Iedere week komen er tientallen nieuwe albums binnen op de redactie van Maxazine. Veel te veel om ze allemaal te beluisteren, laat staan te recenseren. Iedere dag één recensie zorgt ervoor dat er te veel albums blijven liggen. En dat is zonde. Daarom plaatsen we vandaag een overzicht van albums die op de redactie binnenkomen in korte recensies.
Snail Mail – Ricochet
Vijf jaar na ‘Valentine’ keert Lindsey Jordan terug als Snail Mail met ‘Ricochet’, haar derde studioalbum op het Matador-label. In de tussenliggende jaren onderging ze een operatie aan haar stembanden, verhuisde ze van New York naar North Carolina en maakte ze haar acteerdebuut. Die ervaringen horen we terug in een album dat minder draait om gebroken harten en meer om grote vragen: sterfelijkheid, vervreemding en de onvermijdelijkheid van verandering. De opener ‘Tractor Beam’ laat haar nieuwe, bredere stem horen, sterk en gelaagd dankzij warme strijkers. Op ‘My Maker’ fantaseren ze over een vlucht naar de hemel, terwijl ‘Dead End’ terugkijkt op tienerjaren met een twangy gitaar en een knetterend punknummer in de brug. De titeltrack ‘Ricochet’ vindt een vreemde kalmte in het nihilisme. Samen met producer Aron Kobayashi-Ritch bouwde Jordan een gelaagd, introspectief geluid dat groter klinkt dan haar vorige werk, al is het niet altijd even dringend. ‘Ricochet’ is een stap in de goede richting van een generatietalent. (Anton Dupont) (7/10) (Matador)

Daniel Rotem – Solo II – Under Construction At Bluewhale
Herbie Hancock, Wayne Shorter, Billy Childs, Dianne Reeves, Stevie Wonder, Terri Lyne Carrington. De lijst met klinkende referenties is schier oneindig als je het CV van componist en saxofonist Daniel Rotem bekijkt. Daarnaast leverde Rotem nog een aantal solo-platen af. Dit ‘Solo II’ is het vervolg op ‘Solo’ uit 2020, waarbij de subtitel verwijst naar de opnamelocatie, Bluewhale in Los Angeles. En de composities lijken inderdaad ‘under construction’ te zijn: het zijn momentopnames, alsof er nog flink moet worden gesleuteld aan de stukken. Geen vastomlijnde vormen, maar experimenten met timing en klankkleur, met alleen het geluid van de saxofoon. Rotem balanceert voortdurend tussen uitgewerkte ideeën en spontane ingevingen. De muziek wordt daarbij intens. Intens vermoeiend ook. Het is een volstrekt abstracte benadering van muziek waarin de luisteraar geen enkel houvast wordt geboden. Het spel van Rotem zelf varieert van soms fluisterstille passages tot harde, expressieve uitbarstingen, zonder dat je als luisteraar ook maar op één moment kunt voorspellen welke kant het opgaat. Rotem neemt met deze plaat een groot risico. Toegegeven: dat kan hij zich veroorloven. Of zijn publiek dat ook vindt, is de vraag. (Jeroen Mulder) (5/10) (Daniel Rotem)

Robyn – Sexistential
Na acht jaar stilte keert Robyn terug met haar negende studioalbum ‘Sexistential’, uitgebracht via Konichiwa Records en Young. Waar ‘Honey’ uit 2018 nog droomde op donkere dansgrooves, kiest ze nu voor de aanstekelijke elektropop die haar grote doorbraak vormde met de ‘Body Talk’-trilogie. Samen met producer Klas Åhlund, die ook al achter de knoppen stond bij die trilogie, schreef ze negen songs die sensuele energie omzetten naar pure dansbare vreugde. De openingssingle ‘Dopamine’ bouwt sluipend op voordat het losbarst, terwijl ‘Talk To Me’, geschreven met Max Martin voor het eerst sinds 2010, klinkt als een onweerstaanbare Prince-groove in een felle Scandinavische verpakking. De titelsong ‘Sexistential’ is een komische rap over haar ivf-traject als alleenstaande moeder, die precies genoeg over de top is om te fascineren. Het album eindigt met het melancholische ‘Into The Sun’, dat de zoektocht beslist maar open laat. ‘Sexistential’ bewijst dat Robyn scherper, speelser en persoonlijker dan ooit is. (William Brown) (8/10) (Konichiwa Records / Young)

Tony Ann – Synergy
Tony Ann is een van de bekendste pianisten van de wereld: hij heeft meer dan 1 miljard videoweergaven, 300 miljoen streams en 7 miljoen volgers. Ook jongere generaties houden van zijn unieke melange van neoklassieke en populaire muziek. Voor het album ‘Synergy’ heeft hij samengewerkt met Arkai. Dit genre-overschrijdende elektro-akoestische duo bestaat uit cellist Philip Sheegog en violist Jonathan Miron. De bijzondere, eigen stijlen van deze drie mannen sluiten perfect bij elkaar aan. Het pianospel van Tony varieert van sprankelend naar minimalistisch en “zwaar” en alles ertussenin. Steeds weet hij mij te raken, dit wordt prachtig aangevuld door Arkai. Iedere track is anders en heeft een andere emotie. De negen tracks bevatten mooie details, wisselingen tussen pianissimo (heel zacht) en sterk (luid) en tussen hoog en laag. Alles vormt een sublieme harmonie met elkaar waardoor de muziek een intense beleving vormt. Het is heerlijk om met een headset helemaal in je eigen bubbel te luisteren. Maar het is ook fantastisch om via de speakers je huiskamer te vullen met de prachtige composites op ‘Synergy’. (Esther Kessel-Tamerus) (9/10) (Universal Music)

Benjamin Herman – The Tokyo Sessions
Benjamin Herman staat al drie decennia aan de top van de jazz, waarbij hij regelmatig de grenzen van het genre opzoekt en overschrijdt, onder meer met het gezelschap New Cool Collective. Regelmatig steekt hij de grens letterlijk over naar het buitenland. In 2025 ging de reis naar Japan, waarvan ‘The Tokyo Sessions’ het muzikale verslag is. Herman blijft Herman met een direct herkenbare, vrije, zelfs frivole speelstijl. Toch klinkt de altsax op deze plaat iets meer ingetogen, alsof hij meer moeite moet doen om het spel goed te laten integreren in het geheel. Het is typerend voor de Japanse jazz: in Japan draait het vooral om luisteren, om elkaar daarin uiterst gedisciplineerd elkaar de ruimte te geven. Herman past zich uitstekend aan in deze setting, dat moet gezegd. Toch is de speelstijl iets soberder dan we van Herman gewend zijn. De kenmerkende toon uit de altsax blijft echter intact, met ‘NFRS’ en de heerlijke groove in ‘YAMAN’ als uitschieters. ‘The Tokyo Sessions’ is daarmee geen groots statement. Daarvoor sprankelt het te weinig en is het allemaal net iets te veel geregisseerd, precies die elementen die de signatuur van Benjamin Herman bepalen. De elegantie waarmee Herman zich aanpast aan de mores van de Japanse, overgestileerde jazz, redden de plaat. (Jeroen Mulder) (7/10) (Roach Records / Dox Records)

