Er loopt een merkwaardige vorm van profetie door de volledige catalogus van Sleaford Mods. Sinds hun doorbraak in 2013 met ‘Austerity Dogs’ documenteren Jason Williamson en Andrew Fearn de Britse instorting in slow motion met de precisie van forensische accountants en de welbespraaktheid van dronken filosofen. Op hun dertiende studioalbum voorspellen ze geen rampspoed meer, ze nemen de schade op.
‘The Demise of Planet X’ verschijnt bijna drie jaar na het gehavende ‘UK Grim’, en in die tijd is Groot-Brittannië op de een of andere manier alleen maar verder achteruitgegaan. Oorlog, opkomend fascisme, de aanhoudende psychologische nasleep van COVID en de mutatie van sociale media tot wat Williamson noemt “een groteske, verwrongen vorm van digitale engineering”. Waar begin je dan? Het antwoord van het duo is helder: niet wegkijken. Alles vastleggen.
Het album opent met ‘The Good Life’, mogelijk het meest onthutsende nummer dat Sleaford Mods ooit hebben opgenomen. De ontspoorde lach van actrice Gwendoline Christie snijdt dwars door de track heen, voordat de soulpunks uit Birmingham, Big Special, een verrassend warm refrein inzetten. Het is een psychodrama met drie personages dat zich afspeelt in Williamsons psyche, waarin zijn dwang om overal op te schelden wordt ontleed, een meditatie over woede die is voortgekomen uit therapiesessies. Denk aan The Streets’ ‘Dry Your Eyes’ als Mike Skinner niet met een relatiebreuk had geworsteld maar met zijn innerlijke demonen, en je krijgt een idee van het emotionele terrein dat hier wordt blootgelegd.
Muzikaal gezien is dit veruit het meest avontuurlijke werk van het duo. Fearn, die nadrukkelijker optreedt als coproducer, heeft zijn klankpalet aanzienlijk verbreed. ‘Bad Santa’ pulseert met een dreiging die doet denken aan Massive Attack, met broeierige triphop en een kungfub-filmachtige B-sfeer. ‘No Touch’, met de legendarische Sue Tompkins van Life Without Buildings, knettert van garage-getinte dance-rockenergie. Haar stem werd opgenomen terwijl ze verkouden was, wat op de een of andere manier alleen maar bijdraagt aan de rommelige charme van het nummer. Het titelnummer samplet het themadeuntje van The Magic Roundabout en verdraait kinderlijke nostalgie tot iets oprecht verontrustends.
De samenwerkingen voelen minder als sterrencameo’s en meer als bijeenkomsten van verwante buitenstaanders. Aldous Harding brengt haar etherische aanwezigheid naar ‘Elitest G.O.A.T’ en creëert een vreemd maar mooi contrast met Williamsons karakteristieke geblaf. De rapper Snowy uit Nottingham raast door ‘Kill List’ met apocalyptische beelden, terwijl de soulvolle zang van Liam Bailey ‘Flood the Zone’ optilt boven zijn atmosferische dreiging.
Ondanks alle sonische uitbreiding ligt de grootste kracht van ‘The Demise of Planet X’ in kwetsbaarheid. ‘Gina Was’ behandelt een vernederend voorval uit de jeugd met rauwe eerlijkheid, een aangrijpende bekentenis van iemand die eindelijk oude wonden onder ogen ziet. ‘The Unwrap’ sluit het album af met een Williamson die vastzit in een consumentistische doodlopende straat en toegeeft dat het eindeloos scrollen door tweedehands kleding op Vinted zijn veilige plek is, terwijl de Derde Wereldoorlog om hem heen woedt. “Wat moet je in godsnaam doen?” vraagt hij. Het is geen retorische vraag.
Er zijn momenten waarop de vertrouwde formule weer de kop opsteekt. ‘Don Draper’ en ‘Megaton’ leveren de verwachte woordcollage-tirades over meedogenloos beukende beats. Sommige critici zullen stellen dat het duo bekend terrein bestrijkt. Maar na dertien albums hebben Sleaford Mods de vergelijking met The Fall verdiend: altijd anders, altijd hetzelfde. Hun revolutionaire sjabloon was vanaf dag één aanwezig, elke latere ontwikkeling verdiept slechts de toewijding.
De productie, deels opgenomen in Abbey Road Studios, klinkt zowel direct en confronterend als merkwaardig ruimtelijk. Het sonische palet omvat vocoders, windgongen en borstkas-schuddende subbassen, allemaal ten dienste van Williamsons steeds introspectievere teksten. Wanneer hij bekent “Het is zo uitgemolken dat zelfs ik denk: dezelfde oude, saaie klootzak in een band”, geloof je hem meteen. En toch blijft de muziek vooruit duwen.
‘The Demise of Planet X’ biedt geen oplossingen en geen gemakkelijke uitweg. Het documenteert simpelweg een hedendaagse toestand die wordt gekenmerkt door herhaling, consumptie en uitputting. Maar binnen die somberte schuilt een opstandige energie, het besef dat woede, mits juist gericht, kunst wordt. Zoals Williamson in de opening zegt: “Ik schop niet naar beneden, jongens, ik ga het stijlvol uitspelen.”
We verkeren misschien in een eindeloze neergang, maar dat betekent niet dat je die lijdzaam hoeft te ondergaan. (7/10) (Rough Trade Records)
