In samenwerking met de Effenaar speelde de Britse singer-songwriter Katherine Priddy samen met de Britse gitarist en singer-songwriter George Boomsma op de sfeervolle ‘zolder’ van ’t Rozenknopje in Eindhoven, boven het café. Terwijl de cafébezoekers buiten nog gezellig op het terras zaten te keuvelen, kwamen de liefhebbers van Priddy’s muziek gestaag binnendruppelen. Ze wachtten totdat ze de trap op mochten naar de kleine concertzaal boven.
Eenmaal boven werd de deur naar de ruimte opengehouden door een trapliftstoel die wel wat deed denken aan de beruchte stoel uit Gremlins, waarmee het oude dametje door het dak werd gelanceerd. Het was een kleine, maar bijzonder sfeervolle ruimte, met achterin een bar, een paar hangtafels en ouderwetse caféstoelen die netjes in rijen waren geplaatst. Er konden ongeveer honderd mensen zitten, terwijl daarachter nog zo’n twintig bezoekers konden staan.
De setting gaf het gevoel van een intiem huiskamerconcert. Met een speciaalbiertje of een glas wijn binnen handbereik kon je hier ontspannen luisteren naar prachtige muziek. Dat het aanwezige publiek die avond getrakteerd zou worden op mooie nummers en dito zang, bleek al snel.
Priddy betrad samen met Boomsma het podium, installeerde zich en liet weten positief verrast te zijn dat het concert was uitverkocht. Het was haar eerste Europese tournee en ze wist vooraf niet goed wat ze ervan moest verwachten. Dat haar eerste optreden meteen voor een volle zaal was, voelde dan ook als een mooie start en wellicht als een goede voorbode voor wat nog zou volgen.
Ze vertelde dat ze vooral was gekomen om te zingen en probeerde daarom niet te veel tussen de nummers door te praten. De toelichtingen die ze wél gaf, zorgden echter juist voor een fijne verbinding met het publiek. Zo vertelde ze bij ‘A Boat on a River’ over haar liefde voor Birmingham. Veel mensen wisten volgens haar niet dat de stad over een enorm kanalenstelsel beschikte. Als klein kind had ze er al van gedroomd om een bootje te hebben waarmee ze door het uitgebreide netwerk van kanalen door haar geliefde stad kon varen.
Dat Priddy haar inspiratie ook uit haar directe omgeving haalde, bleek uit ‘Matches’. Ze vertelde hoe ze ooit een tatoeage op de rug van een vrouw had gezien en in eerste instantie dacht dat daarop ‘Matches’ stond. Het bleek echter om ‘Witches’ te gaan. De tekst ‘It was Women, not Witches’ verwees naar de heksenvervolging in Schotland en de brutaliteit, onderdrukking en angst die daarmee gepaard gingen.
Tijdens het optreden bleek bovendien dat Priddy dankbaar gebruikmaakte van de Griekse mythologie. Met een knipoog merkte ze op dat daar inmiddels toch geen auteursrechten meer op rustten, waardoor ze de oude verhalen vrijelijk kon gebruiken als inspiratie voor haar nummers.
Zo was ‘Atlas’ gebaseerd op de mythe van Atlas, die het universum op zijn schouders droeg. Priddy vertaalde die mythe naar de eenzaamheid die kan ontstaan wanneer iemand alles zelf wil dragen en oplossen om een ander zijn of haar pijn te besparen. Het nummer was geïnspireerd door een vriend van haar.
Ook de mythologie van Hades kwam voorbij in ‘Eurydice’, afkomstig van haar debuutalbum ‘The Eternal Rocks Beneath’. Het nummer vertelde het verhaal van een liefde die langzaam maar zeker wegsijpelde, terwijl de ander tegen beter weten in bleef hopen.
De setlist vormde een mooie bloemlezing uit de drie albums die Priddy tot dan toe had uitgebracht. Haar meest recente album, ‘These Frightening Machines’, was in 2026 verschenen.
Van dat album opende ze met ‘Frightening Machines’. Wie dacht dat het nummer over de opkomst van kunstmatige intelligentie ging, kwam bedrogen uit. Priddy schreef het juist over haar eigen kwetsbaarheid als vrouw aan het begin van de dertig.
Ook het verhaal achter ‘Hurricane’, eveneens afkomstig van ‘These Frightening Machines’, zorgde voor een glimlach. Priddy vertelde dat haar ooit was gevraagd waarom ze een nummer had geschreven voor het Engelse voetbalelftal tijdens het WK. De vraag bleek voort te komen uit een misverstand: mensen dachten dat ze ‘Harry Kane’ zong, de bekende Engelse voetballer. In werkelijkheid ging het nummer over heftige, stormachtige en intense emoties. Helemaal los van voetbal stond het dus misschien ook weer niet.
Daarna volgden onder meer ‘Father of Two’, over haar vader, en ‘Letters From a Travelling Man’. Dat laatste nummer was ontstaan naar aanleiding van een gesprek met haar moeder. Nadat Priddy weer eens was weggelopen, had haar moeder haar gevraagd waarom ze zoveel relaties had met mensen zonder postcode.
Na ‘Madeleine’, dat ze samen met de zangeres Torres had opgenomen, kwam direct de toegift.
Priddy gaf aan niet zoveel op te hebben met het spelletje waarbij een artiest het podium verliet, terwijl iedereen wist dat hij of zij toch weer terug zou komen. Bovendien kon ze eigenlijk helemaal niet weg van het kleine podium. Met een knipoog kondigde ze daarom aan gewoon nog twee nummers te spelen en daarna echt klaar te zijn. Als het publiek daarna nog harder wilde klappen, was dat natuurlijk prima, maar daar zou volgens haar niets meer aan veranderen.
De Griekse mythologie kwam nog eenmaal voorbij in ‘Icarus’. Het nummer ging over een destructieve relatie, waarbij de metafoor van Icarus werd gebruikt: net zoals Icarus te dicht bij de zon vloog en niet op tijd wist te stoppen, kan iemand in een destructieve relatie steeds verder gaan zonder op tijd de grens te herkennen.
Als laatste bracht Priddy een prachtige uitvoering van ‘Indigo’, afkomstig van haar debuutalbum. Ze schreef het nummer toen ze zelf nog maar zestien of zeventien jaar oud was.
Na afloop kwam Priddy met een wijntje tussen het publiek staan. Ze had nog wat merchandise bij zich die ze zelf in haar auto had liggen, omdat de rest van de merchandise nog niet was vrijgegeven door de Nederlandse douane. Ze signeerde albums, maakte een praatje en nam uitgebreid de tijd voor haar publiek.
Het was een prachtig optreden geweest, in een fijne en intieme sfeer. Juist doordat de artiest zo dicht bij het publiek stond, letterlijk én figuurlijk, kwamen haar muziek en verhalen rechtstreeks binnen.
Het waren van die momenten waarvoor je als muziekliefhebber dankbaar was en die je wilde koesteren. Katherine Priddy liet zien dat een singer-songwriter geen grote zaal, spectaculaire show of ingewikkeld decor nodig had om indruk te maken. Haar stem, gitaar, verhalen en de intimiteit van ’t Rozenknopje waren voldoende.
Als een ware Kalliope, de muze van de epische dichtkunst, bracht Priddy haar muze naar Eindhoven. Niet groots en meeslepend, maar juist klein, puur en rechtstreeks naar de luisteraar. En misschien was dat precies wat deze avond zo bijzonder maakte.
