Slangenvel afwerpen klinkt poëtischer dan het is. In de praktijk betekent het pijn, ongemak en de vraag of wat er daarna uitkomt wel echt beter is. The Gems, het Zweedse trio bestaande uit zangeres Guernica Mancini, gitariste/bassiste Mona ‘Demona’ Lindgren en drumster Emlee Johansson, kent die metafoor inmiddels als geen ander. Nadat de drie vrouwen Thundermother verlieten, herezen ze als The Gems met het debuut ‘Phoenix’ (2024), waarop de single ‘Like A Phoenix’ meteen de nummer-twee-positie bereikte in de Duitse rockradio-airplay-charts. Amper twee jaar later ligt het tweede album ‘Year of the Snake’ op de mat. Transformatie, vernieuwing, wijsheid, aldus de band zelf. Klinkt veelbelovend. Is het ook zo?
Het antwoord is grotendeels ja, al begint het album heel bewust klein. De opener ‘Walls’ duurt net iets meer dan een minuut en fungeert als een soort introbriefje: “De tijd om te veranderen is nu.” Tekst en uitleg, keurig klaargelegd. Vervolgens trapt de titeltrack ‘Year of the Snake’ de deur in en is het onmiddellijk duidelijk dat The Gems meer in hun mars hebben dan de doorsneehardrockformatie. Mancini’s stem is van het soort dat zalen vult zonder versterking, Lindgrens riffs zitten als gegoten en Johansson drijft het geheel voort met de zekerheid van iemand die weet precies waar het naartoe gaat. Het is een nummer dat zich direct in het hoofd nestelt en ook na twintig keer luisteren weigert te vertrekken, wat precies is wat een goede titelsong moet doen.
Bijzonder is de samenwerking op het derde nummer ‘Gravity’, waar Tommy Johansson (bekend van Sabaton en Majestica) een duet aangaat met Mancini. Het is een slimme keuze: de twee stemmen vullen elkaar aan zonder elkaars glans te stelen, en het nummer bewijst dat The Gems bereid zijn hun geluid op te rekken zonder de kern los te laten. ‘Diamond in the Rough’ en het eerder uitgebrachte ‘Live and Let Go’ bevestigen die lijn. Dit is hard rock met hoofd en hart.
Opvallend is de verschuiving in toon ten opzichte van het debuut. Waar ‘Phoenix’ recht voor z’n raap was, de no-nonsense-traditie van hun voormalige band eerbiedigend, kiest ‘Year of the Snake’ vaker voor melodische rock. Dat is geen capitulatie, maar een logische stap. ‘Clout Chaser’ heeft een refrein dat schaamteloos meezingt, ‘Hot Bait’ is duidelijk geïnspireerd door Van Halen, en de riff die het nummer opent doet meteen denken aan de Californische klassieker ‘Runnin’ with the Devil’. Of dat een eerbetoon is of gewoon een toevallige overeenkomst, maakt eigenlijk niet uit: het nummer werkt.
Toch moet ook worden gezegd dat ‘Year of the Snake’ zijn sterkste kaarten vroeg uitdeelt. Na ‘Forgive and Forget’, een nummer dat al iets minder overtuigend is dan zijn voorgangers, zakt het album enigszins in. ‘Go Along to Get Along’, ‘Math Ain’t Mathing’ en ‘Buckle Up’ zijn degelijke nummers, maar de vonk die de eerste helft zo aantrekkelijk maakte, brandt iets minder fel. Het zijn geen slechte songs, maar vergeleken met de opener, de titelsong en ‘Gravity’ vallen ze een trede lager uit. Een selectiever oog bij de tracklisting had het album strakker gemaakt.
De productie van Johan Randen is helder en krachtig zonder glad te zijn, wat precies de juiste keuze is voor een band die van live-energie leeft. Thomas ‘Plec’ Johansson masterde het geheel met de nodige diepte. Het klinkt alsof The Gems in de kamer staat, niet alsof ze uit een algoritme zijn gehaald.
Met 14 nummers is ‘Year of the Snake’ ambitieus. The Gems bewijzen hiermee dat hun debuut geen geluk was, en dat ze serieus meedoen in het moderne hard rock-landschap. Guernica Mancini heeft simpelweg een van de beste stemmen in het genre en het drietal heeft de chemie die niet te koop is. Als ze op het derde album de consistentie van de eerste helft weten vast te houden over de volle speelduur, is er werkelijk niemand meer die ze kan negeren. (7/10) (Napalm Records)
