De Udense Pul mocht zich dit weekend op maken voor een heerlijk begin. De Britse blues rock band Ten Years After stond namelijk op het programma. Een aantal dagen voor aanvang van de show kreeg deze het label uitverkocht wat nog maar eens laat zien dat bands die ooit op Woodstock stonden nog altijd bijna 60 jaar na dato zalen kunnen vullen.
Drummer van het eerste uur Ric Lee, die inmiddels de respectabele leeftijd heeft bereikt van 80 jaar zit nog altijd op zijn stoel. Hoewel hij voor het akoestische deel van de show het woord neemt in een ingetogen en ietwat voorzichtige manier, staat zijn drumwerk daar weer averechts op. Door het rumoer in de zaal, wat kunnen sommige mensen toch asociaal en respectloos ouwehoeren terwijl een band zijn best staat te doen, waren zijn anekdotes ooit lastig te volgen door de rustige manier van spreken. Op ‘The Hobbit’ liet hij met een lange drumsolo zien dat hij nog altijd veel plezier haalt uit zijn muziek en ook ondanks zijn leeftijd het niet rustiger aan gaat doen in dit nummer.
In het begin van 2025 werd een nieuwe line up van de band bekendgemaakt. Met zeker niet de minste namen. Lee wordt sindsdien vergezelt op het podium door bassist Graig Fletcher, die je kan kennen van Barclay James Harvest, toetsenist Dave Burgoyne die veel sessiewerk heeft gedaan en zanger/gitarist Samuel C Lees, die onder andere speelde met Joe Bonamassa.
Zeker Lees stal de show met zijn flamboyante gitaarspel en heerlijk solowerk. Tijdens afsluiter ‘Choo Choo Mama’ werd een deel zelfs op de rug gespeeld en waagde hij zich heel kort aan een stukje tandensolo. Het enige kritiekpuntje op hem deze avond was zijn aandeel in klassieker ‘I’d Love To Change The World’ die al vroeg in de set voorbijkwam. Dit was het enige nummer waar Fletcher het grootste deel van de zang voor zich nam. Alleen de refreinen werden gedaan door Lees en waren net wat te hoog.
Op de anekdotes van Lee in het akoestische stukje na, draaide het deze avond vooral om de muziek van Ten Years After en liet de band elkaar genoeg vrijheid te soleren en te jammen met elkaar. ‘Love Like A Man’ hervatte het gebruik van de elektrische instrumenten. Het kon ook haast niet anders dat ‘I’m Going Home’ de reguliere set in stijl afsloot. Zoals eerder vermeld kwam met ‘Choo Choo Mama’ er echt een einde aan de avond, al bleek er voor veel mensen, met name achterin, nog genoeg te bespreken. Heb respect voor de artiest als je naar een show gaat. Lullen over je vlucht of de energiecrisis kun je beter in de kroeg doen, dan ben je de mensen die wel voor de band komen ook niet tot last.
