Het Klokgebouw in Eindhoven was op woensdagavond het epicentrum van alles wat rock groot maakt. In het kader van het Bridge Guitar Festival zakten liefhebbers van elektrische gitaren en ruwe energie af naar de industriële locatie in Strijp-S, voor een avond die van begin tot eind onder stroom stond. Met twee sterke supportacts en als klap op de vuurpijl het legendarische Skunk Anansie, werd dit een avond om niet snel te vergeten.
Sonic Whip
Het energieke trio Sonic Whip, dat vorig jaar hun EP ‘Spinning Around’ uitbracht, opende de avond. Het publiek maakte kennis met een band die haar zaakjes duidelijk op orde heeft: dansbare gitaarriffs, snijdende grooves en genoeg energie om een zaal op te warmen. Hier en daar trokken de klanken zelfs richting Primus, geen slechte vergelijking voor een openingsact. Eén kanttekening: gitarist Meryn Bevelander en bassist Kevin Clerence leken soms meer bezig te zijn met de show dan met de muziek. High kicks, gitaar in de nek spelen, allerlei trucjes, het was net iets te veel, wat hen muzikaal enkele steekjes deed laten vallen. Het deed afbreuk aan wat er eigenlijk al meer dan genoeg was. Want gewoon spelen was goed genoeg. Dat talent is er, en dat mocht wat meer voor zichzelf spreken.

Green Crow Collective
De Belgische band Green Crow Collective nam het podium over op een manier die meteen de aandacht trok. De drummer had een linkshandige setup, al een statement op zichzelf, en ving aan, terwijl een tape instartte met een gitaarslag, waarna de restvan de band inviel. Frontman Roeland Vandemoortele droeg een shirt met de tekst ‘Stop Genocide’ en een sticker ter steun aan Palestina op zijn gitaar. De boodschap was helder nog voor er een noot gezongen was.
Na het eerste nummer klonk het enthousiast door de zaal: “Goood Morning Eindhoven!” Het publiek was meteen mee. Dat is geen toeval bij een band die vorig jaar hun debuutalbum ‘Hard Drive Error’ uitbracht en al op podia stond van Dranouter tot de AB in Brussel.
Muzikaal was het een avontuur. De tweede gitarist schakelde bij het tweede nummer over naar viool, en later pakte hij zelfs de gitaar van de frontman op en bespeelde die met zijn strijkstok. Diezelfde violist bleek ook een achtstrings minigitaar te beheersen. Experimenteel, uptempo, met invloeden die herinnerden aan Mano Negra en een vleugje Balkan, en ja, zelfs een klein stukje ‘Kabouter Spillebeen’ glipte er tussendoor.
Tussen de nummers door riep de frontman op tegen genocide, tegen Netanyahu, tegen Hamas, tegen oorlog. Hij nam zijn banjo, waarop in rood Imagine stond geschreven. Een moment dat het publiek stil maakte, voordat de energie weer omhoogschoot. Green Crow Collective is een band met iets te zeggen, en gelukkig ook de muziek om het te ondersteunen.
Skunk Anansie
Even na half tien doofde het licht en vulde het Klokgebouw zich met verwachting. Skunk Anansie, opgericht in februari 1994, bestaat al meer dan dertig jaar uit dezelfde vier mensen: zangeres Skin, gitarist Ace, bassist Cass en drummer Mark Richardson. En deze avond was het ook nog eens de verjaardag van die laatste.
De band opende met het strijdlustige ‘This Means War’, dat meteen de toon zette. Geen warming-up, geen voorzichtig aftasten. Dit was een oorlogsverklaring. ‘Charlie Big Potato’ volgde als een vuistslag, Ace’s gitaar sneed door de zaal terwijl Skin het podium domineerde zoals alleen zij dat kan.

