Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Courtney Barnett – Creature of Habit
Op haar vierde soloalbum ‘Creature of Habit’ keerde Courtney Barnett terug naar de rauwe, jangly indierock waarmee ze naam maakte, na een relatief stille periode die haar naar Los Angeles bracht en haar label Milk! Records deed opheffen. De opener ‘Stay in Your Lane’ zet de toon met koppige energie, terwijl ‘Site Unseen’ met Katie Crutchfield van Waxahatchee uitgroeit tot een zonnige samenwerking vol glijdende gitaar en prachtige harmonieën. Op ‘One Thing at a Time’ is niemand minder dan Flea te horen op bas, wat de song een rusteloos momentum geeft. De teksten blijven kenmerkend Barnett: droog grappig, emotioneel eerlijk en gevuld met alledaagse observaties die iets diepers raken. Met Stella Mozgawa achter het drumkit klinkt het geheel gefocuster en krachtiger dan op haar voorganger ‘Things Take Time, Take Time’. De sequentie is zorgvuldig: spanning wisselt af met kwetsbaarheid, en het geheel heeft de samenhang van een statement over verandering en moed. ‘Creature of Habit’ is Barnett op haar scherpst. (Anton Dupont) (8/10) (Mom+Pop / Fiction)

Finely Tuned Elephant – No Goats
‘No Goats’ is het derde studioalbum van deze vier mannen uit Ottawa die een volstrekt eigenzinnig geluid hebben en een dito naam: Finely Tuned Elephant. Gitarist Jordan Robinson, bassist Cyrus Robertson Orkish, drummer Kyle Iveglia en toetsenist Alex Lugli maken fusion, maar voegen daar elementen aan toe uit klassieke jazz en zelfs prog. De gitaar van Robinson staat centraal in het geluid. Geen oeverloze shredpartijen met duizend noten per seconde, maar compacte solo’s die samensmelten met de gehele compositie. Het album klinkt in de eerste instantie als een ode aan de Japanse fusion uit de jaren zeventig en tachtig, maar juist door de zo nu en dan bijtende, rauwe gitaarpartijen is het allemaal minder gepolijst: Casiopea met een rafelrandje. Of Weather Report, want ook die parallel is te trekken als de baslijnen de leiding nemen in de compositie, zoals eigenlijk alleen Pastorius dat kon. De invloeden zijn hoorbaar, maar we zouden dit Canadese viertal echt tekort doen door ze alleen te vergelijken met grootheden uit het verleden. ‘No Goats’ bevat acht sublieme fusiontracks, waarin elk instrument de ruimte krijgt en de luisteraar regelmatig weet te verrassen met onverwachte harmonieën of ritmische verschuivingen. Geen nostalgische exercitie, maar het bewijs dat goede fusion nog steeds van deze tijd is. (Jeroen Mulder) (9/10) (Finely Tuned Studios)

Black Label Society – Engines Of Demolition
‘Engines Of Demolition’ is het twaalfde studio-album van Black Label Society, de band van gitarist, zanger en songwriter Zakk Wylde die doorbrak toen hij op 20-jarige leeftijd gekozen werd als opvolger van Jake E. Lee in de band van Ozzy Osbourne. In 1998 richt hij zijn eigen band op waar hij niet alleen gitaar speelt maar ook de leadzang voor zijn rekening neemt. Ook is hij de drijvende kracht achter de tributeband Zakk Sabbath en verving hij de overleden Dimebag Darrell tijdens de reünietours van Pantera. Verder heeft hij ook nog wat soloalbums uitgebracht. De nummers op ‘Engines Of Demolition’ heeft hij geschreven in de periode 2022/2025 terwijl hij op tour was met Pantera. Het wiel wordt ook op dit album niet opnieuw uitgevonden. Het album bevat een goed uitgekozen mix van stoere op blues-leest geschoeide biker-rock en emotionele ballads waarvan afsluiter ‘Ozzy’s Song’ wel de mooiste en meest persoonlijke is. Een pianoballad opgedragen aan zijn overleden mentor Ozzy Osbourne. Het album is met 14 nummers wel wat aan de lange kant en schiet na de sterke opener ‘Name In Blood’ toch weer terug in de vertrouwde Black Label Society-modus die weliswaar hoog van kwaliteit is maar weinig nieuws biedt aan degene die geen die-hard fan is. (Ad Keepers) (7/10) (Spinefarm)

RAYE – This Music May Contain Hope
Dit gaat een trend worden: megalomane producties waarin grenzen tussen jazz, pop, soul en zelfs klassiek vervagen. Eind vorig jaar kwam Rosalía met haar ‘Lux’, een plaat die de hemel in werd geprezen. Vrijdag kwam ‘This Music May Contain Hope’ uit van RAYE: een theatraal conceptalbum dat om de vier seizoenen draait (inclusief verwijzingen naar Vivaldi) als metafoor voor verandering en persoonlijke groei. Vooralsnog zijn de loftuitingen minder uitbundig dan het album zelf. RAYE kiest eigenzinnig haar eigen pad in zeventig minuten waarvoor kosten noch moeite zijn gespaard. Ter illustratie: de Britse singer/songwriter liet zich bijstaan door een schier oneindige lijst met musici die ze vervolgens in liefst zes studio’s liet opdraven. Het resultaat is een album waar de ideeën over elkaar heen buitelen, soms zelfs binnen één track. Wat daarbij opvalt, is het formidabele bereik van RAYE en de kunst om haar stem afwisselend rauw en gepolijst te laten klinken. Die stem, en de openhartige teksten, is het enige houvast in een kakofonie van stijlen en arrangementen met onverwachte modulaties en ‘big band outro’s’. Waar ‘Lux’ ons van de sokken blies, klinkt ‘This Music May Contain Hope’ zo nu en dan net iets te gekunsteld. Toch is dit een artistiek gedurfd statement. Het mag dan wat rommelig zijn, indrukwekkend is deze plaat zeker. Tip: schaf dit album aan op vinyl, want het artwork is een waar kunstwerkje. (Jeroen Mulder) (7/10) (RAYE / Human Re Sources)

Flea – Honora
Flea: dat is die man die met ontbloot torso en de basgitaar op zijn knieën over het podium heen en weer sprong bij de Red Hot Chili Peppers, de funkband die hij zelf medeoprichtte. Maar zelfs Flea wordt een dagje ouder. De man is inmiddels 64 en grijpt terug naar de eerste muzikale ervaring: de jazz. Zijn stiefvader liet Michael Peter Balzary kennismaken met Dizzy Gillespie en Miles Davis. De trompet was dan ook de eerste liefde van Flea en vooral dat instrument hoor je op ‘Honora’. Flea laat in zijn trompetspel een geheel nieuwe kant van zichzelf horen. Het explosieve als bassist maakt plaats voor ingetogen, soms bijna meditatief spel waarbij de instrumentbeheersing niets minder dan lovenswaardig is. Flea speelt op ‘Honora’ niet om te imponeren, maar om de muzikale grenzen te verkennen. Dat doet hij heel subtiel, al is het rauwe randje nooit ver weg. De samenwerkingen op het album zijn daarbij ook verrassend. Thom Yorke van Radiohead doet mee op ‘Traffic Lights’ en Nick Cave leent zijn donkere, bezwerende stem voor ‘Wichita Lineman’. ‘Honora’ is een ware metamorfose van een iconische bassist die hiermee bewijst over een geweldige muzikale bagage te beschikken en het risico aandurft om die met ons op de meest intieme wijze te delen. (Jeroen Mulder) (8/10) (Nonesuch Records)

