Het begon zoals het begon. Eén voor één liepen de bandleden op: bassist Tim Barning, drummer Max Mollinger, percussionist Wouter Mollen, zangeressen Inge Bonthond en Lies Schilp, toetsenist Len de Quant en als laatste de man die dit alles al een halve eeuw draaiende hield. Hans Vandenburg, 79 jaar oud en nog altijd de onbetwiste spil van Gruppo Sportivo, nam zijn plek in en keek de zaal in. Geen woord, wel een glimlach. De intro was zwijgend en precies daardoor raak.
De ‘Stop Motion – The 50th Anniversary Tour’ is de laatste van de band. Dat wist het publiek in de Groene Engel in Oss, en dat wisten de muzikanten zelf ook. Die wetenschap hing in de lucht, maar drukte niet. Gruppo Sportivo had er een eigen register voor: luchtig waar het kon, eerlijk waar het moest.
De eerste set opende instrumentaal, met ‘Music for Houses’. Al snel volgde de nieuwe single ‘Talkshow’, een typische, ironische Gruppo Sportivo-song met lead vocals van de Bombitas, opgenomen volgens Vandenburg met echte instrumenten en, zoals hij er zelf droogjes bij vermeldde, gemixt met oren en niet met kunstmatige intelligentie. ‘Cruisin” zorgde voor het eerste echte meebeweeg moment van de avond.
Halverwege de eerste set sloeg de sfeer even om. Vandenburg kondigde ‘Dreamin” aan als eerbetoon aan Peter Calicher, de toetsenist die in het voorjaar van 2024 overleed. Calicher was niet alleen een bandlid maar ook de leermeester van de huidige toetsenist Len de Quant, die het stokje na diens overlijden overnam. De band werd, zei Vandenburg, altijd een beetje emotioneel als ze dit nummer speelden. Dat was te horen en te voelen. De Quant speelde het alsof hij het al tientallen jaren deed en dat komt wel in de buurt, want het talent is de zoon van de jarenlange geluidsman van Gruppo Sportivo, Toon de Quant. Len is de muziek van de band met de paplepel ingegeven.
Elders in de set waren de grappen nooit ver weg. Maar ook muzikaal bleef de set hoogstaand. Bij ‘Look Alike’ pakte De Quant de gitaar zodat Vandenburg halverwege de mondharmonica kon pakken. Bij ‘Tub for Two’ stond er ineens een set timbales op het podium. Vandenburg ging erachter staan en speelde even mee. Niemand klaagde. Leuke toevoeging, die de percussie van Wouter Mollen mooi aanvulde.
Na de pauze kondigde Vandenburg de tweede set aan als de set met de oude nummers. “Alleen maar hits”, voegde hij eraan toe. ‘PS’78’ opende en al snel werd er een gimmick verstopt in een razendsnelle medley: een eigenhandige parodieversie van een Bob Marley-klassieker, omgedoopt tot ‘I Shot My Manager’. Het publiek herkende de melodie eerder dan de aanpassing, en dan knapte er iets van herkenning en gelach. Het Duitstalige ‘Armee Monika’ was vervolgens voor Schilp, die het met theatrale toewijding bracht.
‘Out There in the Jungle’ was het allereerste Gruppo Sportivo-nummer ooit, uitgebracht in 1976 samen met Barry Hay, en destijds spectaculair geflopt. Vandenburg vertelde het zelf, met de droge zelfspot die kenmerkend voor hem was. De bewerkte versie van die avond was gemaakt om op te dansen, en dat lukte. Halverwege stak Bonthond iets omhoog dat op een speelgoedtrompetje leek en ook bleek te zijn. ‘Disco Really Made It’, ‘Beep Beep Love’, ‘Hey Girl’: het waren nummers die bij velen diep verankerd zaten. In Oss werd het de finale.
De toegift begon in stilte. Vandenburg stond alleen op het podium en speelde en zong ‘Tokyo’, al snel gevolgd door Len de Quant, die het nummer in gebarentaal bracht, tot hilariteit van de bezoekers. Wat dat teweegbracht was moeilijk te omschrijven, en dat hoefde ook niet. Op het einde viel de band in. Dan, als allerlaatste, een moment buiten de eigen catalogus. De band speelde ‘That Day’, de ode aan Golden Earring-gitarist George Kooymans. Een gebaar dat paste bij de avond.
Vandenburg nam daarop de microfoon voor het allerlaatst: “bedankt”, zei hij, “dit was de laatste tour, dus niet tot ziens”. De Groene Engel was gezegend.
