Er zijn artiesten die albums maken. En dan is er Christian Löffler, die ervaringen bouwt. De Duitse producer en beeldend kunstenaar uit de regio rond de Baltische Zee heeft de afgelopen tien jaar een geheel eigen taal ontwikkeld binnen de melodieuze elektronica, ergens op het snijvlak van dansvloer en dagdroom. Na ‘A Life’ uit 2024 laat hij nu ‘Until We Meet Again’ los op de wereld, dertien nummers die als een zachte regen neerdalen op iedereen die ooit iemand achter moest laten.
Het album is grotendeels onderweg geschreven, op tournee, als kale pianoschetsjes op een laptop. Die nomadische oorsprong is merkbaar. ‘Until We Meet Again’ klinkt als muziek die niet wacht tot je thuis bent, maar je opzoekt in hotelkamers, op perrons, in vliegtuigen op weg naar ergens. Löffler beschrijft zijn eigen werk als een combinatie van melancholie en euforie, en op dit album treft hij dat evenwicht met opvallend veel precisie.
De samenwerking met de Zweedse zangeres Adna is de ruggengraat van het geheel. Zij is te horen op vijf van de dertien nummers, en haar stem past zo naadloos bij Löfflers productie dat het moeilijk voor te stellen is dat ze elkaar pas voor dit project leerden kennen. Op ‘What We Used To Say’ zweeft haar stem boven een ritme dat pulseert als een hartslag bij herinnering, terwijl ‘No Distance Can Dim Our Light’ iets wegheeft van een bezwering: afstand bestaat niet als je het niet wil. Ook de Amerikaanse producer Shallou duikt op, op het nummer ‘Closer’, dat iets meer pakt dan de rest van het album en richting clubterritorium beweegt zonder de intimiteit te verliezen.
Muzikaal is ‘Until We Meet Again’ een album dat zijn grenzen bewust heeft verlegd. Waar Löffler eerder veel werkte met veldopnames en natuurgeluiden, is de focus hier verschoven naar de mens, naar ontmoeting, naar wat blijft nadat iemand is weggegaan. De producties zijn opgebouwd vanuit piano, die vervolgens worden omgeven door vintage Japanse synthesizers, strijkers en cello. Het resultaat is iets wat zowel concertzaal als open lucht verdraagt, en dat is zeldzamer dan het klinkt.
Openingsnummer ‘Islands’ is rustig, maar niet statisch. Het is de muzikale equivalent van uitkijken over water zonder te weten wat er aan de andere kant is. ‘Home’ is een van de sterkere instrumentale momenten, met een melodie die je bijblijft lang nadat het nummer is afgelopen, het soort melodie waar je naar terugkeert zonder een aanleiding te kunnen noemen. En het titelstuk ‘Until We Meet Again’ verdient zijn plek in het midden van het album, als een ademhaling tussen twee gesprekken.
Toch is het album niet zonder manco’s. Sommige nummers, zoals ‘Seven Tepe’ en ‘ILY’, vallen iets weg in het geheel, niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze minder onderscheidend zijn dan de sterkere stukken eromheen. Bij een album van dertien nummers mag gevraagd worden of elk nummer noodzakelijk is, of dat sommige eerder de sfeer handhaven dan er iets aan toevoegen. Dat is een kleine prijs voor een verder coherent werk, maar het is er wel.
Wie een toegangspoort zoekt tot dit album, luistert het best eerst naar ‘What We Used To Say’. Het nummer vat in vier minuten samen waar ‘Until We Meet Again’ om draait: de geheime taal die twee mensen samen bouwen, de woorden en plekken en gewoonten die alleen tussen hen bestaan, en de stilte die achterblijft als die ander er niet meer is. Het is het soort nummer dat Bon Iver op zijn beste dagen zou schrijven als hij Duits was en iets meer van dansen hield.
Löffler heeft met ‘Until We Meet Again’ een album gemaakt dat groeit bij elke beluistering. Het is geen plaat die je overweldigt bij eerste kennismaking, maar een die langzaam bezit van je neemt, als iemand wiens naam je niet meer vergeet. Dat is ook precies het thema. De ontmoetingen die het hardst binnenkomen zijn zelden de luidste. (8/10) (Ki Records)
