Nina Hagen, de 71-jarige punkgodin uit Oost-Berlijn, brengt met ‘Highway to Heaven’ haar twintigste studioalbum uit, een gospelplaat die vier jaar na ‘Unity’ verschijnt en vijftien jaar na haar vorige gospel-uitstap ‘Personal Jesus’.
Laten we eerst een misverstand uit de weg helpen. Nina Hagen verdween niet. Ze bracht in 2022 nog ‘Unity’ uit en trad gewoon op, maar de wereld had er minder aandacht voor dan vroeger. En dat is precies het punt. Catharina Hagen, geboren in 1955 in de DDR, was ooit een cultuurverschijning die een generatie vertegenwoordigde die wat te zeggen had en dat ook deed, luid en dwars en met vijf octaven tegelijk. Dat tijdperk is al een behoorlijk aantal decennia voorbij. Wat resteert is een artiest die zichzelf nooit heeft verraden, maar voor wie de wereld inmiddels verder is gegaan.
‘Highway to Heaven’ is haar tweede gospelalbum, en de vraag die je je bij het beluisteren onvermijdelijk stelt, is: voor wie is dit eigenlijk? Producent Warner Poland bouwde een raamwerk van Southern Gospel, Americana, reggae en punk, waarbinnen Hagen veertien klassiekers van Sister Rosetta Tharpe, Mahalia Jackson en Kitty Wells opnieuw inzingt. Dat ze dat met volle overtuiging doet, is niet in twijfel te trekken. Haar geloof is geen imago, het is haar motor.
De opener ‘Everybody’s Gonna Have a Wonderful Time Up There’ zet de toon: opgewekt, een tikje absurd, en met de directheid die Hagen altijd al haar beste wapen was. Wie haar kent van de schreeuwende glorie van ‘Wir Leben Immer Noch’ uit 1979, hoort hier een zangeres die haar grenzen bewaakt, maar binnen die grenzen nog steeds meer persoonlijkheid pakt dan de meeste artiesten die nu actief zijn. Het hoogtepunt is ‘There’s a Highway to Heaven’, een hommage aan Sister Rosetta Tharpe, ingezonden met de Deense zangeres Gitte Hænning. De combinatie van twee stemmen met elk zijn eigen gewicht en kleur geeft het nummer iets dat de rest van het album niet altijd haalt.
Dan is er het duet met Nana Mouskouri op ‘Never Grow Old’. Degene die dit bedacht heeft, verdient daarvoor alleen al een aparte vermelding. Twee legendarische oudjes die door en langs elkaar heen mummelen op een gospelklassieker, met Americana-arrangement en een ernst die de hele situatie nog absurder maakt. Het is ofwel geniaal ofwel volkomen ridicuul, en waarschijnlijk allebei tegelijk. Dat is ook de reden waarom het album in Duitsland aanslaat. Niet vanwege de muzikale openbaring, maar vanwege de tongue-in-cheek-kwaliteiten die je je bijna schuldig voelt om te waarderen. ‘Somebody Prayed for Me’ en ‘Hand It Over’, het laatste met blues- en rockzanger Daniel Welbat, zijn de plekken waar de energie het hardst doorkomt. Hier klinkt nog iets van de artiest die ooit de boel overhoop gooide.
De reggae-uitstapjes op ‘Dry Bones’, ‘Dust on the Bible’ en ‘Gospel Ship’ lopen vast. Ze passen niet bij de rest van het album en voelen alsof iemand de setlist op het laatste moment aanvulde. Op een album van 41 minuten kost dat drie nummers die te veel energie weglekken.
Niemand zat op ‘Highway to Heaven’ te wachten. Nina Hagen wist dat waarschijnlijk zelf ook. Maar ze maakte het toch, zoals ze alles maakt, op haar eigen onnavolgbare en lichtelijk onbegrijpelijke manier. Het album is geen statement en geen comeback. Het is wat het is: een 71-jarige vrouw die gospel zingt met Nana Mouskouri, en die er volledig heilig in gelooft. Dat verdient respect, en ergens ook een glimlach. Maar grote kunst is het niet meer. (6/10) (Grönland Records)
