Afzonderlijk van elkaar hadden Bertolf Lentink en Diederik Nomden al een muzikale loopbaan. Bertolf begon als gitarist bij Ilse DeLange voordat hij solo aan de weg timmerde, en Diederik zat bij vele Nederlandse bands als Johan, Daryll-Ann, Awkward i en de Beatlescoverband The Analogues. Toch kruisen hun paden zich regelmatig nadat ze elkaar in 2003 bij een concert van Paul McCartney voor het eerst hadden ontmoet (ook het allereerste concert dat ondergetekende ooit bezocht). Het leidde er onder andere toe dat ze beiden ook in de coverband Her Majesty speelden waarin ze in de eerste jaren (solo-)Beatles materiaal speelden, en later de folkrock van o.a. Crosby, Stills, Nash & Young. Maar ze schreven door de jaren heen ook samen nummers. Dat heeft uiteindelijk tot het duo album ‘All Good Things’ geleid dat afgelopen januari verscheen. Een sterk album met veel invloeden van gezamenlijke inspiratiebronnen als The Beatles en Crosby, Stills, Nash & Young.
Momenteel doen ze samen ook een theatertour onder de noemer ‘Two Of Us’. Vernoemd naar het gelijknamige nummer van The Beatles, afkomstig van hun laatste album ‘Let It Be’. Deze avond stonden ze daarmee in een uitverkochte Cloud Nine zaal in TivoliVredenburg in Utrecht.
Het eerder genoemde Beatlesnummer was ook de opener van de avond waarop beiden heren op stoeltjes uit een voetbalstadion zaten (de bewuste stoeltjes bleken halverwege de avond nog een historische waarde te hebben) met beiden een akoestische gitaar. Aan de zijkanten twee sillouetten van hun twee grootste helden: Paul McCartney en Johan Cruijff.
De avond begon luchtig als een soort levensverhaal over hoe hun vriendschap ooit was ontstaan. Wat ze vertelden met veel humor, maar de gezamenlijke liefde voor muziek was altijd een terugkerend thema. Waarbij niet alleen The Beatles terugkeerden, maar ook bijvoorbeeld Stealers Wheel met een cover ‘Star’, hoewel dat ook een vrij Beatlesque nummer is, en om die reden had Diederik deze band ook aan Bertolf getipt. Om daarna toch weer een Beatlescover te spelen met ‘Blackbird’, dat tweestemmig perfect klonk.
Naast dat handjevol covers gaven ze zowel hun afzonderlijke als gezamenlijke nummers wat meer achtergrond. Waarbij de actualiteit niet ontbrak. Zoals het verhaal dat ze ‘Hysteria’ schreven over de overdaad aan (fake) nieuws op social media. Of de levensles in ‘Ain’t No Running Around It’ van Diederik Nomden dat er geen gemakkelijke weg is om er sneller te komen, maar dat je toch echt alle stappen moet nemen om iets te bereiken. Of ‘The Sixties Are Yet The Come’, over dat de idealen uit de jaren ‘60 zijn verdwenen in een steeds meer polariserende wereld. ‘Behalve in Utrecht’ grapte Bertolf bij aanvang van het nummer.
In traditie van bijvoorbeeld kant b van ‘Abbey Road’ van The Beatles of ‘Suite Judy Blue Eyes’ van Crosby, Stills & Nash, plaatsten Bertolf en Nomden ook een zogeheten suite op hun album waarmee ze deze avond grotendeels afsloten. Het was bijzonder hoe ze met enkel twee akoestische gitaren (Bertolf op 12-snarige gitaar) de suite ‘Paper Dreams’, die op hun album een volle productie heeft, op het podium wisten te reproduceren.
Een toegift kwam met twee covers. Waarbij Bertolf bij de eerste daarvan zijn liefde voor bluegrass aanhaalde. Hij heeft er inmiddels twee albums met het genre opgenomen, waarvan de tweede later dit jaar verschijnt. Echter bleek Diederik niet erg gecharmeerd te zijn van bluegrass. Toch vonden ze een middenweg in een bluegrass getint nummer van, jawel, The Beatles: ‘I’ve Just Seen A Face’. Om daarna met het melodieuze ‘Helplessly Hoping’ van Crosby, Stills & Nash af te sluiten ter compensatie dat ze eerder zeiden dat een nummer van Stephen Stills de setlist niet had gehaald.
Hun muzikale invloeden mogen dan in het verleden liggen, maar met de thematiek van hun eigen nummers weten ze veelal het verleden met de huidige tijd te combineren. De sombere actualiteit komt dan wel aanbod, maar ze weten muzikaal daarin een lichtpuntje te brengen. Waarbij ze niet meer dan twee gitaren en een piano nodig hadden om een volle productie te kunnen dragen. Naast de vermakelijke persoonlijke verhalen tussendoor. Cruijff was dan hun voetbalheld, en aan het einde gaven beiden heren toe ‘mislukte voetballers te zijn die maar muziek zijn gaan maken’. Gelukkig maar, aangezien de carrière van voetballer minder lang mee gaat dan van een muzikant.
