Sommige muzikanten vertrekken even en keren terug als zichzelf, maar dan completer. Shabaka Hutchings deed anderhalfjaar geleden afstand van zijn saxofoon, dook in de wereld van fluit, elektronische productie en zelfstudie, en bracht vervolgens twee solo-albums uit die de jazzwereld paf deden staan. Nu, op ‘Of the Earth’, keert de saxofoon terug, maar is hij slechts één kleur in een veel groter palet geworden.
Hutchings bouwde zijn reputatie op als de motor achter Sons of Kemet en The Comet Is Coming, samenwerkingen die jazz openscheurden en er dancehall, dub en psychedelia bij naaienden. Daarna volgde de stilte rond de saxofoon, de solo-omzwerving met ‘Afrikan Culture’ en ‘Perceive Its Beauty, Acknowledge Its Grace’, en nu dus dit: een album dat hij volledig zelf schreef, produceerde, inspeelde en mixte. Alles. Tot aan de mastering toe.
De inspiratie voor deze werkwijze is onverwacht en volledig begrijpelijk tegelijk. “D’Angelo’s ‘Brown Sugar’ was de eerste cd die ik kocht,” vertelt Hutchings, “en het wekte een blijvende nieuwsgierigheid naar de emotionele mogelijkheden van het zelfgeproduceerde album.” Het klinkt als een puberherinnering, maar het is tegelijk een artistiek manifest. ‘Of the Earth’ is die belofte ingelost.
De beats en loops op het album werden opgenomen op draagbare apparaten, onderweg, in hotels en backstageruimtes wereldwijd. Het resultaat is hoorbaar. Niet als gebrek aan kwaliteit, maar als textuur. Je hoort de naden, je voelt het grit. De opener ‘A Future Untold’ introduceert de saxofoon als een lang gemiste stem, lyrisch zwevend boven tinkeling van elektronische klanken. Maar dat is slechts het begin.
‘Marwa The Mountain’ is het absolute hoogtepunt van de plaat. Hier botsen beukelende saxofoon- en fluitlijnen op een drumloop die klinkt alsof iemand op een tafel bonkt terwijl hij klikt met zijn tong. Het is rauw en tegelijk meesterlijk geconstrueerd. ‘Those of the Sky’ zweeft op subtiele hiphopvibes, terwijl ‘Step Lightly’ begint als iets dat Mort Garson zou hebben gemaakt, om dan halverwege een dancehallritme op je af te sturen dat je niet ziet aankomen.
Dan zijn er de rap-tracks. Hutchings rapt voor het eerst op twee nummers, geïnspireerd door André 3000, die hij een jaar eerder begeleidde. Op ‘Go Astray’ spreekt hij zich uit over uitbuiting en slavernij, bezorgd dat reacties op onrechtvaardigheid niet radicaal genoeg zijn. Op ‘Eyes Lowered’ is hij raadselachtiger, laverende tussen het politieke en het spirituele. Zijn stem is zwaarder en grover dan je misschien verwacht, zijn flow ritmisch en gelaagd. Wie hier een beginner hoort, luistert niet goed.
Toch liggen hier ook de enige momenten waarop ‘Of the Earth’ even wankelt. De overgang naar die vocale nummers vraagt iets van de luisteraar. Ze zitten niet mis op de plaat, maar voor wie puur voor de instrumentale klankwereld komt, kunnen ze even wennen zijn. Het is echter precies dat ongemak dat de plaat interessant houdt. Shabaka wil geen comfort bieden, hij wil bewegen.
‘Light The Way’ is een ambiënte meditatie die de kalmte uitademt van iemand die precies weet wat hij doet. ‘Dance In Praise’ heeft iets ritualistisch, als muziek voor een ceremonie die je zelf mag bedenken. En ‘Ol’ Time African Gods’ koppelt het diaporische narratief dat door het hele album loopt aan een pulserende elektronische basis die je aan Sons of Kemet herinnert zonder hem te kopiëren.
Het is niet eenvoudig om een album als dit te categoriseren. Jazz? Te beperkt. Elektronische muziek? Te smal. Wereldmuziek? Dat doet de ambities tekort. ‘Of the Earth’ is een Shabaka-album, en dat label begint zijn eigen gewicht te dragen. Wie nog niet weet waar te beginnen met dit oeuvre, start met ‘Marwa The Mountain’: twee minuten in weet je of dit jouw muziek is.
Hutchings heeft zichzelf opnieuw uitgevonden, maar deze keer met alles wat hij daarvoor al had geleerd. Het is geen breuk, het is een synthese. En syntheses zijn, als ze goed zijn, zelden te verbeteren. Wat een heerlijke eigenwijze muzikant. (9/10) (Shabaka Records/Warp)
