Sonny Rollins, wiens autoritaire tenorsaxofoon en ongeëvenaarde gave voor spontane inventie een heel jazztijdperk definieerden, is maandag in zijn huis in Woodstock, New York, overleden. Zijn familie bevestigde het overlijden, een doodsoorzaak werd niet vermeld. Woordvoerder Terri Hinte liet weten dat Rollins de afgelopen jaren grotendeels aan huis gebonden was door diverse lichamelijke klachten.
Rollins was een van de laatste overlevenden van de gouden jazzgeneratie uit de jaren vijftig en zestig. Hij speelde met Miles Davis, Thelonious Monk en John Coltrane. In meer dan 60 albums en zeven decennia vestigde hij zich als een van de belangrijkste figuren in de Amerikaanse muziek. Zijn originele composities, waaronder ‘St. Thomas’, ‘Oleo’, ‘Doxy’ en ‘Airegin’ worden jazzstandards die door generaties musici worden gespeeld. Hij won Grammy Awards in 2001 en 2005, plus a Lifetime Achievement Grammy in 2004.
Rollins werd op 7 september 1930 geboren in New York. Hij groeide op in Sugar Hill, een gegoede wijk in Harlem die bekendstond om zijn bruisende culturele leven, waar legendes als Count Basie en Duke Ellington hun domicilie hadden. Over zijn jeugd zei Rollins: “Opgroeien in Harlem gaf me een gevoel van trots en identiteit. Het was een levendige gemeenschap waar zwarte cultuur werd gevierd, en dat heb ik mijn hele carrière meegedragen.” Op de middelbare school speelde hij in een band met latere grootheden als Art Taylor en Jackie McLean. Pianist Thelonious Monk nam de jongere Rollins onder zijn vleugels en smokkelde hem als minderjarige regelmatig de jazzclubs binnen.
In die clubs leerde Rollins iconen als Billie Holiday en Charlie Parker kennen, en met hen ook de verleiding van verdovende middelen. Begin jaren vijftig belandde hij tweemaal in de gevangenis, tussendoor werkte hij in de studio met onder meer Miles Davis en Thelonious Monk. In 1956, na een destijds experimentele methadonbehandeling waarmee hij definitief van de heroïne afkickte, verscheen de langspeler die letterlijk zijn naam maakte: ‘Saxophone Colossus’. Met John Coltrane betwistte hij datzelfde jaar een onvergetelijk duel op ‘Tenor Madness’, een plaat die tot de geschiedenisboeken is gaan behoren.
Tussen 1959 en 1961 trok Rollins zich terug uit de jazzclubs en opnamestudio’s van New York voor een zelf opgelegde pauze om zijn techniek aan te scherpen. Hij oefende dagelijks op de Williamsburg Bridge, verscholen in het metalen skelet van de brug. “Ik speelde elke dag op die brug, soms tot 15 uur lang”, zei hij nadien. “Als het koud was, speelde ik met handschoenen, zonder probleem.”
In 1968 trok Rollins zich opnieuw enkele jaren terug en reisde naar een ashram in India, om zich te verdiepen in yoga, zen-meditatie en de hindoeleer van Advaita Vedanta. Over zijn vriendschap met John Coltrane zei hij: “John en ik wisselden boeken uit over spiritualiteit. We babbelden veel over boeddhisme en over religie. Hij was een dierbare vriend.”
Toen op 11 september 2001 twee vliegtuigen de Twin Towers raakten, moest de vlakbij wonende Rollins zijn appartement in allerijl evacueren, met enkel zijn saxofoon in de hand. Vijf dagen later reisde hij naar Boston en speelde er een concert dat later werd uitgebracht als ‘Without a Song: The 9/11 Concert’, goed voor een Grammy Award. Rockfans kenden hem ook van de Rolling Stones: op het album ‘Tattoo You’ uit 1981 is een saxofoonsolo van Rollins te horen op de ballade ‘Waiting on a Friend’.
Dat zijn gezondheid na 9/11 snel achteruitging, weet Rollins zelf aan de giftige wolken die destijds de straten van Manhattan vulden. Vanaf 2014 hielden de langdurige effecten van longfibrose hem definitief aan de kant. Rollins leek het naderende einde met filosofische rust tegemoet te zien. “Mijn lichaam zal tot stof vergaan, net zoals alles op deze planeet”, zei hij. “Maar het gaat niet over mijn lichaam; het gaat over mijn geest, mijn ziel. Wie weet hoeveel levens ik heb geleid? Ik weet zeker dat één leven niet volstaat.”
Sonny Rollins is 95 jaar oud geworden.
