In het begin van de jaren tachtig overspoelde een golf van instrumentale jazz-funk de hitlijsten, een genre waarin virtuoze muzikanten hun technische kunnen etaleerden zonder de ballast van zanglijnen. Tussen de gevestigde namen als Spyro Gyra en de opkomende smooth jazz beweging, kwam er een verrassing uit een onverwachte hoek: IJsland. Een groep tieners die amper hun middelbare school hadden afgerond, wist in 1983 de wereld te veroveren met een instrumentaal nummer dat op dansvloeren en radiostations overal ter wereld draaide. ‘Garden Party’ van Mezzoforte werd het bewijs dat je niet uit New York of Los Angeles hoefde te komen om een wereldwijde hit te scoren in het competitieve landschap van de fusionjazz.
Het nummer was meer dan alleen een aangename melodie. Het was een statement van een nieuwe generatie muzikanten die opgroeide met de fusionpioniers, maar hun eigen draai aan het genre wist te geven. Waar veel contemporaine jazz-funk zich richtte op langgerekte jam sessions en complexe harmonieën, koos Mezzoforte voor directheid en melodische helderheid. Het resultaat was een instrumentaal nummer dat even toegankelijk was als de grootste pophits, maar met de muzikale verfijning van de jazzwereld. ‘Garden Party’ opende deuren voor de band die ver voorbij de grenzen van hun kleine eilandnatie reikten.
Mezzoforte
Het verhaal van Mezzoforte begint in 1977 in Reykjavik, waar vier tieners tussen de vijftien en zeventien jaar hun passie voor muziek deelden. Eyþór Gunnarsson op keyboards, Friðrik Karlsson op gitaar, Jóhann Ásmundsson op basgitaar en Gunnlaugur Briem op drums vormden de kern van wat zou uitgroeien tot IJslands belangrijkste muzikale export, nog voor The Sugarcubes en Björk de wereld zouden veroveren. De vier scholieren waren gefascineerd door de fusionbeweging die in de jaren zeventig tot bloei kwam, met namen als Weather Report, Return to Forever en Chick Corea als hun grote voorbeelden.
De bandnaam Mezzoforte verwijst naar de muzikale aanwijzing die letterlijk matig luid betekent, een ironische keuze voor een band die juist opviel door hun energieke en krachtige sound. Al spelend in schoolgebouwen en kleine clubs in Reykjavik ontwikkelden de jonge muzikanten snel een eigen stijl. Hun enthousiasme trok de aandacht van Steinar Berg, een IJslandse platenbaas die potentieel zag in de jeugdige formatie. In 1979 tekenden ze hun eerste platencontract bij Steinar Records, nog voor ze hun twintigste verjaardag hadden gevierd.
De eerste drie albums van Mezzoforte werden uitsluitend op IJsland uitgebracht en functioneerden als een soort muzikale leerschool. De band experimenteerde met verschillende stijlen binnen het brede spectrum van jazz-fusion, van de complexiteit van prog-rock tot de groove van funk. Na hun afstuderen in 1981 werd muziek hun fulltime bezigheid. Ze reisden af naar Londen om samen te werken met producer Geoff Calver, die eerder al met de band had gewerkt aan hun tweede album. Deze samenwerking zou cruciaal blijken voor het internationale succes dat zou volgen.
In de Londense PRT Studios namen ze in de zomer van 1982 hun vierde album op, dat oorspronkelijk in IJsland werd uitgebracht onder de titel ‘4’. Voor de internationale release kreeg het album de naam ‘Surprise Surprise’, een titel die profetisch zou blijken. De band werkte samen met Calver, arrangeur Chris Cameron en percussionist Luis Jardim om hun sound te verfijnen. Het resultaat was een album dat de ruwe energie van hun eerdere werk combineerde met een gepolijste productie die geschikt was voor internationale hitlijsten.
Garden Party
‘Garden Party’ was bijna niet op het album ‘Surprise Surprise’ terechtgekomen. De band twijfelde of het nummer goed genoeg was voor op de plaat, een beslissing die achteraf bezien bijna catastrofaal zou zijn geweest. Het nummer onderscheidde zich door zijn directe, aanstekelijke melodie en een opvallende solo op flugelhorn, gespeeld door de Engelse trompettist Stephen Dawson. Deze solo, die ongeveer twee minuten duurt, werd een van de meest herkenbare momenten in de instrumentale muziek van de jaren tachtig.
De compositie, geschreven door keyboardspeler Eyþór Gunnarsson, had alle ingrediënten van een perfecte hit: een memorabele hoofdmelodie, een stevige funkgroove, en genoeg muzikale complexiteit om interessant te blijven bij herhaald beluisteren. Het nummer duurde ruim zes minuten in de originele versie, maar de directheid van de melodie zorgde ervoor dat het ook in kortere radioversies zijn impact behield. De productie was helder en modern, met synthesizers die de sound van het begin van de jaren tachtig perfect vingen zonder datgezet of gedateerd te klinken.
