Lil’ Keke, geboren Marcus Lakiethes Edwards in Houston, Texas, brengt met ‘Streets Is My Witness’ zijn zeventiende studioalbum uit. Wie dertig jaar geleden door de southside van Houston reed met een cassettebandje van DJ Screw op het dashboard, kende zijn naam al. Lil’ Keke groeide op in de schaduw van de pionierende chopped and screwed-scene, werd op zijn vijftiende al opgenomen door de legendarische DJ Screw, en raapte in 1996 zijn iconische vers op ‘Pimp tha Pen’, dat later door Drake en A$AP Rocky werd gesampeld. Sindsdien heeft hij door elke ups en downs van de Houston rap scene zijn eigen koers gehouden, van Screwed Up Click tot Swishahouse, van Billboard-noteringen tot een presidentieel vrijwilligersaward van Barack Obama. Als er iemand recht heeft op een album met deze titel, is het Keke wel.
‘Streets Is My Witness’ is 17 nummers lang en dat is meteen de meest veelzeggende observatie: dit is geen vetgeperste parel maar een overdadig stadsarchief. Keke doet wat hij altijd heeft gedaan, alleen met meer namen op het podium. De gastenlijst is een half Houston, van Slim Thug op ‘Lessons’ tot Paul Wall en Craig G op ‘Comin Down Ain’t Dead’, van Z-Ro op het melancholische ‘I Hope You Understand’ tot Bun B-erfgenamen als Propain en Cal Wayne. De titeltrack ‘Streetz Is My Witness’, met Jack Freeman, Al-D*300 en Cal Wayne, is het kloppende hart van het album: vier minuten gelaagde southern rap over ploeterende beats, met verse na verse die de straat als getuige aanroepen voor een leven dat niet in een persbericht past.
De productie is stevig in de Houston-traditie: slepende hi-hats, diepe basslijnen, een traagheid die niet luiheid is maar gewicht. ‘Da Slab Line’ met Keara Alyse schuurt en zweeft tegelijk, een van de fraaiere momenten waarop het album even stilstaat en ademhaalt. ‘Build Me Up’ met Cartel Bo, Propain en Stunna Bam knalt op een manier die aan ‘Loved by Few, Hated by Many’ doet denken, Keke’s commercieel sterkste uur uit 2008. Toch is er een schaduwkant aan de omvang. Zeventien nummers is ruim, en niet elke gast voegt substantie toe aan het geheel. Enkele tracks in het middensegment voelen als doorlopers, alsof de boekhouder van het geheugen even pauze nam. ‘Keep Grinding’ met D-Red en Quiet Money Dot is solide maar voorspelbaar; ‘Wish ‘Em Well’ met Supa Star Six heeft de toon maar mist de haak. Bij een album dat zijn geloofwaardigheid ontleent aan de straat als getuige, is elk zwak nummer een geloofwaardigheidslek.
Opener ‘History in the Making’ duurt maar anderhalve minuut en fungeert als een korte stomp in de ribben: Keke kondigt aan dat wat volgt geen toeval is maar erfenis. Het is een slimme set voor wie bereid is de rest mee te nemen. Lil’ Keke maakt met ‘Streets Is My Witness’ een album dat niet schreeuwt om aandacht maar het ook niet nodig heeft. Hij heeft dertig jaar bewijslast verzameld en legt die hier op tafel: een volledig netwerk van Houston-rap, een generatie die nog steeds in beweging is. Dit is geen verrassend album, maar het is wel een betrouwbaar album, en in een rap-landschap vol gecalculeerde posturing is dat iets waard.
Wie wil landen in de wereld van Lil’ Keke zonder voorkennis: zoek eerst ‘Pimp tha Pen’ op, de moeder van alles wat hij sindsdien heeft gemaakt. Dan begrijp je waarom de straat hier daadwerkelijk getuigt. (6/10) (Slfmade 713/SoSouth Music Distribution)
