Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies
Joey Bada$$ – Lonely at the Top
Na drie jaar stilte keert Joey Bada$$ terug met ‘Lonely at the Top’, een compact maar veelzijdig album dat zijn artistieke groei bewijst. De Brooklyn-rapper, bekend van klassiekers als ‘Paper Trail$’, bewijst dat hij nog altijd relevant is in het hedendaagse hiphoplandschap. Het album, gemaakt in zes maanden met een ‘mixtape-mentaliteit’, toont een artiest die comfortabel is met zowel zijn boom-bap roots als moderne experimenten. Productiematig verrast Joey met elegante, soulvolle beats die verder gaan dan zijn gebruikelijke grijze East Coast-sound. ‘Dark aura’ en ‘Underwater’ tonen zijn vermogen om verschillende vocale stijlen te hanteren, van Don Toliver-achtige melodieën tot J. Cole-achtige introspectie. De gastbijdrages van Ab-Soul, Rapsody en Westside Gunn voegen textuur toe zonder zijn eigen verhaal te overschaduwen. Het album had kunnen profiteren van meer focus op Joey’s solomateriaal, gezien zijn lyrische potentie op tracks als de cinématische titelsong. ‘Lonely at the Top’ bewijst dat Joey Bada$$ nog steeds weet hoe hij traditionele hiphop moet moderniseren. Een solide terugkeer die zowel oude fans als nieuwkomers zal bekoren.( Elodie Renard)(7/10) (Columbia Records)
Gabriel Alegría Afro-Peruvian Sextet – El Muki
Ooit was ‘taqui’ vermoedelijk de enige muziek die hoog en nasaal galmde tussen de bergkammen van de Andes. Tot de Spanjaarden kwamen die tussen de 16e en 19e eeuw duizenden Afrikanen als slaven naar Peru brachten, en daarmee andere muzikale invloeden. Het zorgde voor een bijzonder rijke mix van inheemse, Spaanse en Afrikaanse invloeden. Gabriel Alegría voegt nog een element toe aan deze mix: met zijn Afro-Peruvian Sextet maakt hij al ruim twintig jaar ‘festejo’, verrijkt met de jazz die hij in New York oppikte. We horen Afrikaanse ritmes, gecombineerd met stuwend Zuid-Amerikaans temperament en de ‘coolness’ van de Amerikaanse jazz- en bopritmes, door Alegría kunstig in elkaar gevlochten. Elk arrangement is raak, het onmiskenbare werk van een vakman die zijn luisteraar meeneemt, overrompeld en onderdompelt zoals de majestueuze golven van de Stille Oceaan waarop surfers zich vanaf Mancora Beach sierlijk, maar gedurfd laten meevoeren. Dat is de muziek van Alegría: ze golft, soms intens, dan weer ingetogen. ‘Luciérnagas/Fireflies’ is een van de meer rustige nummers, ingeleid door fraai akoestisch gitaarspel van Jocho Velásquez. De energie keert daarna in het kwadraat terug in ‘Mala Señal/Bad Sign’. Eén van de hoogtepunten is het funky ‘La Zafira/The Harvest’ dat wordt opgebouwd naar de apotheose waarin je de rijke oogst daadwerkelijk kunt voelen, ruiken en proeven. De cover van de Police-hit ‘Walking on the Moon’ dreigt even een zeer teleurstellende afsluiter van het album te worden, maar ook hier laat het vakmanschap van Alegría ons niet in de steek door een bijzondere break in te lassen als opmaat naar een geweldig slot. Festejo-waardig. (Jeroen Mulder)(8/10)(Saponegro Records)
Brad Mehldau – Ride into the Sun
