Avishai Cohen, de Israëlische contrabassist en componist, bracht met ‘Eternal Child’ zijn meest directe jazzalbum ooit uit. De titel is niet van Cohen zelf. Hij is afkomstig van Chick Corea, die de compositie ‘Eternal Child’ in 1988 opnam met zijn Elektric Band, met John Patitucci op bas. Dat Corea de albumtitel mocht bepalen, zegt alles over het gewicht dat zijn naam voor Cohen draagt. Het was Corea die in 1997 een demotape van de onbekende Israëlische bassist in zijn auto beluisterde, hem onmiddellijk belde, en hem vervolgens lanceerde als mede-oprichter van het Origin-sextet. Zonder Corea geen carrière zoals Cohen nu heeft. Dat Cohen hem een albumtitel schenkt, is geen nostalgie maar een eerscbuld, uitbetaald in de enige valuta die telt: muziek van hetzelfde kaliber.
Het trio dat Cohen voor dit album samenstelde is opvallend jong. Pianist Itay Simhovich, op dit album 22 jaar oud, maakte zijn eerste tournee met Cohen in maart 2025, toen hij in het Brusselse Koninklijk Circus debuteerde als net aangetreden bandlid. Maxazine was erbij. Drummer Eviatar Slivnik is 30. Beiden zijn gevoed door dezelfde bronnen als hun bandleider: Miles Davis, de Jazz Messengers, de trio’s van Bill Evans en Ahmad Jamal. Die invloeden zijn hoorbaar in de energie, soms in de timing, zoals in ‘My Brues’, maar ze gaan nooit ten koste van de eigenheid van Cohens composities. De man schrijft zo herkenbaar dat hij zichzelf niet zou kunnen verraden, al zou hij het willen.
De opener ‘Simchover’, een eerbetoon aan Simhovich, laat de pianist meteen volledig zijn gang gaan. Slivnik is technisch van een buitenaardse orde. Wie hem drie weken geleden op het Uhoda Jazz à Liège-festival zag, weet dat. Maar waar zijn voorgangster Roni Kaspi een muzikaliteit bezat die niet puur technisch te vangen was, kiest Slivnik voor een andere invalshoek: precisie als expressie. Dat levert resultaat op. ‘Simchover’ is meteen raak, een speeltuin voor iemand die weet hoe hij ermee moet omgaan.
‘El Bazita’, een koosnaampje voor Cohens partner, is het bewijs dat hij meer is dan een begenadigd bassist. Hij is een componist die zijn geheel eigen stijl zover heeft doorontwikkeld dat hij er alles mee kan uitdrukken. Alle tien stukken op dit album zijn opgedragen aan mensen uit zijn directe omgeving: ‘Mr Good Sir’ aan zijn manager, al bijna 25 jaar aan zijn zijde; ‘Tonight’ roept de wereld op van Wayne Shorter en Lee Morgan in de Jazz Messengers; ‘My Brues’ is een woordspeling op de manier waarop zijn Japanse publiek het woord ‘blues’ uitspreekt. Dat is een mens die componeert vanuit het leven zelf, niet vanuit een studioconcept.
De enige cover op het album is de titeltrack. Waar Patitucci op de originele Elektric Band-versie de compositie omhult met technisch hoogstaand fusion-spel, ademt Cohens versie. Ze leeft. Ze is down-to-earth. Dat verschil is geen kwestie van niveau maar van filosofie. Patitucci is een virtuoos die zijn instrument als gelijkwaardig solist positioneert. Cohen is een verteller die toevallig bas speelt, of liever: een gevoelsmens die zijn instrument als stem gebruikt. Twee grootmeesters, twee keuzes. Die van Cohen sluit naadloos aan bij alles wat hij ooit heeft gemaakt, van ‘Gently Disturbed’ tot ‘Iroko’ tot ‘Brightlight’. De man verloochent zichzelf gewoon niet. Gastdrummer Jeff Ballard, die Cohen al decennia kent uit zijn vroege New Yorkse jaren en later via Corea’s kring, verschijnt op enkele nummers, ook in het bijzondere duo-arrangement van ‘Sliv El’, waar hij en Cohen samen spelen zonder de rest. Zijn aanwezigheid voegt een extra dimensie toe, niet als showstuk maar als herinnering aan een gedeeld verleden.
Het sluitstuk ‘Closure’ begint met een piano-intro dat ritmisch verankerd is rondom één noot in de rechterhand. Dan komen de basnoten erbij, eerst gedragen, dan getokkeld. Nauwelijks percussie, misschien een vleugje cymbaal. Wat je hoort is een gesprek tussen piano en bas, gelijkwaardig en zonder franje. Cohen geeft zijn muzikanten de ruimte die ze verdienen. Dit is synergiewerking: wat deze mensen samen maken, is meer waard dan de som van de delen.
‘Eternal Child’ is geen album dat verrast door te breken met het verleden. Het verrast omdat de consistentie zelf een artistieke daad is. In een genre dat te vaak zijn toevlucht neemt tot conceptuele complexiteit of technische overladenheid, kiest Cohen keer op keer voor directheid, voor melodie, voor groove. Op dit album, zijn meest jazzgerichte werk tot nu toe, klinkt die keuze als een statement. Wie Cohens werk al jaren volgt via Maxazine, van ‘Iroko’ tot het Metropole-concert in Eindhoven, van Brussel tot Luik, herkent de lijn. Ze is nooit gebroken. Voor wie wil weten waar te beginnen: luister naar ‘El Bazita’, vier minuten die laten zien waarom Avishai Cohen een van de belangrijkste jazzcomponisten van zijn generatie is. (9/10) (naïve)