Na ‘Because of You’ richtte ze zich tot het publiek. “Hello Eindhoven, it’s not Amsterdam, it’s not Rotterdam… I’m not fucking Harry Styles!” Het publiek lachte en juichte. Ze had de zaal al lang in haar zak, maar dit maakte het nogmaals duidelijk. Iemand in het publiek hield een bordje omhoog, al snel bleek waarom: het was de verjaardag van drummer Mark Richardson.
Skin moest voor ‘An Artist Is an Artist’ een stuk van haar jurk laten inknippen zodat ze vrijer kon bewegen, een detail dat haar punkerige pragmatisme onderstreepte. ‘I Believed in You’ en ‘Love Someone Else’ volgden in een verder meedogenloos setlist, Skins stem uitpriemend boven de dichte gitaarmuur die Ace optrok.
Voordat ‘God Loves Only You’ klonk hield Skin een speech over geloof, verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid, helder en direct, met een kleine vingerwijzing. Daarna droeg ze ‘Shame’ op aan iedereen die door hun familie de deur was gewezen omdat ze anders zijn: homoseksueel, punk, of gewoon niet wat men van hen verwachtte. De zaal pareerde luid.

‘Weak’ kwam aan als een emotionele detonatie. Ruim dertig jaar oud en het nummer werkt nog altijd als een aanklacht én een omhelzing tegelijk. ‘Twisted (Everyday Hurts)’ deed daar nog een schepje bovenop, een van die nummers die je in je ribbenkast voelt.
Bij ‘I Can Dream’ stapte Skin van het podium af, over de barrier heen, en zong het nummer midden in het publiek. Omringd door fans, haar stem onverminderd krachtig. Een moment van pure verbinding dat de zaal even deed vergeten dat het een stijf uitverkocht concert met bijna 5000 msn publiek was. Een grote naam, maar gewoon normaal, niet heautain, gewoon tussen het volk.
Wat volgde behoefde geen introductie. Bij ‘Yes It’s Fucking Political’ zong de hele zaal mee, elke lettergreep, elk refrein. Skunk Anansie heeft nooit geprobeerd apolitiek te zijn, en hun publiek ook niet. Bij ‘Tear the Place Up’ pakte Skin zelf even de drumstokken en regisseerde het publiek als een generaal. De energie was inmiddels om te snijden. Bij ‘Little Baby Swastikkka’ dirigeerde ze de zaal in een ritmisch, staccato refrein, “ta-da, ta-da-da-da-da-da-da”, en de zaal volgde op de voet.
Na een korte pauze kwam Skin terug op het podium voor een toegift, ditmaal in een shirt met de tekst Yes It’s Fucking Political, en opende met een politieke noot: “Everyone who is from the UK and voted for Reform: Fuck You!” Waarbij haar middelvinger boekdelen sprak. Luid gejuich gaf aan dat het publiek het met haar eens was.
‘Cheers’ klonk als een feest, waarna Skin aankondigde dat ze nog een nummer zouden spelen. “Een liedje dat we ooit schreven maar dat niet aansloeg. Misschien kennen jullie het.” De zaal lachte, want iedereen kende de megahit ‘Hedonism (Just Because You Feel Good)’. Na afloop volgde de bandintroductie, waarbij ook de supportacts hartelijk werden bedankt. En dan: “The best way to support a band is to buy merch. Buy vinyl, buy CDs, streaming sucks.” Een waarheid die staat.
‘Lost and Found’ volgde, waarna Skin a capella begon en de zaal volledig in haar hand had. Ze vertelde dat de band na afloop zou signeren bij de merchandise en even leek het echt gedaan. “Oh, kunnen we er nog één doen? We hebben nog drie minuten.” Er volgde een akoestische versie van ‘You’ll Follow Me Down’, met een lange, adembenemende uithaal die de zaal deed verstillen. Precies getimed, want om klokslag 11 uur was het gedaan.

Als laatste gebaar trok Skin haar shirt uit en liet het via de crew aan iemand in het publiek geven. Persoonlijk… Bassist Cass greep de microfoon nog even om Mark Richardson ‘Happy Birthday’ te wensen en de band verliet het podium voor een handtekeningensessie bij de merchandise.
Skunk Anansie heeft na meer dan dertig jaar niets van hun kracht verloren. Skin is een van de meest complete frontvrouwen die de rock ooit heeft voortgebracht, vocaal, fysiek en politiek aanwezig op een manier die weinigen haar nadoen. Het Klokgebouw was de perfecte locatie voor deze avond, industrieel en intiem genoeg om de verbinding te voelen. Bridge Guitar Festival koos haar headliner na vorig jaar wederom met zorg. Deze avond bewees waarom Skunk Anansie daar thuishoort.
Foto’s (c) Bram van Dal