In het voorjaar van 1983 werd ‘Garden Party’ uitgebracht als single op Steinar Records UK. De reactie in Londen was onmiddellijk en overweldigend. De Londense clubs en discotheken omarmden het nummer, en al snel werd het opgepikt door de grote radiostations. Voor een instrumentaal nummer was dit buitengewoon zeldzaam, maar de toegankelijkheid en het dansbare karakter van ‘Garden Party’ doorbraken de gebruikelijke barrières.
Het succes in het Verenigd Koninkrijk was slechts het begin. ‘Garden Party’ bereikte de zeventiende positie in de UK Singles Chart en bleef tien weken in de hitlijsten staan. Voor een instrumentaal nummer van een onbekende IJslandse band was dit een sensationeel resultaat. De wereldwijde release die volgde, zorgde ervoor dat het nummer ook in andere Europese landen en in Japan de hitlijsten haalde. Mezzoforte bracht iets fris en Europees, een sound die moderne productietechnieken combineerde met de energie van livejazz.
Herb Alpert
Het succes van ‘Garden Party’ trok de aandacht van een van de meest gerespecteerde namen in de instrumentale muziek: Herb Alpert. De Amerikaanse trompettist en bandleider, bekend van zijn werk met The Tijuana Brass en hits als ‘Rise’, besloot in datzelfde jaar 1983 zijn eigen versie van het nummer op te nemen. Deze cover verscheen op zijn album ‘Blow Your Own Horn’ en werd ook als single uitgebracht. Wat volgde was een van de meest merkwaardige anekdotes in de muziekgeschiedenis.
Volgens overlevering leerde Alpert het nummer van een single die per ongeluk op de verkeerde snelheid werd afgespeeld. Singles werden normaal op 45 toeren per minuut afgespeeld, maar Alpert zou de plaat op 33 toeren hebben beluisterd, de snelheid voor langspeelplaten. Het resultaat was dat zijn versie aanzienlijk langzamer klonk dan het origineel van Mezzoforte. Waar het origineel een energiek, uptempo karakter had, kreeg Alperts interpretatie een meer ontspannen, laid-back sfeer die paste bij de smooth jazz esthetiek van zijn latere werk.
De cover van Alpert gaf ‘Garden Party’ ook extra geloofwaardigheid in de Amerikaanse muziekindustrie. Alpert was niet alleen een succesvolle muzikant, maar ook mede-oprichter van A&M Records, een van de belangrijkste platenlabels van die tijd. Dat hij ervoor koos om een nummer van een relatief onbekende IJslandse band te coveren, was een bevestiging van de kwaliteit van het origineel. Het opende ook deuren voor Mezzoforte in de Amerikaanse markt, al zou de band daar nooit dezelfde hoogte van succes bereiken als in Europa en Japan.
Surprise Surprise
Het album ‘Surprise Surprise’ waarop ‘Garden Party’ stond, werd oorspronkelijk in IJsland uitgebracht in 1982 onder de simpele titel ‘4’, als vierde album van de band. Voor de internationale release in 1983 werd de plaat hernoemd en kreeg het een andere hoes, ironisch genoeg de hoes die oorspronkelijk voor hun derde, alleen in IJsland uitgebrachte album was gebruikt. Deze eigenaardige beslissing van de platenmaatschappij werd later rechtgezet in de geremasterde versie uit 1996, al bleef de verwarring rond de verschillende edities bestaan.
De opnamen vonden plaats in juli en augustus 1982 in de PRT Studios in Londen, gevolgd door mixsessies in de Red Bus Studios in september. Het was de tweede keer dat de band met producer Geoff Calver samenwerkte, na hun eerdere ervaring voor het album dat internationaal als ‘Mezzoforte’ bekend werd. Deze keer was de band beter voorbereid en meer zelfverzekerd in hun muzikale visie. Saxofonist Kristinn Svavarsson, die eerder als gastmuzikant had meegewerkt, werd voor dit album een volwaardig bandlid, wat de sound verrijkte met extra blazersarrangementen.
Muzikaal gezien vertegenwoordigde ‘Surprise Surprise’ een perfecte balans tussen toegankelijkheid en muzikale complexiteit. Nummers als ‘Surprise’ zelf en ‘Midnight Sun’ toonden de band op hun best: strakke grooves, virtuoze solo’s en memorabele melodieën die bleven hangen. De productie was modern en helder, met gebruik van synthesizers als de Prophet V, Jupiter 8 en MiniMoog naast traditionelere instrumenten als Rhodes piano en akoestische percussie. Deze combinatie gaf het album een tijdloze kwaliteit die zowel in 1983 als decennia later nog steeds fris klonk.
