De Frans-Libanese trompettist en componist Ibrahim Maalouf streek op maandagavond, 2e Paasdag, voor het eerste concert van twee in Koninklijk Theater Carré neer met ‘T.O.M.A (Trumpets of Michel-Ange)’, zijn negentiende en meest vernieuwende project tot nu toe. De zaal zat vol voor een concert dat zich niet liet beperken tot een standaard optreden, maar aanvoelde als een muzikale viering. En dat was het ook. Een bruiloft, zoals Maalouf aangaf, en dat moest gevierd worden.
Michel-Ange is de Franse naam voor Michelangelo Buonarroti, een van de grootste kunstenaars uit de Renaissance. Bekend van ‘David’, de plafondschilderingen van de Sixtijnse Kapel en zijn werk aan de koepel van de Sint-Pietersbasiliek in Rome. Hij leefde van 1475 tot 1564 en was actief als beeldhouwer, schilder, architect en dichter. Michelangelo wordt wereldwijd gezien als een van de meest invloedrijke kunstenaars ooit. Bij Ibrahim Maalouf verwijst ‘Michel-Ange’ niet letterlijk naar de persoon zelf, maar symbolisch naar artistieke perfectie, creativiteit en vakmanschap op het hoogste niveau.
Vanaf de eerste noten werd duidelijk dat het concert in Carré geen standaard concert zou worden, maar een levend concept. Het was dan ook niet voor niets dat de stoelen op de vloer uit de zaal waren genonen en een groot deel van het publiek dus kon staan en dansen. Het project, dat zijn oorsprong vond na een jamsessie op Maalouf’s eigen bruiloft, 6 jaar geleden, ontvouwde zich ook live als een doorlopend verhaal. De opening met ‘The Proposal’ zette direct de toon: een feestelijke, bijna filmische start waarin de thematiek van verbinding en viering hoorbaar werd. Met het energieke ‘Love Anthem’ kreeg dat gevoel een warm, melodisch vervolg, en het dak ging er toen al af. ‘Fly with Me’ voerde het tempo op en het publiek kwam zichtbaar losser. En dat was nodig, want stilstaan en -zitten zat er niet in. In ‘The Smile of Rita’ kwam vervolgens een meer emotionele laag naar voren, waarin de lyriek van Maalouf’s trompet centraal stond.
In de ontwikkeling van zijn album ‘T.O.M.A’ draait alles om het samenbrengen van verschillende muzikale werelden, waarbij Maalouf zijn achtergrond in zowel de Arabische als de westerse traditie volledig benut. Zijn karakteristieke kwarttoon-trompet stond centraal en vormde de verbindende factor tussen de verschillende muzikale lagen. Die T.O.M.A.-trompet, zijn eigen merk, werd dan ook door alle vijf de achtergrondtrompetisten bespeeld, hoewel achtergrond wellicht te oneerbiedig is. De band van Maalouf maakte onderdeel uit van het geheel en werd dan ook veelvuldig naar de voorgrond gehaald.
De muziek bewoog zich moeiteloos tussen genres. Elementen uit jazz, klassieke muziek, pop en wereldmuziek vloeiden in elkaar over, zonder dat het geheel zijn samenhang verloor. Het meer ritmisch gedreven ‘Xajal’ bracht een duidelijke omslag, met een sterk collectief karakter en nadruk op samenspel, terwijl ‘Capitals’ juist weer grootser en bijna orkestrale proporties aannam. Het resultaat was een rijk en gelaagd geluid, waarin zowel het feestelijke als het melancholische een plek kregen.
Maalouf gaf zijn bandleden met regelmaat ruimte voor solo’s en gebruikte het applaus daarna als ritmisch middel: hij liet het publiek door klappen in de maat onderdeel worden van de muziek. Niemand bleef ook maar een minuut stilzitten of stilstaan. En dat werd alleen maar aangespoord door een geweldige Afrikaanse danseres, die met regelmaat de hoofdrol nam op het podium. Maar dat was niet dr enige verrassing wamt ook een Palestijnse zangeres, waarmee Maalouf werkt aan zijn nieuwe album, gaf een verrassende wending aan het programma.
Bij ‘Fly with Me’ werd dat nog explicieter. Het publiek moest meezingen: ‘eh hey, eh hey, eh hey eh hey papapda papa’, en dat soort momenten keerden de hele avond terug. Het publiek was geen toeschouwer, maar deelnemer: de bruiloftsgasten in Maalouf’s muzikale verhaal. Zelfs de mensen verder weg op de tribunes werden erbij betrokken, door hem gekscherend aangeduid als “The people from the city”, figuranten op de bruiloloft, waar het publiek in de zaal de hoofdgasten waren.
Halverwege de show legde hij het optreden stil voor een moment dat typerend was voor de avond. ‘Iedereen op de tribune moet gaan staan. Iedereen moet dansen. Pas als iedereen staat en meedanst, gaan we verder.’ Het duurde even, maar uiteindelijk stond de hele zaal. En pas toen werd de muziek hervat. Maalouf genoot van het Nederlandse publiek en het publiek genoot van Maalouf. De synergie is de zaal was voelbaar en zelden werd Carré zo omgetoverd tot een feestzaal als maandagavond.
Tussen de nummers door deelde Maalouf persoonlijke anekdotes over Libanon, zijn bruiloft en de vriendschappen binnen de band; muzikanten die niet alleen collega’s zijn, maar ook onderdeel van zijn leven buiten het podium. Die verhalen gaven extra lading aan de muziek en versterkten het gevoel dat dit geen afstandelijk concert was, maar een gedeelde ervaring.
Daarnaast haalde Maalouf enkele leerlingen, die les krijgen in zijn speciale trompet, het podium op en beloofde dat iedereen die een trompet met vier ventielen speelt, tijdens deze tour mag meespelen. In Carré kwam dit alles samen in een avond die zowel intiem als groots aanvoelde. Het slotstuk ‘Au revoir’, uitgevoerd met actieve deelname van het publiek, vormde daarbij een logisch hoogtepunt: dansen, klappen en meezingen was geen vrijblijvende optie meer, maar onderdeel van het concept.
De toegift bracht het geheel weer terug naar de kern van de avond. Met een reprise van ‘Love Anthem’ werd de cirkel rondgemaakt en kreeg het concert een warm en verbindend einde. Met ‘T.O.M.A’ laat Ibrahim Maalouf opnieuw zien dat zijn muziek geen vast eindpunt heeft, maar een voortdurend evoluerend proces is. Het optreden in Carré bevestigde die visie: een concert dat niet alleen gehoord, maar vooral beleefd werd.
