Nomfundo Moh, de 25-jarige Zuid-Afrikaanse zangeres uit Ndwendwe in KwaZulu-Natal, brengt met ‘Farm Julia’ haar vierde studioalbum uit via Sound African Recordings.
Er zijn zangers die je overtuigen met techniek. Er zijn zangers die je overtuigen met persoonlijkheid. En dan zijn er stemmen die je overtuigen met iets wat nauwelijks te benoemen valt, het soort moeiteloosheid dat je alleen tegenkomt bij mensen die niet weten hoe uitzonderlijk ze zijn. Nomfundo Moh behoort tot die laaste kategorie. Ze zingt alsof ze het gewoon vindt, alsof dat timbre en die precieze plaatsing van elke noot iets is wat iedereen heeft. Dat is het verre van. ‘Farm Julia’ is geen album voor mensen die lawaai willen. Het is een album voor mensen die weten hoe ze moeten luisteren. Dertien nummers, gebouwd op zachte akoestische gitaarmelodieën, terughoudende percussie en productie die de stem centraal stelt in plaats van haar te omringen met overbodige glans. De thema’s zijn die van een vrouw die terugkijkt op waar ze vandaan komt: thuis (‘Ikhaya’), eer (‘Thobela’), verlies (‘Isifo’), het recht op succes (‘Uzophumelela’, de leadsingel die de verwachtingen al vaststelde). De taal is Zulu; de bedoeling is universeel.
Wie in de jukebox van zijn geheugen zoekt naar een vergelijkingspunt, stuit al snel op Khadja Nin. De Burundische zangeres die in 1996 met ‘Sambolera’ de wereld verraste met haar combinatie van Afrikaanse ritmen, westerse pop en jazz-arrangementen. Die melancholische helderheid van de stem, die schijnbaar eenvoudige maar zorgvuldig geweven vocale structuren: ‘Farm Julia’ ademt dezelfde lucht. Niet als kopie, maar als echo. Als een herinnering aan wat Afrikaanse popmuziek kan zijn als ze niet probeert Europees of Amerikaans te klinken, maar gewoon zichzelf. Dat is nergens sterker hoorbaar dan op ‘Malume’. Het vocale arrangement is het soort werk dat arrangeurs ’s nachts wakker houdt van jaloezie: lagen die ruimte laten, harmonieën die niet opvullen maar accentueren, een structuur die lijkt te ademen. Het is het mooiste moment op een album vol mooie momenten. ‘Singenanto’ is een andere categorie. Met De Rose, Makhosi en Una Rams levert Moh het perfecte popliedje voor een luie middag: ongedwongen, aanstekelijk, de som van vier stemmen die precies weten wanneer ze terug moeten treden. Je verstaat er misschien geen woord van, maar het doet iets onder het diafragma dat muziek soms doet.
Nomfundo Moh werd geboren in 2000. Nelson Mandela stierf in december 2013, toen zij dertien was. Ze is opgegroeid in een Zuid-Afrika zonder apartheid, en ook zonder de man die het einde van de apartheid belichaamde. Mandela is voor haar generatie, de zogeheten born-free generation, geen politieke leider maar iets wat dichter bij een opa voor iedereen zit: een moreel kompas, een historische gestalte, een aanwezigheid die je kent uit boeken en monumenten maar nooit in levenden lijve hebt meegemaakt. Dat maakt ‘Farm Julia’ tot meer dan een homecoming-album. Het is een document van wat die vrijheid heeft opgeleverd voor een jong zwart meisje dat opgroeide op een boerderij in KwaZulu-Natal, naar de universiteit ging, een platencontract tekende en nu haar vierde plaat uitbrengt op haar vijfentwintigste. De titel verwijst naar een echte fan uit haar achterban, een gewone vrouw van het platteland. Dat Moh haar naam boven een album zet, is een politiek gebaar dat ze zelf waarschijnlijk niet zo noemt, maar het is er niet minder om.
Khadja Nin wijdde destijds een album aan Mandela als levende held. Nomfundo Moh maakt muziek in het tijdperk waarin die held uitsluitend herinnering is. Wat haar generatie met die vrijheid doet, hoor je op ‘Farm Julia’. Het klinkt veelbelovend. ‘Farm Julia’ is het beste album van Nomfundo Moh tot nu toe: volwassen, coherent, en gedragen door een stem die haar eigen grenzen nog niet heeft gevonden. (8/10) (Sound African Recordings / Sony Music Entertainment Africa)
