De kleine zaal van de Effenaar zat donderdagavond tjokvol, en dat had alles te maken met de geografische nabijheid van de hoofdact. Nona komt uit Uden, op amper een halfuur rijden van Eindhoven, en dat was de hele avond voelbaar. Vertrouwde gezichten in het publiek, uitbundige begroetingen en een zangeres die vrijwel ieder nummer onderbrak om te zwaaien naar vrienden en familie. Sympathiek, zeker. Maar na de derde of vierde keer begon het te wringen. Je bent hier toch op een podium, niet op een schoolreünie.
De avond bestond uit nummers als ‘Givin’ It All’, ‘Addicted’, ‘This Is All I’ll Be’, ‘Better Than Ever’ en het heerlijke ‘Sleeptalking’, maar vrijwel de hele set lang had de stem het meest te wensen overliet. Het geluid was in het begin ronduit schel, een combinatie van een stem die de ruimte niet aankon en een mix die de gebreken eerder uitvergrootte dan verhulde. De band deed intussen wat van hen gevraagd werd, en dat deden ze goed. Goed ingespeeld, strak in de timing, duidelijk met hart en ziel bezig. Juist dat contrast maakte de avond zo schrijnend.
Er zijn artiesten die op het podium staan en puur hun nummers brengen, zonder tussendoor een woord te wisselen met het publiek. Vaak wordt dat saai gevonden. Voor Nona zou zo’n aanpak wellicht een uitkomst zijn geweest. De zangeres wist gewoonweg niet wat ze moest zeggen tussen de nummers door. Het meest ongemakkelijke moment kwam toen ze enigszins aarzelend de woorden uitbracht: “Oh, nu moet ik iets vertellen over mijn nieuwe album. Ik heb een nieuw album.” Het leek alsof de show niet volledig was ingestudeerd, niet alleen muzikaal maar ook qua presentatie. Plaatsvervangende schaamte was merkbaar in de zaal.
Halverwege de set kondigde Nona zelf aan dat er een moeilijk nummer in het verschiet lag en excuseerde ze zich bij voorbaat als het iets vals zou klinken. Dat was een opmerkelijk eerlijk moment, al had ze die mededeling net zo goed aan het begin van de avond kunnen doen. En inderdaad, het nummer was niet zuiver. Maar wat daarna volgde was interessant: alsof de zenuwen voor dat ene nummer de hele avond als een schaduw boven de set hadden gehangen, leek Nona er na dat moment merkbaar losser bij te staan. ‘What A Way To Die’ klonk iets stemvaster, iets zekerder, iets meer zichzelf.
En dat kwam uiteindelijk samen in het slotakkoord van de toegift: ‘Forever Yours’. En wat een verschil. Hier danste de zangeres over het podium, was er eindelijk een ongedwongen samenspel met de muzikanten, en klonk het zelfs vrijwel zuiver. Misschien omdat dit nummer er inmiddels zo goed in zit dat er geen ruimte meer is voor twijfel. Dit was de Nona waar het publiek op wachtte.
Dat Nona kwaliteit heeft, staat buiten kijf. Haar albums zijn geweldig en ze heeft haar kunnen al lang bewezen. Donderdagavond leek het probleem dan ook niet zozeer de Effenaar als podium, maar de nabijheid van Uden. Iets te veel bekenden in de zaal, iets te veel zenuwen, iets te weinig ruimte om gewoon jezelf te zijn. Het bandje in de kroeg bleef daardoor de beste vergelijking: enthousiaste, getalenteerde muzikanten, maar die standaard vooral voor vrienden en bekenden speelden, waardoor de avond vooral werd gehinderd door de mensen die het hart het beste kennen.
De volgende keer wat verder van huis, Nona. Dan komt het vast goed.
Foto’s (c) Marcel van Oevelen

