Acht jaar is een lange tijd om weg te blijven, maar Gin Wigmore laat met ‘Beautiful Mess’ horen dat die stilte hard nodig was. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, bekend van hits als ‘Man Like That’ en te horen in series als Grey’s Anatomy en Orange Is the New Black, brengt met dit vierde studioalbum haar meest persoonlijke werk tot nu toe uit, opgenomen in een week tijd in een afgelegen studio in de woestijn bij Palm Springs, samen met vaste medewerkers Dave Goodison en Steven Padin.
De afgelopen tien jaar bracht Wigmore liefde, verlies, een scheiding en het moederschap, en die ervaringen vormen de ruggengraat van het album. Het is opgedeeld in twee helften. Kant A, getiteld ‘Beautiful’, is de zachtere, meer ingetogen kant, geïnspireerd door vrouwen als Lucinda Williams, Loretta Lynn en Tammy Wynette, terwijl kant B, ‘Mess’, juist de rauwere, rockgerichte energie van Wigmore laat horen. Die tweedeling werkt verrassend goed, alsof de plaat zelf de emotionele schommelingen van de afgelopen jaren naspeelt.
De titeltrack ‘Beautiful Mess’ vat die spanning tussen chaos en schoonheid mooi samen, met een melodie die luchtig klinkt terwijl de tekst dieper graaft. ‘Rodeo’, geschreven over het weer gaan daten na een langdurige relatie, is een van de sterkste momenten op het album, met een tekst die humor gebruikt om iets ongemakkelijks draaglijker te maken. Wigmore zingt over de mix van opwinding en paniek die daarbij hoort, en dat contrast tussen luchtigheid en kwetsbaarheid loopt door bijna elk nummer heen. ‘Country Diamond’ en ‘Hollywood’ leunen sterker op de countryklank van kant A, terwijl ‘Strangelove’ en ‘I Like It’ juist de energie van kant B naar voren brengen, met steviger gitaarwerk en een directere aanpak.
Wat ‘Beautiful Mess’ onderscheidt van veel comebackplaten is dat Wigmore niet probeert te bewijzen dat ze nog relevant is. Ze klinkt ontspannen, alsof de jaren van afwezigheid haar juist meer ruimte hebben gegeven om zonder haast te schrijven. Dat merk je vooral aan de manier waarop ze kwetsbaarheid en eigenzinnigheid met elkaar weet te verbinden, zonder in zelfmedelijden te vervallen. De productie van Goodison en Padin is warm en organisch, met precies genoeg ruimte voor Wigmore’s markante, wat schorre stem om centraal te blijven staan.
Niet elk nummer weet even sterk te overtuigen, en de overgang tussen de twee kanten van het album voelt soms wat abrupt, alsof er twee losse EP’s aan elkaar zijn geplakt in plaats van één doorlopend verhaal. Toch overheerst de indruk van een artiest die na jaren stilte weer precies weet wat ze wil zeggen. ‘Beautiful Mess’ is geen plaat die je overweldigt met ambitie, maar een die overtuigt door eerlijkheid, en dat maakt het een waardevolle terugkeer voor wie Wigmore al langer volgt. (7/10) (Universal Music New Zealand)
