Al meer dan twintig jaar weigert Emptiness zich vast te leggen op één genre. De Belgische band uit Brussel begon in 1998 vanuit black en death metal, maar bewoog zich sindsdien voortdurend richting avant-garde, experimentele elektronica en claustrofobische minimalistiek. Met ‘Nowhere Speaks’, hun zevende volledige album, keert de band terug naar een moment uit hun eigen verleden: het album vormt namelijk het directe vervolg op ‘Nothing But The Whole’ uit 2014, twaalf jaar later opgepakt op precies het punt waar dat album destijds abrupt eindigde.
Waar de voorganger ‘Vide’ uit 2021 nog volledig vervormingsvrij was, in het Frans gezongen en opgenomen in de isolatie van de pandemie, keert ‘Nowhere Speaks’ terug naar gewicht, dichtheid en de fysieke aanwezigheid van een volledige band. Op de zang, synths en enkele effecten na is het album vrijwel volledig live opgenomen in de studio, na vier jaar voorbereiding, testen en repeteren. Dat is te horen: de druk op deze plaat voelt niet bewerkt aan, maar gespeeld, met een spanning die zelden even wegvalt.
De opener ‘Nothing But The Whole (Part 2)’ begint midden in een riff, alsof het twaalf jaar oude, ongeschreven einde van het vorige album eindelijk wordt afgemaakt. Vanaf daar rolt ‘The Threat’ verder als een zwaar object over ongelijke grond, met gefluisterde zang die klinkt alsof die uit een bodemloze put komt. ‘Words To Wind’, met zijn ruim acht minuten de langste track op het album, bouwt niet op de klassieke manier van herhalende riffs, maar op steeds uitdijende en samentrekkende blokken van geluid, waarbij stilte net zoveel gewicht krijgt als de zwaarste passages. ‘Nowhere Speaks’, het titelnummer, brengt iets meer energie en klank, zonder de dreigende ondertoon te verliezen die het album kenmerkt.
Muzikaal is dit geen plaat die op traditionele riffs of duidelijke structuren leunt. De gitaren zijn sterk gedempt, wat niet zorgt voor helderheid maar juist voor een compressie van het geluid, waardoor nummers minder als afgebakende riffs klinken en meer als voortdurend verschuivende massa’s geluid. Het slotstuk ‘All For Nothing’ sluit de cirkel door na ruim eenenveertig minuten terug te keren naar de riff waarmee ‘Nothing But The Whole’ ooit begon, zonder duidelijk begin of einde, een eeuwige kringloop.
‘Nowhere Speaks’ is geen album dat om begrip vraagt in de traditionele zin. Het vraagt om te worden binnengegaan, niet begrepen. Voor luisteraars die van Emptiness gewend zijn dat de band zich nooit herhaalt, is dit een indrukwekkende terugkeer naar het geluid waarmee ze ooit doorbraken, aangevuld met twaalf jaar aan artistieke groei. Weinig bands weten zo overtuigend een sfeer van verstikking en desoriëntatie op te roepen als Emptiness hier doet. (8/10) (Season of Mist)
