Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Aleph Aguiar – Sugar On My Blackbeans
Een tijdmachine. Zet dit derde album van de Venezolaanse gitarist Aleph Aguiar op en je gaat subiet terug naar de jaren zestig, de tijd waarin Latin haar intrede deed in de jazz. De sambaritmes lieten zich uitstekend mengen met zelfs een traditionele combobezetting, al werd de rol van de elektrische gitaar wel steeds prominenter, hetgeen de jazzpurist een gruwel was. Het tij liet zich niet meer keren: de met salsa gepeperde jazz werd mateloos populair, tot de dag van vandaag. Ook dit ‘Sugar On My Blackbeans’ is gewoon een heerlijke plaat, mede dankzij het kwintet dat Aguiar begeleidt, inclusief flugelhorn en Hammond. De titeltrack “Sugar on my Blackbeans” vat de geest van het album samen: ritmisch sprankelend, vrolijk en met een onweerstaanbare groove. In een paar tracks verwerkt de gitarist zelfs invloeden uit zijn Venezolaanse roots, zoals ‘joropo’, een specifiek ritme uit een nationale dans, te horen in ‘Blue Tourpials’. Natuurlijk neemt Aguiar zo nu en dan ook gas terug, zoals in het rustige ‘Little Daisy’. Een extra dimensie is het feit dat het album live op tape is opgenomen in slechts twee dagen. Die energie hoor je, die voel je. Aguiar zelf is in topvorm: melodisch, ritmisch scherp, virtuoos. ‘Sugar On My Blackbeans’ zal veel liefhebbers van Latin jazz aanspreken. (Jeroen Mulder) (7/10) (Aleph Aguiar)

Joseph Carré – Ultrason
Met ‘Ultrason’ levert Joseph Carré (het alter ego van Marc Lavigne) een ambitieus derde album af dat de luisteraar meeneemt op een kosmische reis vol emotionele diepgang. Het album opent met het instrumentale ‘l’Opéra de l’Espace’ en sluit af met ‘Mission : Voyage’, waarmee de ruimtelijke thematiek als rode draad door het geheel loopt. Muzikaal balanceert Carré tussen verfijnde pop en rauwe intensiteit. Nummers als ‘Ultralégal’ en ‘Le Phénomène’ onderzoeken relaties en sociale dynamiek met zowel humor als scherpe observaties, terwijl ‘Super Bossa Nova (Charlotte)’ en ‘Une Étoile Populaire’ roem, verlangen en het verlies van intimiteit verkennen. Het korte, fragmentarische ‘Système I Système II’ vormt een intrigerende adempauze. De productie van Nicolas Roberge en de arrangementen van Carl Bastien geven ‘Ultrason’ een rijke, gelaagde klank. Synthesizers, strijkers, saxofoon en modulaire synths creëren een weelderig sonisch universum waarin Lavignes karakteristieke stem centraal staat. Een album dat vraagt om herhaald beluisteren. (Elodie Renard) (8/10) (CentreVille)

IREKE – Ayô Dele
Opener ‘Tout Est Bizarre’ smaakt naar van alles: afrobeat, zouk; het zit er allemaal in. Gespeeld door muzikanten die hun vak verstaan, netjes geproduceerd, niks op aan te merken. Maar ook niet genoeg om helemaal los te gaan. Het is te netjes. Er zit geen grit op deze productie. Alles gequantized, alles op z’n plek. Bravo. ‘Laissez Passer’ is eenzelfde verhaal: groove, goed gespeeld, alles erop en eraan, vocals die hun werk doen, maar je luistert meer naar de techniek dan naar de muziek die je grijpt. Nayel Hóxò zingt in het Yoruba, Agnès Hélène in het Frans, Olivya voegt Creools toe; de stemmen zijn er, maar blijven beleefd. Deze kwaliteit is prima, maar voegt weinig toe aan het palet van de moderne op zouk en afrobeat gebaseerde uitgaansmuziek. Uitgaansmuziek, dat is het. Hierop kun je dansen in je witte katoenen capri, zonder dat er op gemorst wordt. (Jan Vranken) (7/10) (Underdog Records)

Liz Young and the Black Slacks – Rumble Rhythm
Top Cats, Reckless Ones, Reverend Horton Heat, Pepita Slappers. Met enige regelmaat verschijnen er rockabilly-platen die de moeite waard zijn, al moet gezegd dat veel bands in dat genre toch erg zwaar leunen op de erfenis van Elvis, Carl Perkins en, zij het veel later maar met een niet te missen invloed, Brian Setzer en zijn Stray Cats. Is dat erg? Welnee. Ook het Drentse Liz Young and the Black Slacks borduren vlijtig voort op die erfenis. Toch klinkt dit gezelschap anders dan menige rockabillyband. Om te beginnen beschikt Liz Young (Nathalie Vroon) over een strot waarmee je het behang van de muur kunt laten krullen. En dan is er die tomeloze, stuwende energie van drummer Bart Schouwink en bassist Freddy Vaanholt, waarbij je je afvraagt of die batterijtjes nooit eens opraken. Maar het geheim van deze band zit in de gitaar van Bas van Domberg, die bovendien alle tracks schreef. Zijn spel geeft ‘Rumble Rhythm’ een volstrekt eigen vibe met knetterharde riffs en giftige solo’s. Na een paar keer luisteren hoor je dat hij zijn invloeden niet alleen uit de rockabilly haalt, maar bijvoorbeeld ook uit metal en daarvoor in zijn gitaar gerust in drop-D stemt. Luister vooral eens goed naar het enige ingetogen stuk op de plaat ‘Mysterious Stranger’ en dan naar de afsluitende rammer ‘Zombie Night’. Veelzijdiger kan een gitarist niet worden in dit genre. Brian Setzer, move over. (Jeroen Mulder) (8/10) (Liz Young)

Howling Bells – Strange Life
We hebben lang moeten wachten op het vijfde album van de Australische indieband Howling Bells. Maar liefst 12 jaar zit er tussen het laatste album ‘Heartstrings’ en dit album. In die 12 jaar hebben broer en zus Juanita en Joel Stein en drummer Glenn Moule de muziek even op de tweede plaats gezet om zich op andere dingen te focussen, zoals het stichten van een gezin, andere baantjes te nemen in plaats van fulltime muzikant en om dingen te verwerken. Alle nummers zijn vrij persoonlijk. Zo gaat één van de singles ‘Sweet Relief’ over een vriend die kampt met verslavingsproblemen. Meest persoonlijke nummer op ‘Strange Life’ is ‘Melbourne’ dat zangeres Juanita Stein heeft geschreven na het overlijden van haar vader. Juanita Stein heeft een prettige stem die goed past bij de melancholische muziek van Howling Bells. Beste nummer is ‘Angel’ waarop Juanita Stein klinkt als ‘onze’ Anneke van Giersbergen. Houd je van gruizige indie-rock die wegluistert als een filmsoundtrack? Dan is ‘Strange Life’, het album, voor jou. (Ad Keepers) (7/10) (Nude Records)

