Er zijn nummers die hun tijd ver vooruit zijn, die tussen de kieren van de hitparade verdwijnen zonder ooit de erkenning te krijgen die ze verdienen. ‘The Days of Pearly Spencer’ van de Noord-Ierse singer-songwriter David McWilliams is zo’n nummer. Uitgebracht in het najaar van 1967, verkocht het meer dan een miljoen exemplaren wereldwijd, veroverde het de toppen van de Europese hitlijsten en bereikte in eigen land desondanks nooit de officiële hitparade. Het is het verhaal van een bijzonder talent dat door omstandigheden, politiek en pech nooit het succes oogstte dat het verdiende. En toch heeft het nummer, meer dan een halve eeuw later, zijn glans niet verloren.
David McWilliams
David McWilliams werd in 1945 geboren in Belfast en groeide op in Ballymena, een kleine stad in Noord-Ierland. Het was daar dat zijn muzikale leven wortel schoot. Geïnspireerd door Sam Cooke en Buddy Holly leerde hij op jonge leeftijd gitaar spelen. Zijn ambities reikten verder dan de lokale dansvloer: McWilliams begon zijn eigen songs te schrijven, aanvankelijk als hobby naast een baan bij een fabriek in Antrim.
Zijn demo’s vielen op bij impresario Phil Solomon, oprichter van Major Minor Records, die hem naar Londen haalde en koppelde aan arrangeur Mike Leander. Solomon bracht McWilliams onder bij de Ierse songwriter Dominic Behan, een omgeving die zijn songwriting verder aanscherpte. McWilliams was van nature introvert en ongemakkelijk in de showbizz, meer op zijn gemak in een kroeg in Ballymena dan op een groot podium. Die gereserveerdheid zou zijn commerciële loopbaan parten spelen, maar stond in schril contrast met de openhartigheid waarmee zijn songs werden geschreven.
In de wereld van de Britse popmuziek van die jaren stond hij naast namen als Donovan en een jonge Cat Stevens: singer-songwriters die tekstuele diepgang boven glamour stelden en folk en pop vermengden tot iets dat destijds nog geen goed label had. Tijdgenoten en critici vergeleken zijn werk met dat van Bob Dylan. Dat de naam David McWilliams buiten een kleine kring van liefhebbers nooit de bekendheid van die namen bereikte, is een van de grotere onrechtvaardigheden uit de popmuziekgeschiedenis.
The Days of Pearly Spencer
Het nummer werd op 6 oktober 1967 uitgebracht als de B-kant van de single ‘Harlem Lady’, op het Major Minor-label. Dat de B-kant de A-kant zou overschaduwen tot in de vergetelheid, zei genoeg over de kracht ervan. McWilliams schreef het over een dakloze man die hij in Ballymena was tegengekomen. Muzikaal kreeg het een weelderig orkestraal arrangement van Mike Leander, met een refrein dat klonk alsof het door een megafoon werd gezongen. Dit low-tech effect was in werkelijkheid bereikt door de vocalen op te nemen vanuit een telefooncel in de buurt van de studio.
De tekst documenteerde het leven van een man aan de onderkant van de samenleving, door straten van kapotplaveisel, voorbij mensen die op blote voeten liepen en oud leken voor hun leeftijd. De song paste in de geest van 1967, het jaar van sociale bewustwording en artistieke vernieuwing, maar klonk toch anders. Waar de tijdgeest de psychedelische kleur opzocht, koos McWilliams voor een bijna documentaire soberheid, versterkt door een refrein dat klonk als een stem uit een andere dimensie.
Het nummer kreeg grote bekendheid via Radio Caroline, waarvan Solomon een directeur was. Dubbelbladzijde-advertenties verschenen in alle grote muziekbladen, en de voorpagina van de New Musical Express noemde het het nummer dat je verstand zou doen verbijsteren. Toch weigerde de BBC het nummer te draaien. Radio 1, de nieuwe popzender van de BBC, nam het niet op in de playlist, omdat Solomon ook directeur was van Radio Caroline, de piratenzender die net buiten de wet was gesteld door de Marine Broadcasting Offences Act van de regering-Wilson.
Het gevolg was paradoxaal: het nummer was overal te horen, maar verkocht in eigen land nauwelijks. In Frankrijk en Nederland stond het bovenaan de hitlijsten. In België bereikte het de tweede positie. Het nummer verkocht uiteindelijk meer dan een miljoen exemplaren wereldwijd. Ook in Australië en Nieuw-Zeeland vond het gehoor. McWilliams zelf heeft door wanbeheer nooit financieel geprofiteerd van dat wereldwijde succes.