Het album bereikte nummer 28 in de UK Albums Chart en bleef daar negen weken staan, een respectabel resultaat voor een instrumentaal album van een onbekende band. In IJsland werd het natuurlijk nummer één, en ook in andere Europese landen vond het zijn weg naar de hitlijsten. De wereldwijde release betekende ook dat Mezzoforte eindelijk internationaal erkend werd als de talentvolle muzikanten die ze waren. Het album opende deuren naar een carrière op internationale podia en festivals, waar ze het podium zouden delen met hun idolen.
De muzikale aanpak op ‘Surprise Surprise’ zou later school de standaard voor vele andere artiesten worden. Waar veel fusionbands in die tijd neigden naar lange, geïmproviseerde stukken die soms meer dan tien minuten duurden, koos Mezzoforte voor een meer popgeoriënteerde structuur zonder daarbij hun muzikale integriteit op te geven. De nummers waren compact, maar binnen die structuur was er genoeg ruimte voor individuele expressie en virtuositeit. Deze benadering maakte het album toegankelijk voor een breed publiek, van jazz puristen tot casual luisteraars die gewoon van goede instrumentale muziek hielden.
Rockall
De tweede single van het album ‘Surprise Surprise’ was ‘Rockall’, uitgebracht in juni 1983, enkele maanden na het succes van ‘Garden Party’. Het nummer was vernoemd naar de onbewoonde rotsformatie in de Noord-Atlantische Oceaan, een naam die ook een metafoor kon zijn voor de IJslandse identiteit van de band. ‘Rockall’ had een andere sfeer dan ‘Garden Party’, met een iets donkerder, mysterieuzer karakter dat paste bij de titel. Het nummer kenmerkte zich door een hypnotische groove en een melodie die geleidelijk opbouwde in intensiteit.
Commercieel gezien kon ‘Rockall’ niet tippen aan het fenomenale succes van zijn voorganger. De single bereikte slechts positie 75 in de UK Singles Chart en stond daar maar één week. Voor veel bands zou dit een teleurstelling zijn geweest, maar in het geval van ‘Rockall’ vertelt deze lage hitlijstpositie niet het hele verhaal. Het nummer kreeg namelijk een tweede leven als herkenningsmelodie voor verschillende Europese radiohitparades, met name in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Deze associatie met hitlijstprogramma’s betekende dat miljoenen luisteraars het nummer regelmatig hoorden, ook al kochten ze de single niet.
Het feit dat ‘Rockall’ werd gekozen als de herkenningsmelodie voor hitlijstprogramma’s was veelzeggend. Het nummer had een urgentie en een vooruitdrijvende energie die perfect paste bij het concept van een hitlijstprogramma. De repetitieve maar nooit saaie groove gaf het een hypnotische kwaliteit die luisteraars wekelijks herinnerde aan het programma en aan Mezzoforte. Deze constante exposure, ook al leidde het niet tot hoge verkoopscijfers, hielp de band om relevant te blijven in het publieke bewustzijn.
Muzikaal gezien liet ‘Rockall’ horen dat Mezzoforte meer in huis had dan alleen het soort directe, melodische funk van ‘Garden Party’. Het nummer was complexer gestructureerd, met verschillende secties die vloeiend in elkaar overgingen en meer ruimte voor improvisatie. De productie was even professioneel als op ‘Garden Party’, met een heldere separatie tussen de instrumenten die de individuele bijdragen van elk bandlid liet schitteren. Het was duidelijk dat Geoff Calver begreep hoe hij het beste uit deze jonge muzikanten kon halen.
Na het succes van ‘Garden Party’ stond Mezzoforte voor een cruciale beslissing: zouden ze in IJsland blijven of verhuizen naar een land waar de muziekindustrie groter was? De band koos voor het laatste en verhuisde naar Engeland, waar ze hun basis vestigden voor de komende jaren. In de zomer van 1983 alleen al speelden ze 47 concerten in het Verenigd Koninkrijk, een uitputtende maar opwindende ervaring voor de jonge muzikanten. Ze toerden vervolgens door Duitsland, de Benelux, Scandinavië en Japan, overal enthousiast ontvangen door publiek dat hongerig was naar hun energieke liveshows. De band kreeg de kans om op podia te staan met hun grote voorbeelden. Op internationale festivals deelden ze het podium met legendes als Weather Report, Steps Ahead, Al Jarreau en Spyro Gyra.
In de jaren die volgden bracht Mezzoforte een gestage stroom van albums uit: ‘Observations’ in 1984, ‘Rising’ in 1984, ‘No Limits’ in 1986, ‘Playing for Time’ en ‘Daybreak’. Voor IJsland was Mezzoforte een voorbode van de muzikale rijkdom die het land zou produceren. Ze baanden het pad voor latere IJslandse artiesten om internationale erkenning te krijgen. En voor liefhebbers van instrumentale muziek blijft ‘Garden Party’ een perfecte vier minuten van pure, vreugdevolle muzikale expressie, een eerbetoon aan de kracht van melodie, groove en virtuositeit.