De jazzpianist Brad Mehldau waagt zich opnieuw aan interpretaties van popmuziek, ditmaal met een uitgebreid eerbetoon aan de tragisch overleden singer-songwriter Elliott Smith. Op ‘Ride into the Sun’ transformeert Mehldau tien Smith-composities tot intieme jazzarrangementen, aangevuld met vier eigen composities die diens geest ademen. Het album opent prachtig met ‘Better Be Quiet Now’, waar Mehldau’s rijke pianotonen worden ondersteund door een 18-koppig orkest onder leiding van Dan Coleman. Gasten als Daniel Rossen (Grizzly Bear) en Chris Thile voegen teksturele lagen toe, vooral hoorbaar op het meeslepende ‘Tomorrow Tomorrow’. Mehldau’s herbewerking van Smith’s bekende ‘Between the Bars’ toont zijn vermogen om melancholie te sublimeren zonder de oorspronkelijke emotie te verliezen. De pianist slaagt erin om Smith’s kwetsbare liedjes te tillen uit hun depressieve context, waarbij hij de pijn erkent maar ook hoop biedt. Hoogtepunten zijn de solo pianostukken ‘Sweet Adeline’ en ‘Sweet Adeline Fantasy’, waar Mehldau’s virtuositeit ten volle tot uiting komt. Het bijna tien minuten durende titelnummer sluit het album magistraal af als een contemplatieve reis door Smith’s muzikale nalatenschap. (Jan Vranken)(7/10) (Nonesuch Records)
Eric Gales – A Tribute to LJK
Eric Gales levert met ‘A Tribute to LJK’ een hartverscheurend en tegelijkertijd opzwepend eerbetoon aan zijn in 2002 overleden broer Manuel ‘Little Jimmy King’ Gales. Deze Memphis bluesman verzamelt een indrukwekkende cast rond zich: Buddy Guy, Joe Bonamassa, Christone ‘Kingfish’ Ingram en Josh Smith dragen allemaal bij aan dit emotionele tour de force. Het album barst vanaf de opening ‘You Shouldn’t Have Left Me’ van energie, met Gales’ linkshändige gitaarspel dat brandt van passie. ‘Don’t Wanna Go Home’, met Bonamassa’s snijdende solo, heeft die slinky groove die doet denken aan Prince’s ‘Kiss’ – instant herkenbaar en onweerstaanbaar catchy. De samenwerking tussen drie generaties blueslegendes op ‘It Takes a Whole Lotta Money’ demonstreert de kameraadschap binnen de blueswereld. Gales slaagt er wonderwel in om zijn broers nalatenschap nieuw leven in te blazen zonder de oorspronkelijke songs te verraden. De productie van Bonamassa en Smith klinkt warm en vol, met genoeg ruimte voor ieder instrument. Het album eindigt krachtig met ‘Somebody’, waar Buddy Guy’s ervaren stem perfect harmonieert met Roosevelt Collier’s slide guitar. Een meesterwerk dat Manuel Gales eer aandoet en Eric’s status als een van de beste gitaristen ter wereld bevestigt. (Jan Vranken) (9/10) (Provogue)
Sabrina Carpenter – Man’s Best Friend
Na het commerciële succes van ‘Short n’ Sweet’ keert Sabrina Carpenter snel terug met ‘Man’s Best Friend’, een album dat vooral opvalt door zijn seksueel geladen woordspelingen en controversiële albumhoes. Met producer Jack Antonoff aan het roer navigeert ze door 38 minuten poprock die zowel vermaakt als irriteert Het album begint sterk met hit ‘Manchild’, een country-getinte aanklacht tegen onvolwassen mannen die onmiddellijk in het gehoor blijft hangen. ‘Tears’ laat Carpenter’s komische talent zien wanneer ze zingt over hoe aantrekkelijk het is als een man IKEA-meubels in elkaar zet ,denk aan Alanis Morissette’s ‘Ironic’ maar dan bewust grappig bedoeld. De disco-geïnspireerde productie werkt perfect bij haar speelse woordkeuze. Helaas wordt het concept uitgehold door teveel herhaling van dezelfde thema’s. Tracks als ‘Sugar Talking’ en ‘We Almost Broke Up Again Last Night’ voelen aan als opvulling, terwijl de constante seksuele toespelingen hun impact verliezen door overvloed. ‘Go Go Juice’ brengt wel de energie terug met zijn aanstekelijke refrein over dronken ex-vriendjes texten. Carpenter toont onmiskenbaar haar vermogen tot slimme pop en komische timing, maar ‘Man’s Best Friend’ voelt meer als een haastige opvolger dan een doorleefde artistieke stap voorwaarts. (Jan Vranken) (6/10) (Island Records)
