Wanneer een artiest aankondigt een nieuwe versie van zichzelf te hebben gevonden, is enige argwaan op zijn plaats. Meestal gaat zo’n wedergeboorte gepaard met een creatieve retraite in een exotisch oord, waarna de artiest gelouterd terugkeert om het resultaat van die innerlijke zoektocht op plaat te zetten. In het geval van Nona lag dat buitenlandse toevluchtsoord echter een stuk dichterbij: Denemarken. Daar ontstond het materiaal voor ‘Letters To My Habits’, een album dat volgens de zangeres zelf een nieuw hoofdstuk in haar carrière moet markeren.
Voor de uitwerking van dat nieuwe materiaal sloot Nona zich maandenlang op in de studio van producer Gordon Groothedde. Het doel was duidelijk: minder gepolijst, rauwer en persoonlijker. Dat klinkt als een redelijk platgestampte ambitie, maar het is vooral een riskante onderneming: fans pruimen zo’n radicale transformatie maar zelden. En welke artiest streeft geen authenticiteit na?
Authenticiteit laat zich lastig afdwingen in een moderne studio-omgeving. Toch is het streven hoorbaar. Op ‘Letters To My Habits’ wordt in elk geval weer gewoon muziek gemaakt: met een band, met echte instrumenten en met hoorbare inspanning. Geen in laptops geprogrammeerde pop met de emotionele diepgang van een stoeptegel, maar songs die duidelijk door een groep muzikanten zijn opgebouwd. Dat betekent niet dat alles meteen overtuigt. De opener ‘It’s Hard To Say I Love You’ begint met een fraai strijkersarrangement, maar blijft uiteindelijk steken in een nogal voorspelbare popballad. Het nummer klinkt verzorgd, maar ook veilig, alsof de plaat nog even moet opstarten voordat hij zijn eigen gezicht durft te tonen.
Dat gevoel van herkenning keert op meerdere momenten terug. ‘This Is All I’ll Be’ draagt een duidelijke echo van Adèle met zich mee. De opbouw naar het refrein roept bijna automatisch herinneringen op aan ‘Skyfall’, al speelt het licht gruizige timbre van Nona’s stem daarin ongetwijfeld een rol. Ook ‘What A Way To Die’ heeft iets merkwaardig vertrouwds: ergens in het refrein lijkt een schaduw van Petula Clarks ‘Downtown’ voorbij te trekken.
Producer Gordon Groothedde probeert ondertussen het geluid zo open mogelijk te houden – en daar ligt een van de sterkere punten van de plaat. In ‘Daydream Eyes’, dat begint met een eenvoudige vierkwartsbeat van drummer Sjaak van Dam, valt ineens op hoeveel ruimte er in de mix zit. Instrumenten verdringen elkaar niet, maar krijgen hun eigen plek. Het is een aanpak die soms doet denken aan de analoge soulproducties van labels als Daptone: minder lagen, meer lucht en vooral meer nadruk op het samenspel van de band.
Dat effect wordt nog duidelijker in ‘Don’t Break My Heart’, waar de groove en het timbre van Nona’s stem opvallend dicht in de buurt komen van de late-sixties soul waar ook Amy Winehouse haar inspiratie vandaan haalde. Het zijn momenten waarop ‘Letters To My Habits’ zijn beste gezicht laat zien: wanneer de band de ruimte krijgt om te ademen en de productie niet probeert alles dicht te smeren.
Toch blijft de vraag of het album werkelijk zo’n radicale nieuwe fase markeert als vooraf werd gesuggereerd. De plaat klinkt verzorgd, soms zelfs indrukwekkend, maar zelden echt verrassend. Misschien ligt de echte kracht van deze songs uiteindelijk niet op vinyl of streaming, maar op het podium. Wie Nona live heeft gezien, weet dat haar stem en presence daar vaak meer impact hebben dan in de studio. Het album laat in elk geval horen dat Nona serieus werk wil maken van haar eigen geluid. Maar het moment waarop dat geluid volledig onmiskenbaar van haarzelf is, moet misschien nog komen. (7/10) (V2 Records)
