Fenne Lily begon als tiener in Dorset met schrijven en trok als zeventienjarige naar Bristol, waar ze support deed voor namen als Marika Hackman en KT Tunstall. Na ‘On Hold’ in 2018, ‘Breach’ in 2020 en ‘Big Picture’ in 2023 verhuisde ze naar New York. Daar liep haar leven anders dan gepland. Een plotselinge breuk, een nieuwe stad en een tijdlang weinig houvast vormden de aanleiding voor haar vierde album, dat ze in anderhalf jaar schreef en opnam. ‘Win Win’ verschijnt als haar eerste plaat bij Nettwerk, en de bandleden speelden het grootste deel live in één ruimte, deels op tape.
Je zou donkere liedjes verwachten. Die komen er niet. De tien nummers klinken ontspannen en behaaglijk, met banjo, steelgitaar en een ingehouden drumstel. Lily zingt nog altijd zacht en zonder omwegen, in de lijn van Laura Marling, maar met iets meer warmte. Haar teksten blijven concreet. Ze schrijft over verlies zonder dat het verlies het nummer overneemt.
Opener ‘Uh Huh’ is daar het voorbeeld van. Ze schreef het in de derde persoon, alsof ze het leven van iemand dichtbij samenvat, en het gaat over de periode waarin je weer klaar bent voor liefde terwijl de pijn van daarvoor nog meetrilt. De country-invloed hoor je aan de lichte, zonnige toon, die ze naar eigen zeggen oppikte in haar nieuwe thuisland. ‘Sleeping’ beschouwt ze achteraf als de blauwdruk van het album. Er zit een mooi samenspel in van toetsen, gitaren en een trompetgeluid dat niet van een instrument komt, maar uit de mond van bandlid Isaac Stalling. ‘Thank You Sorry’ valt het meest uit de toon, want het is het enige nummer waarop elektrische gitaren de rust doorbreken. Het levert een kort moment van scherpte op in een verder zacht geheel.
Die zachtheid is meteen ook het voorbehoud. Wie hoopt op rauwe uitbarstingen, krijgt een plaat die liever troost dan schuurt. De pijn waar het album uit voortkomt blijft grotendeels buiten beeld, en af en toe schuift een nummer te geruisloos voorbij. Het sluit wel aan bij wat Lily wilde maken: muziek die klinkt alsof de zon schijnt. Dat lukt, en de live opnames zorgen ervoor dat het niet te gladgestreken klinkt.
‘Win Win’ is geen sprong vooruit, maar een stap naar een rustiger, zekerder geluid. Fenne Lily klinkt als iemand die haar evenwicht heeft teruggevonden en dat niet hoeft te bewijzen. Voor liefhebbers van intieme indiefolk is dit een prettige plaat om bij thuis te komen, zonder grote gebaren en zonder valse beloften. (7/10) (Nettwerk)
