Drie decennia is een heel leven in de popmuziek. De meeste groepen overleven het niet. Degenen die het wel halen worden vaak nostalgie-acts, gevangen in barnsteen, eindeloos bezig met het herscheppen van de hits die hen beroemd maakten. Magic System, het viertal uit Abidjan dat de Ivoriaanse zouglou-muziek op de wereldkaart zette, heeft met hun 12de studioalbum ‘Doni Doni’ een andere weg gekozen. Het album verscheen ter gelegenheid van hun 30-jarig jubileum en is een plaat over geduld, doorzettingsvermogen en de langzame, gestage klim van de straten van Anoumabo naar de grootste podia ter wereld.
De titel zelf, die ‘langzaam aan’ of ‘beetje bij beetje’ betekent, zet de toon. Dit is niet het explosieve, festivalklare Magic System van hun doorbraakhit ‘Premier Gaou’ of de internationale crossover-hit ‘Magic in the Air’. In plaats daarvan leveren A’Salfo, Goude, Tino en Manadja iets contemplatievers, volwassener en misschien wel noodzakelijker in het huidige muzieklandschap van instant bevrediging. Ze vieren niet alleen hun voortbestaan, ze ontleden ook wat het heeft gekost.
Het album opent met het titelnummer, een filosofisch manifest dat aanvoelt alsof de groep rechtstreeks spreekt tot jongere artiesten die zich naar boven werken. Het is een herinnering dat Magic System’s reis niet van de ene dag op de andere gebeurde. Hun debuut ‘Papitou’ uit 1997 flopte spectaculair en ze kregen van elk groot platenlabel te horen dat het niks zou worden, voordat ze ‘Premier Gaou’ zelf financierden. Die hard verdiende wijsheid doordrenkt ‘Doni Doni’, met name op ‘On est degba’ (‘We zijn gedesillusioneerd’), dat de teleurstellingen en breuken aanpakt die komen bij creatieve samenwerkingen op de lange termijn. Gezongen in Ivoriaans jargon, is het rauw, eerlijk en voelt het alsof je een discussie afluistert die al jaren aan het broeien is.
Wat meteen opvalt is de productieaanpak. Magic System heeft verstandig samengewerkt met medewerkers van de nieuwe generatie: rappers als Didi B op ‘Même pas peur’, zangeres Noémie op ‘À l’occasion de rien’ en Tamsir. Ze creëren zo een brug tussen verschillende tijdperken van de Ivoriaanse muziek. Dit zijn geen symbolische samenwerkingen, het zijn echte uitwisselingen die frisse energie brengen zonder de identiteit van de groep te verwteren. De samenwerking met Sidiki Diabaté op ‘Kana ta’ is bijzonder ontroerend, een eerbetoon aan zijn overleden vader, kora-meester Toumani Diabaté, dat Magic System’s toewijding aan het eren van het Afrikaanse muzikale erfgoed onderstreept.
De terugkeer van de groep naar hun zouglou-roots is doelbewust en effectief. Nummers als ‘On est des gars’ doen de oorspronkelijke geest van het genre herleven: dat urbane, maatschappelijk bewuste geluid dat in de jaren negentig opkwam uit Ivoriaanse universiteitscampussen. Na jaren van kritiek omdat ze afdreven naar commerciëler coupé-décalé en elektro-pop territorium, lijkt Magic System hun critici recht in de ogen te kijken. A’Salfo’s stem blijft opmerkelijk intact, profiterend van wat hij ‘l’école du voyeur’ noemt: jaren van zingen zonder microfoons bij begrafenissen en straatoptredens die een ijzersterke techniek opbouwden.
‘Kiaman’, het onverwachte middelpunt van het album, brengt hulde aan de Algerijnse zanger Ali Chikh Tahar en verweeft Noord-Afrikaanse invloeden in het West-Afrikaanse raamwerk. Het is een gewaagde zet die Magic System’s pan-Afrikaanse visie weerspiegelt en hun begrip dat grenzen er minder toe doen dan gedeelde ervaringen. De boodschap, leggen ze uit, spreekt over onze steeds meer gedehumaniseerde wereld, een thema dat over continenten heen resoneert.
Toch kent ‘Doni Doni’ ook tragere momenten. Met 39 minuten verdeeld over 12 nummers is het album economisch, maar sommige songs zoals ‘L’Argent propre’ en ‘Woyo’ voelen meer als schetsen dan volledig uitgewerkte ideeën. De beslissing van de groep om nummers geleidelijk uit te brengen, één voor één met individuele videoclips, is in theorie vernieuwend maar riskeert de verhalende samenhang van het album te fragmenteren. En hoewel de samenwerkingen frisheid toevoegen, hadden een paar nummers baat kunnen hebben bij strakkere bewerking.
De krachtigste momenten van het album komen wanneer Magic System de persoonlijke prijs van hun succes confronteert. ‘Tu m’en veux’ (Je hebt een wrok tegen me) en ‘Jalousie’ onderzoeken hoe roem vriendschappen onder druk zet en jaloezie zaait, thema’s die zelden zo direct worden aangepakt in Afrikaanse popmuziek. Dit zijn geen vieringen, dit zijn afrekeningen. Het slotakkoord ‘Oh Seigneur’ voelt als een gebed, een smeekbede om begeleiding terwijl de groep hun vierde decennium samen navigeert.
Wat ‘Doni Doni’ tot essentiële luisterervaring maakt is niet de perfectie, maar de eerlijkheid. In een tijdperk waarin Afrikaanse muziek eindelijk de wereldwijde erkenning krijgt die ze verdient, weigert Magic System te teren op oude glorieën of trends achterna te jagen. Ze geven een masterclass in duurzaamheid: evolueer zonder jezelf te verliezen, begeleid zonder neerbuigendheid en onthoud dat de reis belangrijker is dan de bestemming. Als je wilt begrijpen waarom ze dertig jaar hebben volgehouden terwijl talloze anderen afhaakten, luister dan naar ‘Doni Doni’ en hoor een groep die vroeg leerde dat je geen marathon kunt sprinten.
Voor iedereen die zich herinnert hoe ze helemaal los gingen op ‘Bouger Bouger’ in 2005, biedt dit album iets anders maar even waardevols: de wijsheid van artiesten die alles hebben gezien en het kunnen navertellen, langzaam maar zeker. (7/10) (Universal Music Africa)
