Wie Sananda Maitreya nog kent als Terence Trent D’Arby, kwam zaterdagavond in de Grote zaal van Muziekgebouw Frits vooral voor de herinneringen. Die kregen de bezoekers, maar pas later op de avond. De rest van het concert was helaas wat minder overtuigend.
De show opende met een instrumentale versie van ‘The Birds Are Singing (Pandora)’ van het album ‘Prometheus & Pandora’. Tijdens dat nummer betraden de muzikanten het podium, gevolgd door Maitreya zelf, geheel in het zwart en met zijn kenmerkende pet. Hij zette in hoge snelheid in met ‘If I Were’, ‘I Saw Her’, ‘It Ain’t Been Easy’ en ‘Delicate’. Het geluid stond onnodig hard, ook de zang, zodat oordopjes geen overbodige luxe waren.
Maitreya is een zeer ingetogen man, en dat was ook op het podium te zien. Hij zong het grootste deel van de tijd met gesloten ogen en richtte nauwelijks het woord tot het publiek. Zonder gitaar in zijn handen beperkte hij zich tot kleine handbewegingen en een bescheiden dans.
Hij werkte zijn nummers in een flink tempo af: ‘I’ll Never Turn..’, ‘Yuki Suzuki’, ‘Bella Faccina’, ‘Lonesome Rhodes’, ‘The Birthday Song’, ‘Dolphin’ en tot slot ‘Pretty Baby’. Veel van dit recentere werk komt van albums als ‘Angels & Vampires – Volume I’ en ‘The Pegasus Project: Pegasus & The Swan’, die bij het grote publiek toch net te onbekend bleken.
Het publiek reageerde terughoudend. Een enkeling klapte, de rest luisterde stil en onbewogen. Opvallend veel bezoekers stonden uiteindelijk al voor de pauze op en verlieten de zaal; sommigen keerden terug, anderen niet. Dat kan liggen aan de zang, die met vlagen vals klonk, aan het te harde geluid, of aan de stijl van zijn huidige werk, die simpelweg niet meer aansluit bij waar het publiek hem van kent.
Na de pauze opende Maitreya de tweede set met ‘Let Her Down Easy’, dat hij alleen speelde en zong, ingetogen. Het geluid bleef bijzonder hard, maar zijn stem klonk even luid en was daardoor redelijk verstaanbaar. Opvallend genoeg stoorde het volume bij dit nummer niet. Na ‘Share Your Pain’ volgde ‘Let’s Go Forward’, waarbij drummer Marco Mengoni en toetsenist Alessandro Spoldi (Alex) de achtergrondzang verzorgden. Eindelijk klonk het geheel goed, maar dat was voor velen inmiddels te laat. Maitreya mompelde dat hij het fijn vond om er te zijn en blij was met het publiek, maar aan hem was dat nog steeds niet te zien.
De minder bekende nummers, zoals ‘This Town’ en ‘We Don’t Have..’, en de manier van optreden voelden wat saai en gezapig. Het enthousiasme was beperkt, al was er iets meer interactie dan in de eerste set: Maitreya sprak het publiek vaker toe en zocht wat meer oogcontact.
Bij ‘Sign Your Name’ veranderde de sfeer uiteindelijk. Het was het eerste echt bekende nummer van de avond, en de belangstelling was ineens veel groter. Zeker veertig bezoekers pakten hun telefoon om te filmen. Het nummer komt van debuutalbum ‘Introducing the Hardline According to Terence Trent D’Arby’ (1987), waarvan gelukkig meer gespeeld werd. Bassist Fabio Longo probeerde het publiek op te zwepen met handgeklap, wat voor een moment lukte, maar de energie bleef niet hangen.
Via ‘This Side of Love’ en ‘Vibrator’ kwam Maitreya bij ‘Wishing Well’, eveneens van ‘Introducing the Hardline’. Opnieuw gingen de telefoons de lucht in als had het publiek er op zitten wachten. Het was duidelijk waar het publiek voor kwam: de nummers uit de Terence Trent D’Arby-tijd roepen herinneringen op, zijn nog altijd populair en laten zich makkelijk meezingen.
Na ‘Supermodel’ en ‘She Kissed Me’ volgde ‘Dance Little Sister’, ook van zijn debuutalbum. Pas toen kwam de zaal echt los. Bezoekers stonden letterlijk op om mee te dansen, te zingen, te klappen, en te filmen.
Na een dankwoord verliet de band het podium. Het publiek bleef klappen terwijl de lampen uit bleven, en na enkele minuten liepen er opnieuw mensen weg. Ze hadden er geen vertrouwen meer in dat er nog een toegift zou komen. Na een lange wachttijd keerden de muzikanten toch terug, voor één nummer: ‘Holding On To You’. Het halve publiek stond nu direct voor het podium, of kwam terug toen bleek dat Maitreya echt nog een nummer inzette.
Staand bleek de sfeer toch een stuk hoger dan zittend, hoe het publiek de hele avond moest toezien. Eindelijk was dat de interactie die het grootste deel van de avond ontbrak: hij gaf high fives en keek mensen aan. Hij leek nu meer op zijn plek dan de grijze muis die hij de rest van het concert was. Ook dit nummer was voor veel bezoekers bekend en werd gefilmd.
Het was een avond waarin de klassiekers het werk deden en de rest bleef hangen. Had Maitreya de energie van de toegift de hele avond vastgehouden, dan was dit een veel sterker concert geworden. En zittend publiek? Nee dat is een foute keuze gebleken.
