Tien dagen. Dat is hoe lang het de gebroeders Robinson kostte om hun elfde studioalbum op te nemen. Tien dagen in Nashville met producer Jay Joyce en het resultaat ligt nu als een volwaardig Southern rock-monument op tafel. De vraag die zich opdringt: had de band überhaupt langer nodig? En misschien wel de eerlijkere vraag: had ze dat niet gewoon moeten doen?
Na een stilte van vijftien jaar kwamen The Black Crowes in 2024 terug met ‘Happiness Bastards’, een plaat die door vrijwel iedereen hartelijk werd ontvangen en zelfs een Grammy-nominatie opleverde voor Best Rock Album. Het bewees dat de chemie tussen Chris en Rich Robinson springlevend was. ‘A Pound of Feathers’ is de logische vervolgstap: geen navelbeschouwende terugkeer naar het verleden, maar een band die de vaart wil houden. Op Maxazine schreven we al eerder over de aankondiging van hun twee exclusieve shows in 013 in Tilburg deze zomer. Dit album had die verwachting verder kunnen aanwakkeren. Helemaal raak is het echter niet.
De opener ‘Profane Prophecy’ zet de toon met luid geraas: slidegitaar, cowbell en de welluidende chaos waar The Black Crowes patent op hebben. Rich Robinsons gitaarwerk is gedrenkt in het soort funky bluesy groove dat aan Keith Richards op zijn beste avond doet denken. Chris Robinson tiert en swingt daar dwars doorheen, met de vanzelfsprekende arrogantie van iemand die weet hoe rock-‘n-roll smaakt. Luisteraars die de Rolling Stones kennen, zullen de openende gitaarriff niet onbekend voorkomen, maar dat is nu eenmaal het privilege van een band die haar invloeden niet verbergt maar omarmt. Tot zover de goede nieuws.
Want naarmate het album vordert, dringt het besef zich op dat The Black Crowes hier toch voornamelijk zichzelf citeren. ‘Cruel Streak’ en ‘It’s Like That’ vervolgen het feest met gospel-achterkoren en kaarsrechte gitaarriffs, en ‘Do the Parasite!’ is slonzig, slepend en heerlijk brutaal. Maar het patroon is snel doorzien: rawe energie, slimme productiegrips van Joyce, en verder weinig verrassingen. Voor een band met het palmarès van de Crowes, die met ‘The Southern Harmony and Musical Companion’ en ‘Amorica’ ooit albums maakte die verder reikten dan hun invloeden, voelt dat als een gemiste kans. Al moet eerlijkheidshalve worden gezegd dat de band ook in haar gloriejaren niet altijd even consistent was. ‘By Your Side’ en ‘Lions’ lieten al zien dat The Black Crowes in de comfortzone kunnen wegzakken.
‘Pharmacy Chronicles’ is het rustpunt op de plaat, een akoestische ballade met slide die aan de grote ballads uit hun beginjaren herinnert. Wie ‘She Talks to Angels’ kent, zal de verwantschap meteen herkennen. Het is het rustmoment dat het album nodig heeft, maar het onderstreept ook onbedoeld hoe groot het verschil is met wat de band in haar hoogtijdagen wist te bereiken.
Interessanter zijn de donkere slottracks. ‘Eros Blues’ begint als een nonchalante kuieraar om dan abrupt te ontploffen, en afsluiter ‘Doomsday Doggerel’ mondt uit in een sombere dreun die aan vroeg Black Sabbath doet denken. Die onverwachte wending geeft het album net iets meer diepgang, maar ze komen te laat om de middelmatige middensectie te compenseren. Nummers als ‘Blood Red Regrets’ en ‘High and Lonesome’ zijn degelijk maar weinig verrassend, precies het soort vulling dat een album van dit kaliber niet zou mogen bevatten.
‘A Pound of Feathers’ is uiteindelijk een plaat die bevestigt wat we al wisten: The Black Crowes kunnen nog steeds spelen en klinken als zichzelf. Maar van een band met deze geschiedenis, deze instincten en dit samenspel mag meer worden verwacht dan een zelfplagiaat dat in tien dagen op de band werd gezet. De urgentie die bedoeld was als kracht, wordt hier soms een excuus. Liefhebbers van de band zullen er zeker van genieten, en live, in 013 in Tilburg, zullen deze nummers ongetwijfeld groter klinken dan op plaat. Maar als album had dit meer mogen zijn. (7/10) (Silver Arrow Records)
