Albert Mazibuko, medeoprichter en langst zittend lid van de legendarische Zuid-Afrikaanse isicathamiyagroep Ladysmith Black Mambazo, is op eerste paasdag, 5 april 2026, op 77-jarige leeftijd overleden. Het groep bevestigde zijn dood maandag via sociale media. Mdletshe Albert Mazibuko werd geboren in Ladysmith, KwaZulu-Natal, als tweede kind in een gezin van zes. Zijn vader Mashumi Mazibuko geloofde in onderwijs, maar de realiteit van het Zuid-Afrika van de jaren vijftig dwong de jonge Albert om al op zijn achtste op de boerderij te werken. Voordat de muziek hem bevrijdde, sleet hij jaren als handarbeider, onder meer in een asbestfabriek.
Toch zat de muziek er van jongs af aan in. In 1957, toen hij pas negen was, richtte Albert zijn eigen isicathamiyakoor op: de Zulu Motos ‘SS Choir’, gevestigd in Ladysmith. Twaalf jaar later zou die roeping zijn leven voorgoed veranderen.
In 1969 vroeg zijn neef Joseph Shabalala hem om toe te treden tot een nieuw, ambitieuzer ensemble. Shabalala had eerder al een groep gehad, Ezimnyama (‘De Zwarten’), maar was pas tevreden toen hij in 1969 de kern vond die hij zocht. Albert voegde zich als tenor bij de groep, samen met zijn jongere broer Milton als alt. Vanaf dat moment waren de Mazibuko’s onlosmakelijk met Ladysmith Black Mambazo verbonden.
Albert werd door Shabalala zelf omschreven als zijn rechterhand. Hij was er bij de eerste opnames voor het Gallo-label in 1973, bij het debuutalbum ‘Amabutho’ dat als eerste plaat van een zwarte artiest in Zuid-Afrika goud behaalde, en bij de doorbraak naar het internationale podium.
Het lot sloeg de groep en de familie Mazibuko hard. In 1980 overleed Alberts broer Milton. In 1991 werd Headman Shabalala, broer van Joseph, doodgeschoten door een blanke beveiligingsbeambte, vermoedelijk uit racistische motieven. In 2002 werd Josephs vrouw Nellie vermoord. In 2004 werd ook broer Ben Shabalala neergeschoten.
Bij elk verlies was Albert degene die de groep bij elkaar hield. Toen na de dood van Headman Shabalala stemmen opgingen om te stoppen, was het Albert die zei dat de muziek hen kracht zou geven. In een interview vertelde hij eens: ‘Telkens als we slecht nieuws horen, komen we samen en zingen en bidden we. De muziek tilt je uit je lichaam naar een plek die geen verdriet kent.’ De internationale doorbraak van Ladysmith Black Mambazo kwam in 1986, toen Paul Simon de groep opnam voor zijn album ‘Graceland’, met bijdragen aan nummers als ‘Diamonds on the Soles of Her Shoes’ en ‘Homeless’. Albert was erbij en zou de daaropvolgende decennia de vaste woordvoerder van de groep worden voor internationale pers.
Het hoogtepunt van zijn carriere plaatste Albert zelf altijd in Oslo, 1993, toen Nelson Mandela Ladysmith Black Mambazo vroeg om hem te vergezellen bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede. Mandela, die de muziek van de groep in de gevangenis had beluisterd, noemde hen ‘de culturele ambassadeurs van Zuid-Afrika’. Albert herinnerde zich later hoe Mandela tijdens een eerder concert in Johannesburg was opgestaan, zijn beroemde Madiba-dans had gedaan en hen de hand had geschud met de woorden: ‘Blijf zo doorgaan, jullie muziek was een grote inspiratie voor mij in de gevangenis.’ In totaal won Ladysmith Black Mambazo vijf Grammy Awards en ontving negentien nominaties, meer dan welke wereldmuziekgroep ook in de geschiedenis van de opname-industrie. De groep werkte samen met onder anderen Dolly Parton, Stevie Wonder, Sarah McLachlan, Emmylou Harris en Josh Groban, verscheen in films als ‘Moonwalker’ van Michael Jackson en ‘Coming to America’ met Eddie Murphy, en trad op voor de Britse koninklijke familie in de Royal Albert Hall.
Toen Joseph Shabalala in 2014 met pensioen ging en het leiderschap overdroeg aan zijn zonen Thulani, Sibongiseni en Thamsanqa, werd Albert de enige overgebleven zanger uit de oorspronkelijke bezetting van 1969. Hij droeg die rol met gratie. Op de vraag of hij dan niet ook eens aan stoppen dacht, antwoordde hij droog: ‘Met pensioen gaan van deze prachtige reis? Wil je mij soms in het graf hebben?’ Toen Shabalala in februari 2020 overleed, was Albert degene die vanuit Los Angeles, halverwege een Amerikaanse tournee, de wereld te woord stond. Hij vertelde dat hij Shabalala zes maanden eerder voor het laatst had gezien en dat ze geen woord hadden gesproken, maar de hele tijd hadden gezongen, ‘omdat dat is wat we altijd deden’. In mei 2025 nam Albert na 55 jaar definitief afscheid van Ladysmith Black Mambazo. Zijn jongere broer Abednego bleef als laatste Mazibuko in de groep.
De groep omschreef Albert in hun rouwbericht als ‘een heilige’, ‘vriendelijk tot op het bot’ en ‘de beste van de besten’. Hij werd nooit moe van het vertellen over de geschiedenis van de groep en de missie om overal ter wereld ‘vrede, liefde en harmonie’ te verspreiden, zo lang er mensen waren die wilden luisteren. Albert Mazibuko laat zijn vrouw Lillian Dlomo Mazibuko achter, met wie hij in 1976 trouwde, en zijn broer Abednego. Details over de uitvaart en herdenkingsdienst zijn nog niet bekendgemaakt. Met zijn dood verdwijnt de laatste directe schakel met de oorsprong van een van de belangrijkste muziekensembles die Afrika heeft voortgebracht. Ladysmith Black Mambazo zong zich van de stoepen van Ladysmith naar de Nobelprijs, van de mijnen van KwaZulu-Natal naar Carnegie Hall. Albert Mazibuko was er al die tijd bij. Vijfenvijftig jaar lang was hij niet alleen de stem, maar ook het geheugen en het geweten van een groep die de wereld liet zien dat zingen sterker is dan de apartheid, en dat harmonie, in alle betekenissen van het woord, het laatste woord heeft.