Marc Almond
De meest invloedrijke coverversie van het nummer komt van de Engelse zanger Marc Almond, bekend van zijn werk met Soft Cell. In 1992 bracht hij een opname uit, geproduceerd door Trevor Horn, voor het album ‘Tenement Symphony’. Almond voegde een extra couplet toe dat hij zelf schreef en dat het nummer een optimistischer toon gaf. Pearly Spencer kreeg zo’n uitweg uit zijn misère, een artistieke keuze die niet door iedereen als verbetering werd gezien, maar die de song wel opnieuw in de schijnwerpers zette. De versie bereikte de vierde positie in de Britse hitlijst en de achtste in Ierland. Het was een ironische wending: het nummer dat de BBC dertig jaar eerder had genegeerd, haalde dankzij een coverversie alsnog de Britse top vijf.
Het nummer had eerder ook al andere artiesten geïnspireerd. De Italiaanse zangeres Caterina Caselli bracht in 1968 een Italiaanse versie uit onder de titel ‘Il Volto Della Vita’, met een geheel nieuwe tekst, die in Italië de vierde positie bereikte. De Nieuw-Zeelandse band The Avengers bereikte in december 1968 eveneens de vierde plaats in eigen land. In de jaren tachtig bereikte een Discover-versie zelfs de eerste plaats in België. Het nummer reisde door de decennia, door genres en talen en verloor daarbij nooit zijn herkenbare kern.
David McWilliams Vol. 2
‘The Days of Pearly Spencer’ stond op het tweede album van McWilliams, ‘David McWilliams Vol. 2’, dat op dezelfde dag als de single verscheen en de drieëntwintigste positie bereikte in de Britse albumlijst. Het was een opvallende prestatie voor een plaat waarvan de bijbehorende single niet in de officiële hitparade stond.
Mike Leander, die eerder had gewerkt aan de strijkersarrangementen voor ‘She’s Leaving Home’ van The Beatles en ‘As Tears Go By’ van Marianne Faithfull, gaf het album een geluid dat balanceerde tussen barokke pop en folk-rock. Het paste daarmee in een bredere stroming die in 1967 opkwam: een jaar waarin Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band de lat voor het album als kunstvorm legde, en waarin artiesten als Scott Walker aantoonden dat popmuziek ook literaire ambities mocht hebben. In dat gezelschap was McWilliams een waardige maar ondergewaardeerde stem.
De drie albums die hij in snel tempo uitbracht in 1967 en 1968 plaatsten hem allemaal in de Britse albumhitlijst, een teken dat er wel degelijk een publiek was dat zijn werk waardeerde. Maar doordat de bijbehorende singles in eigen land nauwelijks airtime kregen, bleef de commerciële doorbraak in het Verenigd Koninkrijk uit.
Can I Get There by Candlelight?
Na het succes van ‘The Days of Pearly Spencer’ op het continent bouwde McWilliams zijn reputatie verder uit in Europa. Zijn single ‘Can I Get There by Candlelight?’ uit 1968 werd gebruikt als het thema van een populair Nederlands radioprogramma, wat hem in Nederland tot een vertrouwde naam maakte. Hij toerde door Duitsland, Italië, Frankrijk en Nederland en nam voor de Italiaanse markt een aantal songs opnieuw op in het Italiaans.
McWilliams bleef opnemen en toerde door Europa, soms samen met The Dubliners. In de jaren zeventig bracht hij albums uit op Parlophone en het Dawn-label, maar commercieel succes bleef uit. In 1978 keerde hij terug naar Noord-Ierland, waar hij voornamelijk in kleine zalen optrad. In 1987 nam hij ‘The Days of Pearly Spencer’ opnieuw op, ditmaal in een langzamere versie met een synthethische productie die de weg vrijmaakte voor de herontdekking door Marc Almond vijf jaar later.
David McWilliams overleed op 8 januari 2002, op 56-jarige leeftijd, aan een hartaanval. Hij liet veertien albums na, een indrukwekkend oeuvre voor iemand wiens naam in de meeste muziekgeschiedenisboeken ontbreekt. Zijn dochter Mandy Bingham bracht in 2017, precies vijftig jaar na de originele release, haar eigen versie van het nummer uit. Het nummer leeft voort, niet omdat het ooit de erkenning kreeg die het verdiende in eigen tijd, maar omdat de beste songs zich niets aantrekken van hitlijsten, radioverboden of wanbeheer. Ze overleven gewoon.
