IOS was terug en dat was te merken. In de kleine zaal van 013 in Tilburg speelde de Groningse band, voorheen bekend als IsOokSchitterend, donderdagavond met overtuiging, waarbij vertrouwde hits en nieuw werk van het aankomende album ‘8’ moeiteloos naast elkaar stonden. De zes muzikanten hadden er zichtbaar zin in en wisten het publiek vanaf de eerste noten mee te krijgen.
Met ‘Dans door de nacht’ trapte IOS stevig af. Ook ‘De Zee’ volgde al snel, waarna frontman Joost Marsman vertelde over de totstandkoming van het nieuwe album. Acht nummers, acht maanden werk en acht betrokken mensen vormden de basis van ‘8’. Hoewel er zes muzikanten op het podium stonden, benadrukte hij dat ook twee mensen achter de schermen een belangrijke bijdrage hadden geleverd.
Na ‘Als er iemand op de wereld is’ en ‘Samen’ was het tijd voor ‘Noorderlicht’, waarvoor Nienke Leone zich bij de band voegde. Zij had eerder op de avond het voorprogramma verzorgd. “We hebben samen een nummer gemaakt, ‘Noorderlicht’, en het is toeval dat ze er nu ook is”, grapte Marsman. De titel bracht meteen een stukje Tilburgse popgeschiedenis ter sprake: Noorderligt was immers de naam van de voorganger van 013, zo gaf iemand uit het publiek terecht aan. Marsman herinnerde zich dat IOS hier eerder had gespeeld, in 2008. Welke zaal dat destijds was, wist hij niet meteen meer. Toen hij om zich heen keek, herkende hij zich uiteindelijk de ruimte.
‘Hou vol’ was geschreven tijdens de coronaperiode, een bijzonder gegeven voor een band die tussen 2009 en 2023 uit elkaar was geweest. Marsman vroeg vervolgens of Tilburg liever een oud of een nieuw nummer wilde horen. Het publiek koos voor oud werk. “Oké, dan spelen we een oude, maar dan bestellen jullie wel allemaal onze nieuwe plaat”, reageerde hij gevat.
Daarna volgden ‘Mooie woorden’, ‘Altijd wel iemand’ en ‘Een keer vallen’. Vooral ‘Altijd wel iemand’, een van de bekendste nummers van IOS, werd luidkeels meegezongen. Bij ‘Een keer vallen’ maakte Marsman een kwinkslag over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen: als vrouwen het eens voor het zeggen kregen, konden mannen eindelijk eens de tijd nemen om over hun gevoelens te praten.
Met ‘Leef maar lang’, afkomstig van het nieuwe album ‘8’, ging de band verder. Marsman haalde herinneringen op aan de eerste keer dat IOS in Tilburg speelde, in 1996 of begin 1997, toen de groep een studentensongfestival won. De winnaar van het jaar daarvoor, merkte hij op, was waarschijnlijk bij veel aanwezigen persoonlijk bekend. Vervolgens speelde de band een kort stukje van ‘Het dondert en het bliksemt’ van Guus Meeuwis.
Ook ‘Heel even maar’ had een persoonlijk verhaal. Marsman schreef het nadat hij tijdens de introductieweek in Groningen een dakloze man op een bankje voor de Aa-Kerk was tegengekomen. Het nummer vormde een ander soort moment in een optreden dat verder vooral draaide om samenzang, herkenning en de energie van een band die opnieuw volop actief was.
Met ‘Voltooid verleden tijd’ keerde IOS terug naar het repertoire waarmee de groep naam had gemaakt. Zonder pauze ging het over in ‘Uit de schaduw’. Na een woord van dank aan Tilburg en het aanwezige publiek zette de band met ‘Hoe het voelt’ opnieuw aan tot massale deelname. Marsman moedigde de zaal aan om niet alleen mee te zingen, maar vooral mee te schreeuwen. Aan enthousiasme ontbrak het niet.
Ondanks de relatief kleine zaal gaf IOS zich volledig. De nieuwe nummers klonken vertrouwd zonder dat de band uitsluitend op het verleden leunde. Dat was misschien wel de charme van de avond: IOS leek na de lange onderbreking nog steeds iets van die onbevangen studentenband te hebben behouden. Net als bij Guus Meeuwis bleef de verbinding met die beginjaren voelbaar, zonder dat de groep daarin bleef steken.
Na ‘Hoofd onder water’ maakte Marsman duidelijk dat het optreden nog niet voorbij was. “Vrienden, dit was geen afscheid!”, riep hij, waarna ‘Heel mijn hart’ en ‘Het is een mooie dag’ volgden. Bij dat laatste nummer dirigeerde hij het publiek om gezamenlijk mee te zwaaien. Ook bassist Bas Nuiver kreeg een moment in de schijnwerpers en mocht een kort bassolootje spelen.
Voor ‘Laat het licht aan’ gingen de lichten in de zaal omlaag. Marsman vroeg het publiek de telefoons aan te zetten, ook voor iedereen die er die avond niet bij kon zijn. De zaal veranderde in een verzameling lichtpuntjes, passend bij de afsluiting van een concert waarin oude favorieten en nieuw materiaal elkaar versterkten.
IOS bewees in 013 dat de terugkeer meer was dan een nostalgische oefening. De band speelde met plezier, de nieuwe plaat kreeg de ruimte en de bekende nummers bleken nog altijd in staat een zaal in beweging te brengen. Voor het Tilburgse publiek was het een avond waarop het verleden nadrukkelijk meeklonk, terwijl IOS tegelijkertijd liet horen dat er ook een volgende fase was aangebroken.
