Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums achterblijven. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Jamie T. – Ghosts (100 Days of Mourning)
Jamie T. heeft zo’n stem die meteen een bepaalde Engelse attitude uitstraalt. Een beetje brutaal, een tikje nonchalant en vooral heel herkenbaar. Op Ghosts (100 Days of Mourning) gooit hij dat karakter in een album dat lekker vlot uit de startblokken komt en regelmatig doet denken aan de cocktail van indie, rock en dance van bands als The Shins en Bloc Party. ‘Waist’ zet meteen de toon. Een dansbare rocksong met een fijne drive die het live ongetwijfeld goed zal doen. Met ‘All I Wanna…’ schuift Jamie T. zelfs richting eurodance, zonder zijn eigen smoel helemaal te verliezen. ‘The Won’ had dan weer zomaar een nieuw nummer van Keane kunnen zijn: melodieus, toegankelijk en groots opgezet. Op ‘Chelsea Girl’ valt vooral de dikke bas op, gecombineerd met dat heerlijke cockney-achtige accent. ‘Ghost’ zoekt het vervolgens wat meer in de rock en laat de dance-invloeden grotendeels achter zich. Het album klinkt sowieso behoorlijk groot en vol geproduceerd. Dat is tegelijk de kracht én een klein gevaar: tussen al die lagen kunnen de subtiele details soms wat ondersneeuwen. ‘Crucible’ komt wat luchtiger en lucent over, waarna ‘Tallahassee’ afsluit met een duidelijke boodschap van Jamie T. aan zijn luisteraars. Geen album dat je eindeloos hoeft te analyseren. Gewoon instappen, volume omhoog en lekker rijden. (Bart van de Sande) (7/10) (Polydor Records)

Netherwilds – Peasant Rising
Wauw! Wat gebeurt hier allemaal? Netherwilds is een uniek ‘middeleeuws avant-metal’ project, opgericht door David Monks, zanger van de bekende Canadese insie-rockband Tokyo Police Club. ‘Peasant Rising’ is een conceptalbum wat een verhaal vertelt wat al even absurd, chaotisch en tegelijkertijd geniaal is als de muziek op dit album. ‘Peasant Rising’ vertelt het verhaal van Worm Chewer, een personage wat Monks gecreëerd heeft op TikTok. Worm Chewer is een middeleeuwse boer die transformeert van een vergeten arbeider tot een revolutionaire leider tegen de feodale macht. In de 22 nummers waarvan er 9 gesproken Scroll-interludes zijn, komen er bijna net zoveel harde muziekgenres langs als er nummers zijn, die allemaal onderbroken worden door middeleeuwse mandoline-solo’s. Je moet het horen om te geloven. Er worden bijdragen geleverd door Boy Jr, Lord Phobos en Hole Dweller, eveneens alle 3 cult-figuren en voornamelijk actief op social media. Zeker even beluisteren. (Ad Keepers) (8/10) (King Volume Records)

Fat Dog – Cancel Me (I’m Tired)
Fat Dog laat met ‘Cancel Me (I’m Tired)’ een tweede album horen, twee jaar na het debuut ‘WOOF.’ De Zuid Londense band wil duidelijk meer zijn dan een rauwe liveact en verrijkt zijn elektropunk met strijkers, saxofoon, piano en pedal steel. Het levert enkele geslaagde momenten op, zoals de titeltrack, waarin de beat wegvalt en ‘I’m tired’ boven zwevende snaren blijft hangen. ‘Shit Love’ schuift op tussen popanthem en rave, en het slotstuk ‘Aliens’ is verrassend ingetogen. Daartegenover staat een tracklijst die zichtbaar alle kanten opschiet. Na het akoestische ‘Heart Of Darkness’ en het trage ‘Snakes’ verliest het album telkens momentum, waardoor het geheel rommelig overkomt. De teksten blijven bovendien vaak steken in kinderlijke leuzen en de melodieën zijn niet altijd even dwingend. ‘The Devil’ brengt in de slotfase weer de nodige urgentie terug, maar de energie van de opener wordt daarna niet meer geëvenaard. De band toont groei en durft te variëren, al ontbreekt de focus om dat tot een samenhangend verhaal te smeden. Voor wie de chaos omarmt een vermakelijke plaat, voor anderen vooral vermoeiend. (Tobias Braun) (7/10) (Domino Recording Co.)

Sari Schorr – Running Wild
Met ‘Running Wild’ opent Sari Schorr meteen vurig. Schor is haar stem zeker, maar dan wel met een karakteristieke, ruwe korrel die perfect bij de bluesrock past. Op ‘Mr. In The Middle’ klinkt een ouderwetse Jimi Hendrix-gitaarsound, terwijl de titeltrack een stevige, rauwe sound combineert met Schorrs indrukwekkende strot. ‘Monday Morning’ heeft een honky-tonkvibe die de Rolling Stones niet zou misstaan. Christopher Walken zou hier ongetwijfeld om meer cowbell vragen. ‘Man On Fire’ verrast met een swingend shuffle-intermezzo en bewijst dat Schorr niet voortdurend in de hoogste versnelling hoeft te zingen om indruk te maken. Hoewel verslaving en tegenslag regelmatig terugkeren in haar teksten, leidt Schorr zelf een gezond leven, wat haar vocale vakmanschap ten goede komt, zoals te horen is op ‘Cool Hand Rider’. Op ‘Elevate’ is haar stem zo’n natuurkracht dat de muziek soms naar de achtergrond verdwijnt. Een krachtige stem verdient immers composities die even sterk zijn. ‘Call It Freedom’ laat horen hoe een bluesballad haar vocalen juist extra diepgang geeft. ‘Better Day’ en ‘Afterglow’ borduren daarop voort, waarna ‘Finding My Way’ het album waardig afsluit. ‘Running Wild’ is een overtuigende bluesrockplaat, al had iets meer muzikale variatie het geheel nog sterker gemaakt. (Bart van de Sande) (7/10) (Provogue Records)

Teenage Fanclub – Do Not Dare To Dream
Teenage Fanclub brengt met ‘Do Not Dare To Dream’ alweer het dertiende album uit, opgenomen op het Schotse eiland Great Bernera. Norman Blake en Raymond McGinley verdelen het schrijfwerk zoals gewoonlijk eerlijk, geholpen door Euros Childs, Francis Macdonald en David McGowan. Opener ‘There Was You’ en de single ‘Day In The Sun’ bieden de vertrouwde combinatie van galmende gitaren en zachte samenzang, terwijl ‘Somewhere To Land’ wat losser en folkier klinkt. Op ‘Over And Over’ zorgt een kerkorgel voor een verrassende kleur. Toch blijft het album vooral gezapig. Het tempo ligt steeds op kruissnelheid, de spanning ontbreekt en nergens ontstaat een refrein dat blijft hangen zoals vroeger. Acht jaar na het vertrek van Gerard Love wordt zijn melodieuze inbreng nog altijd gemist. De titelsong ‘I Do Not Dare To Dream’ en ‘Tomorrow People’ steken er gunstig bovenuit, maar het geheel is net iets te voorspelbaar. De kalme moed waarmee de band naar de wereld kijkt is sympathiek. Wie vernieuwing zoekt komt bedrogen uit, de liefhebber van warme gitaarpop vindt hier een degelijke plaat om bij weg te dromen. (William Brown) (8/10) (Merge Records)

