcomputer uit 1987, zij het gemoderniseerd en met de scherpe randjes nog volledig intact. ‘2035’ is zijn meest samenhangende statement tot nu toe.
Iedereen die bekend is met Chacons eerdere singles en albums wist al dat dit album zou klinken als een spelcassette die door een distortionpedaal is gehaald. En ‘2035’ levert precies dat, maar met meer richting dan ooit tevoren. Het album klinkt als de soundtrack van een sciencefictionfilm die nooit is gemaakt, ergens tussen een arcadehal en een verlaten datacentrum. De productie rust op gelaagde 8-bittexturen, krakende synthesizers en ritmische structuren die meer schatplichtig zijn aan de mechanische precisie van krautrock dan aan de gladgepolijste elektronische pop van vandaag. Dat is een bewuste keuze, en bovendien een verfrissende.
‘Wild Crazy’ is zonder twijfel het hoogtepunt van het album. Het nummer opent als een digitale lawine en behoudt die kinetische energie gedurende de volledige speelduur. Het is het soort nummer dat werkt als een directe injectie voor iedereen die zijn oren even wakker moet schudden. ‘Backroads’ vormt het tegenwicht: waar ‘Wild Crazy’ frontaal aanvalt, werkt ‘Backroads’ met gelaagde gitaarriffs en cybernetische synthesizers die voortdurend vervormen en uitbreiden. ‘Race Track’ en het sterk door Kraftwerk geïnspireerde ‘Fuzz’ zijn compacte, agressieve uitbarstingen die het momentum vasthouden, terwijl ‘Alley’ wat ademruimte biedt met een donkerder en filmischer karakter.
Er zijn echter ook momenten waarop ‘2035’ zijn eigen energie afremt zonder duidelijke reden. ‘Music Making Box’ blijft iets te lang hangen in zijn eigen structuur en ‘When You Get a Guy’ mist de urgentie die de sterkere nummers kenmerkt. Het album zou hebben geprofiteerd van een iets strakkere montage. De productie is bovendien onmiskenbaar doe-het-zelf van aard, wat voor veel luisteraars juist een belangrijk deel van de charme vormt, maar wie op zoek is naar een meer gepolijst geluid kan beter elders kijken.
Juist dat maakt dit project echter zo aantrekkelijk. ‘2035’ klinkt als muziek van iemand die niemand om toestemming vraagt. Het is uitgesproken, eigenzinnig en geworteld in een esthetiek die nergens anders vandaan kan komen dan uit het nerdbrein van iemand die is opgegroeid met arcadekasten en synthesizers. Voor iedereen die ooit heeft gedacht dat de gouden tijd van Atari, vroege videogamesoundtracks en synthpop samengesmolten konden worden tot iets rommeligs maar opwindends: dit is dat album. (7/10) (HVGKB)
