Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Skye Newman – SE9
South London is op dit moment de meest vruchtbare vierkante kilometer voor popmuziek, en Skye Newman is het bewijs. ‘SE9′, vernoemd naar de postcode van haar jeugd, bundelt de twee EP’s die de Londense singer-songwriter in 2025 en 2026 uitbracht op Columbia Records tot één veertien tracks tellend project. De opener ‘Man of the House’ is een radiohit van de bovenste plank, het soort nummer dat een hele zomer elk uur langs kan komen zonder zijn glans te verliezen. ‘Crawling’ zingt met betekenis, achterover leunend in de beat zoals alleen iemand met echte controle over haar stem dat kan. En in ‘Family Matters’ sijpelt de geest van Amy Winehouse onverbloemd naar de oppervlakte, maar Newman heeft meer bereik dan haar voorgangster. De vergelijking met Duffy dringt zich evenzeer op. ‘SE9’ brengt niets nieuws onder de zon. Het maakt ook niet uit. Dit is het soort stem en zelfvertrouwen dat je niet hoeft uit te leggen. (Jan Vranken) (8/10) (Columbia Records)

Emmet Cohen – Universal Truth
Natuurlijk is het geen toeval dat ‘Universal Truth’ uitkomt in de week waarin Miles Davis honderd zou zijn geworden. De plaat is niks minder dan een eerbetoon aan Miles én aan John Coltrane, waarbij pianist Emmet Cohen zorgvuldig en met groot respect een aantal standards nieuw leven inblaast. Dat doet hij met een indrukwekkende bezetting, inclusief gastbijdrages van bassist Ron Carter en saxofonist George Coleman. Het risico dat de ego’s elkaar verdringen op zo’n plaat, is niet geheel denkbeeldig, maar nergens heb je het gevoel dat hier een all-star-ensemble aan het werk is. Het album knettert wel, vanaf de allereerste noten in de bebop-opening ‘Budo’, maar beslist ook in Monk’s ‘Well You Needn’t’ met een glansrol voor trompettist Jeremy Pelt. Het mooiste moet dan nog komen in de suite bestaande uit ‘Eternal Glimpse’, ‘Compassion’ en het titelstuk. In ‘Compassion’ hoor je Miles. De toon, het spelen van de noten die er niet zijn, het gevoel, het verfijnde: het is er allemaal. En waar de geest van Miles rondwaart in de suite, mogen we ons in het afsluitende ‘Blue Train’ laven aan het authentieke John Coltrane-geluid. Alsof hij het zelf heeft ingespeeld, zonder dat het een gezochte, doorwrochte, geforceerde kopie wordt. Briljant gespeeld. (Jeroen Mulder) (9/10) (Mack Avenue Records)

RaiNao – Marcriá
RaiNao, artiestennaam van de Puerto-Ricaanse Naomi Ramírez Rivera, brengt met ‘Marcriá’ haar tweede studioalbum uit via Rimas Entertainment. Zestien tracks waarin guaguancó, bomba, jazz en reggaetón elkaar vinden zonder dat het ooit geforceerd klinkt. Dat is knapper dan het lijkt. Het hoogtepunt is ‘Dando Vueltas’, een sierlijk jazzy bossanova waarop RaiNao’s lichte, wendbare stem na tweeënhalve minuut gezelschap krijgt van de 95-jarige Cubaanse legende Omara Portuondo, wier stem onmiddellijk herkenbaar is. Een ontmoeting tussen generaties die niet sentimenteel wordt, maar gewoon werkt. ‘Tornasol’ toont de andere kant: hypermoderne productie die letterlijk aan de benen trekt. ‘Marcriá’ is het beste Latijns-Amerikaanse album van 2026 tot nu toe. De productie alleen al is baanbrekend. Dat de songs daar naadloos bij aansluiten, maakt dit een zeldzaam geval waarbij ambitie en uitvoering gelijke tred houden. (Jan Vranken) (8/10) (Rimas Entertainment)

Ana – Motivated by Death
Ana, een Melbourns symfonisch metalgezelschap dat zichzelf ‘couture metal’ noemt, debuteert met ‘Motivated by Death’ via Eclipse Records. De ambitie klopt: acht tracks, gemasterd door Thomas Johansson, een eigen comicboekuniversum erbij en een System of a Down-cover als afsluiter. Op papier indrukwekkend. In de praktijk sneuvelt het album op de mix. De vocals zijn zodanig bewerkt dat ze verdrinken in een muur van keyboards, en wie de toetsenist ook de mixtaak heeft gegeven: dat was geen goed idee. De gitaarpartijen bewegen zich braaf langs pentatonische paden die elke metalfan al duizend keer heeft gehoord; de breaks zijn voorspelbaar tot op de tel nauwkeurig. ‘Hate Me’ en ‘Following the Wind’ tonen wat Ana kan, wanneer de arrangementen ruimte laten, maar die ruimte is spaarzaam. Een band met potentie die zichzelf in de weg staat. Dood als motivatie werkt blijkbaar beter als albumnaam dan als mixfilosofie. (Anton Dupont) (5/10) (Eclipse Records)

Véro La Reine – Ekang Héritage
Véro La Reine, geboren als Véronique Mékongo in Essazok, Kameroen, presenteert ‘Ekang Héritage’ uit 2013 nu alsnog op de streamingdiensten. De bikutsi-traditie van de Béti, een van de meest vitale en vrouwgedragen muziekvormen uit Centraal-Afrika, verdient het om serieus te worden genomen. Dit album doet dat niet. De openingstrack ‘Bongo ya za’ zet meteen de toon: een stem die intonatieproblemen niet verbergt boven een generieke backing die klinkt alsof hij uit een goedkope MIDI-bibliotheek komt. De beweerde opnames in Yaoundé met lokale muzikanten zijn in het resultaat niet hoorbaar. Dit klinkt als een thuisproductie, wat het waarschijnlijk ook is. Véro La Reine schrijft, produceert en zingt alles zelf, en dat horen we. De bikutsi-muziek kent grote namen: Anne Marie Nzié, Messi Me Nkonda Martin, Les Têtes Brûlées. Artiesten die nooit naar Wenen zijn vertrokken en de muziek desondanks de wereld in droegen. Naast hen klinkt ‘Ekang Héritage’ als een welgemeend maar kwetsbaar hobbyproject van iemand die de traditie liefheeft maar de stem en de middelen mist om haar eer aan te doen. (Elodie Renard) (5/10) (Ebele Music)

